Krachtens artikel 1215, § 1 Ger.W., kan de meest gerede partij de notariële werkzaamheden benaarstigen.
De notaris-vereffenaar wordt niet rechtstreeks door de rechtbank op de hoogte gebracht van zijn aanwijzing, wat logisch is. Omdat de uitvoering van het aanwijzingsvonnis niet door de rechtbank kan worden verplicht, moeten de partijen dit benaarstigen, wat de meest gerede partij zal doen. De partijen kunnen, alvorens de notaris-vereffenaar in werking te stellen, alsnog een poging ondernemen om, wellicht onder druk van het tussengekomen vonnis, de zaak toch in der minne te regelen. De notaris-vereffenaar moet dus door minstens één partij worden aangezocht om de werkzaamheden van de gerechtelijke vereffening-verdeling te openen.
Dat de rechtbank in haar vonnis bij wijze van loutere stijlformule de gerechtelijke vereffening-verdeling beveelt op vervolging van een partij en in tegenwoordigheid of na oproeping van de wederpartij is geen struikelblok voor de wederpartij om de notaris in werking te stellen.
De partij die de notaris vordert, hoeft niet noodzakelijk de oorspronkelijke eiser te zijn. Het is zeer goed mogelijk dat de notaris door de verweerder wordt gevorderd om werkzaamheden van vereffening-verdeling op te starten en meer in het bijzonder om het proces-verbaal van opening van werkzaamheden op te stellen.
Een partij kan bezwaarlijk een stijlformule aangrijpen om te stellen dat het enkel hem toekomt om de gerechtelijke vereffening-verdeling te benaarstigen. Een vonnis tot benaarstiging van de gerechtelijke vereffening-verdeling, geldt niet alleen voor de eiser maar ook voor de verweerder in dit geding.
Elke Larcier, 2010, 139, nr. 199