INHOUDSTAFEL
I. De vereniging van mede-eigenaars is weliswaar onderneming maar werd niettemin geconcipieerd als dwangvertegenwoordiger van de mede-eigenaars 524
II. Mede-eigenaars verdienen bescherming in relatie tot professionele wederpartijen 525
III. De lidstaten kunnen volgens het EU-Hof wel consumentenrechten toekennen aan verenigingen van mede-eigenaars 525
IV. Reflexwerking van het consumentenrecht voor op consumenten lijkende wederpartijen naar Nederlands recht 526
V. Reflexwerking van het consumentenrecht naar Belgisch recht door de vereenzelviging van het verenigingsbelang met het mede-eigenaarsbelang 526
VI. Selectieve toekenning van B2C-consumentenbescherming aan VME’s die hoofdzakelijk uit consumenten bestaan 527
VII. Eens de consumentendrempel is bereikt, genieten alle privégedeelten door het ‘alles-of-nietsbeginsel’ van de consumentenbescherming 528
VIII. Kunnen privégedeelten met een professionele bestemming zich aansluiten bij de kavels met een niet-professionele bestemming om de consumentendrempel te halen? 528
IX. Taak van de notaris 528
A. Nieuwe splitsingsakten 528
1. Inlassing van een ‘consumentenverklaring’ in de basisakte na het met redenen omkleed verslag van de aandelen 528
2. Berekening van de 75 %-drempel doorvoeren op de aandelen, niet op het aantal kavels 529
3. Classificatie van de niet-beroepsgerelateerde kavels in het reglement van mede-eigendom 529
B. Bestaande splitsingsakten: opmaak beknopte aanvullende splitsingsakte 530
1. Zonder bestemmings- of aandelenwijziging 530
2. Met bestemmingswijziging 531
3. Met wijziging van de aandelen 531
X. Toekenning van de B2B-bescherming aan VME’s die niet hoofdzakelijk uit consumenten bestaan 531
XI. Successieve tussenkomst van de syndicus, de algemene vergadering en de notaris 532
XII. Is een nationaal consumentenregister voor VME’s op termijn gewenst? 532