In een appartementsgebouw wonen vaak zowel mede-eigenaars als huurders samen. De huurder heeft daarbij een beperktere rechtspositie dan de mede-eigenaar, onder meer omdat hij geen lid kan zijn van de algemene vergadering van de vereniging van mede-eigenaars. Hij kan wel indirect deelnemen via een volmacht van een zakelijke gerechtigde. De vereniging van mede-eigenaars behartigt enkel de belangen van de gemene delen, niet die van huurders, maar de aanwezigheid van de huurder creëert wel een wederzijdse verplichting tot rekening houden met elkaar.
Hoewel er geen contractuele band bestaat tussen huurder en vereniging van mede-eigenaars, wordt de huurder door zijn integratie in het gebouw toch onderworpen aan het statutaire en reglementaire kader, met inbegrip van de beslissingen van de algemene vergadering. Dat volgt uit de wettelijke regeling in artikel 577-10 BW, die de statuten (basisakte en reglement van mede-eigendom), het reglement van interne orde en de beslissingen van de algemene vergadering tegenstelbaar maakt aan huurders. Het reglement van interne orde, sinds 2019 met aangepaste inhoud, en de besluiten van de algemene vergadering brengen bijkomende verplichtingen mee naast wat in de huurovereenkomst staat.
De tegenwerpelijkheid wordt georganiseerd via overschrijving van de statuten bij het kantoor Rechtszekerheid, waardoor ze kenbaar en bindend zijn voor alle gerechtigden, inclusief huurders. Het reglement van interne orde en de beslissingen van de algemene vergadering zijn pas tegenstelbaar na kennisgeving volgens de wettelijke procedure.
Onder de vroegere regelingen (1994 en 2010) lag de kennisgevingstaak deels bij de syndicus, maar de praktijk voldeed daar vaak niet aan. Sinds de wet van 18 juni 2018 is de kennisgeving na de algemene vergadering niet langer een taak van de syndicus, maar van de stemgerechtigde mede-eigenaar-verhuurder, die binnen dertig dagen na ontvangst van de notulen deze aangetekend aan zijn huurder moet bezorgen. Dit legt zwaardere verantwoordelijkheden bij de mede-eigenaar.
De huurder kan beslissingen van de algemene vergadering of bepalingen van het reglement van interne orde aanvechten als die hem persoonlijk nadeel berokkenen. De nieuwe regeling harmoniseert de termijnen grotendeels met die van de mede-eigenaars, maar introduceert voor de huurder twee vervaltermijnen: binnen twee maanden na kennisgeving door de verhuurder en uiterlijk vier maanden na de algemene vergadering. Deze dubbele termijn kan tot problemen leiden, vooral als de huurder geen notulen ontvangt. De huurder beschikt over dezelfde gronden voor vernietiging als een mede-eigenaar: onregelmatigheid, bedrog, onrechtmatigheid én persoonlijk nadeel.
Huurder en verhuurder kunnen samen optreden om beslissingen aan te vechten, wat proceseconomisch voordelig kan zijn, maar de huurder moet rekening houden met zijn kortere termijn.
De huurder kan geen lid zijn van de raad van mede-eigendom, maar kan wel commissaris van de rekeningen worden, ook zonder mede-eigendomstitel, wat nuttig kan zijn als hij boekhoudkundige expertise heeft.
De gewijzigde Appartementswet heeft de positie van de huurder versterkt: hoewel hij geen beslissingsmacht heeft in de algemene vergadering, kan hij onder gelijkaardige voorwaarden als een mede-eigenaar optreden tegen beslissingen die zijn belangen raken. Daarmee is de tijd voorbij dat de huurder in een appartementsgebouw eenvoudig terzijde kon worden geschoven.