Artikel VII.82 WER (voorheen art. 53 WCK) regelt specifiek de wijze waarop een verhuurder in het kader van financieringshuur een zakelijke zekerheid van de consument kan vragen. Het gaat dus niet om een algemene regel voor alle huurcontracten, maar om een bijzondere regeling die enkel toepassing vindt bij kredietovereenkomsten in de vorm van financieringshuur.
1. Exclusieve vorm van zekerheid
De verhuurder mag slechts één zekerheid opleggen: een deposito op een termijnrekening, geopend op naam van de consument bij een kredietinstelling. Dit is een strikte beperking. Andere zakelijke zekerheden (zoals een pand op roerende goederen of borgstelling) zijn uitdrukkelijk uitgesloten.
De intresten die dit deposito oplevert, worden gekapitaliseerd en behoren toe aan de consument. De wetgever wilde hiermee vermijden dat de verhuurder eenzijdig voordelen zou halen uit het geblokkeerde bedrag.
2. Bijzonder voorrecht voor de verhuurder
Op het saldo van die termijnrekening rust een bijzonder voorrecht in het voordeel van de verhuurder, maar dit uitsluitend voor schuldvorderingen die voortkomen uit de niet-nakoming van de financieringshuurovereenkomst. Vorderingen uit andere rechtsverhoudingen vallen er niet onder.
3. Vrijgave van de termijnrekening
Het saldo van de rekening kan enkel vrijgegeven worden:
-
na een rechterlijke beslissing (die steeds uitvoerbaar is bij voorraad, ongeacht beroep of verzet), of
-
na een schriftelijk akkoord tussen partijen, gesloten na wanprestatie of na volledige uitvoering van de overeenkomst.
Hiermee wordt gewaarborgd dat de huurder niet zomaar zijn waarborg verliest, en dat de verhuurder enkel toegang krijgt tot het saldo onder strikte voorwaarden.
4. Vergelijking met de woninghuurwaarborg
De regeling vertoont duidelijke gelijkenissen met de huurwaarborg bij woninghuur:
-
Ook daar moet de waarborg op een geblokkeerde rekening op naam van de huurder worden geplaatst.
-
De intresten komen de huurder toe.
-
De vrijgave gebeurt pas na akkoord of rechterlijke beslissing.
Toch bestaan er ook verschillen:
-
Bij woninghuur kan de waarborg niet enkel uit een geldsom bestaan. Het is bijvoorbeeld ook mogelijk dat de waarborg wordt gesteld via een bankwaarborg of via het OCMW.
-
Bij financieringshuur is de wet strenger: alleen een termijnrekening is toegelaten, andere zekerheden zijn volledig uitgesloten.
Deze strengere beperking vloeit voort uit de bijzondere aard van de financieringshuur: het gaat om een kredietovereenkomst die de consument in een financieel afhankelijke positie plaatst. De wetgever heeft hier gekozen voor maximale bescherming van de consument.
5. Sanctie bij afwijking
Wanneer de verhuurder toch een andere zekerheid eist dan het deposito op termijnrekening, is dit beding strijdig met de wet en dus nietig. De consument hoeft in dat geval aan een dergelijke onwettige zekerheid geen gevolg te geven.
6. Besluit
Artikel VII.82 WER (voorheen art. 53 WCK) verankert een evenwicht: de verhuurder krijgt zekerheid via een bijzonder voorrecht op de termijnrekening, terwijl de consument beschermd blijft tegen buitensporige of ondoorzichtige zekerheden. Het systeem sluit nauw aan bij de woninghuurwaarborg, maar is strenger en beperkter in zijn uitwerking, gezien de kredietrechtelijke context waarin de financieringshuur zich afspeelt.
Tekst van de bepalingArt. 53 WCK (VII. 82 WER):
"Indien de verhuurder vanwege de consument een zakelijke zekerheid vraagt, kan deze niet worden gesteld dan bij wege van een deposito tot zekerheid in de vorm van een termijnrekening, daartoe op naam van de consument geopend bijeen kredietinstelling. De interest opgebracht door het aldus in deposito gegeven bedrag wordt gekapitaliseerd. De verhuurder heeft een bijzonder voorrecht op het saldo van de in het eerste lid bedoelde rekening, voor elke schuldvordering wegens niet-nakoming van de financieringshuurovereenkomst. Over het saldo kan niet worden beschikt dan op grond van een beslissing van de rechter of van een schriftelijk akkoord gesloten na wanprestatie of na uitvoering van de overeenkomst. Die beslissing is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet of hoger beroep en zonder borgtocht noch kantonnement".
FAQ – Waarborgregeling bij financieringshuur (art. VII.82 WER, voorheen art. 53 WCK)
Wat regelt artikel VII.82 WER precies?
Het artikel bepaalt dat de verhuurder bij financieringshuur enkel een waarborg mag vragen in de vorm van een deposito op een termijnrekening, geopend op naam van de consument bij een kredietinstelling.
Waarom enkel een termijnrekening?
De wetgever wilde vermijden dat de consument te zwaar zou worden belast met ingewikkelde of onevenwichtige zekerheden. De termijnrekening is transparant: het geld staat geblokkeerd, brengt intresten op, en blijft op naam van de consument.
Mag de verhuurder een andere vorm van zekerheid vragen?
Nee. Elke andere vorm van zakelijke zekerheid – zoals een pand, borgtocht of overdracht van inkomsten – is nietig. De consument hoeft hier niet op in te gaan.
Wie krijgt de intresten op de rekening?
De intresten worden gekapitaliseerd en behoren toe aan de consument. Zo wordt vermeden dat de verhuurder voordeel haalt uit de geblokkeerde som.
Heeft de verhuurder rechten op de rekening?
Ja. De verhuurder krijgt een bijzonder voorrecht op het saldo, maar uitsluitend voor schuldvorderingen die voortkomen uit de niet-nakoming van de financieringshuurovereenkomst.
Hoe kan de waarborg worden vrijgegeven?
Dat kan enkel:
-
na een rechterlijke beslissing (altijd uitvoerbaar bij voorraad, dus onmiddellijk uitvoerbaar ondanks beroep of verzet), of
-
na een schriftelijk akkoord tussen partijen, gesloten na wanprestatie of na volledige uitvoering van de overeenkomst.
Praktijkvoorbeeld 1 – einde van de overeenkomst
Een consument heeft alle termijnen betaald. Partijen tekenen een document dat de overeenkomst volledig uitgevoerd is. Op basis van dit akkoord kan de bank de waarborg vrijgeven aan de consument.
Praktijkvoorbeeld 2 – wanprestatie van de consument
De consument betaalt gedurende meerdere maanden niet. De verhuurder dagvaardt en de rechter beslist dat de waarborg mag aangesproken worden. Die beslissing is meteen uitvoerbaar, zelfs al gaat de consument in beroep.
Praktijkvoorbeeld 3 – faillissement van de consument
Zelfs wanneer de consument failliet gaat, kan de verhuurder zijn voorrecht uitoefenen. De curator moet rekening houden met het wettelijke voorrecht van de verhuurder op het saldo van de termijnrekening.
Hoe verschilt dit van de huurwaarborg bij woninghuur?
-
Gelijkenissen:
-
waarborg op een geblokkeerde rekening,
-
intresten komen toe aan de huurder,
-
vrijgave enkel bij akkoord of rechterlijke beslissing.
-
Verschillen:
-
bij woninghuur bestaan meerdere vormen van waarborg (rekening, bankwaarborg, OCMW),
-
bij financieringshuur is enkel een termijnrekening toegestaan.
Wat als de verhuurder toch een andere zekerheid vraagt?
Een dergelijk beding is ongeldig. Voorbeeld: een verhuurder die vraagt om de wagen van de consument in pand te geven, handelt in strijd met de wet. De consument kan weigeren zonder nadelige gevolgen.