Ingevolge vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie veronderstelt het misdrijf van belaging onder de gelding van het Sw. 1867 dat er sprake is van niet-aflatende of steeds terugkerende gedragingen die andermans persoonlijke levenssfeer ernstig aantasten, terwijl de steller van het geviseerde gedrag dit gevolg van zijn gedrag kende of behoorde te kennen. Ook eenmalig gedrag kan volgens vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie een feit van belaging uitmaken, maar dan is wel vereist dat deze eenmalige gedraging door haar aard niet-aflatende of steeds terugkerende gevolgen heeft waardoor iemands persoonlijke levenssfeer ernstig wordt aangetast.
Een bewezen gedrag van beklaagde, te weten het buiten het kader van een interpersoonlijke relatie of omstandigheden die dergelijk gedrag normaliseren aanraken van de benen, enkels en voeten van een ander, betreft gedrag dat door het collectief bewustzijn - de individuele normen van de rechtbank en zelfs deze van de slachtoffers doen niet ter zake - op het ogenblik van de feiten wordt ervaren als gedrag van een zekere ernst dat een aanranding van de seksuele integriteit van elk van beide benadeelden uitmaakt.
Het geschetste gedrag van beklaagde wordt immers door het collectief bewustzijn in de periode van de feiten én op heden ervaren als de veruitwendiging van een voetenfetisjisme, en derhalve als een daad die de uiting is van een bepaalde seksualiteitsbeleving.
Er bestaat inderdaad geen twijfel over het feit dat dit gedrag voor de beklaagde een vorm van seksueel genot beoogde telkens hij de voeten van dames kan betasten.
Dit alles temeer wanneer beide dames op geen enkel ogenblik hebben ingestemd met dit handelen en verklaarden dat zij beklaagde gezegd had te stoppen, maar dat beklaagde gewoon verder had gedaan.
In casu is opzichtens de dames geen sprake van niet-aflatende of steeds terugkerende gedragingen. Evenmin zijn er elementen die toelaten te besluiten dat het eenmalig gedrag van beklaagde door haar aard voor de dames niet aflatende of steeds terugkerende gevolgen heeft, waardoor hun persoonlijke levenssfeer wordt aangetast.
De feiten konden aldus geherkwalificeerd als aanranding van de eerbaarheid (thans heet dit aantasting van de seksuele integriteit).