Op de werknemer die op het grondgebied van één lidstaat werkt, is de socialezekerheidswetgeving van die werkstaat van toepassing, zelfs indien hij woont in een andere lidstaat of in dienst is van een onderneming die in een andere lidstaat is gevestigd. Deze regel wordt de «lex loci laboris» genoemd.
Het uitgangspunt van de lex loco laboris garandeert de gelijke behandeling van alle personen die op hetzelfde grondgebied werkzaam zijn (gelijkheid op de werkvloer) en de gelijke concurrentie tussen ondernemingen die actief zijn in die lidstaat («same level playing field»).
Afwijkingen van dit principe.
Deze zijn mogelijk in het kader van een tijdelijke uitzending, de detachering. Immers een kortstondige aansluiting bij het socialezekerheidsstelsel van de werkstaat brengt administratieve complicaties met zich mee, zowel voor werknemer als werkgever, die het vrij verkeer van werknemers als het vrij verkeer van diensten belemmeren. In deze situaties is een detacheringbepaling aangewezen waarbij het socialezekerheidsstelsel van de uitzendende lidstaat van toepassing blijft,
Let wel deze uitzondering op het werklandprincipe kan echter enkel worden verantwoord indien er een aantal vereisten cumulatief zijn vervuld. Een van deze vereisten bestaat erin dat de werkgever normaliter zijn werkzaamheden in de vestiginglidstaat moet verrichten en dus een bijzondere band moet hebben met de lidstaat waarin hij is gevestigd. Deze voorwaarde wordt verduidelijkt in de toepassingsverordeningen 987/2009, meer bepaald in artikel 14, lid 2 stellende dat deze voorwaardepas is vervuld indien de werkgever substantiële activiteiten in de vestigingsstaat verricht. Hiermee wordt bedoeld dat zuivere interne beheersactiviteiten niet volstaan en niet in overweging kunnen genomen worden bij de beoordeling van deze voorwaarden.
Bij het onderzoek van deze criteria horen onder meer volgende organisatorische criteria en bedrijfseconomische criteria:
- De plaats waar de onderneming is gevestigd en waar zij haar hoofdkantoor heeft,
- het aantal administratieve personeelsleden dat in de lidstaat van vestiging respectievelijk de andere lidstaat werkzaam is,
- de plaats waar de gedetacheerde werknemers worden aangeworven;
- de plaats waar het merendeel van de contracten met de klanten wordt gesloten,
- het recht dat op de arbeidscontracten van de onderneming met haar werknemers enerzijds, en de contracten met haar klanten anderzijds van toepassing is,
- de omzet die gedurende een voldoende representatieve periode in elk van de betrokken lidstaten is behaald
Deze lijst is niet uitputtend, aangezien de keuze van de criteria aan elk specifiek geval moet worden aangepast
Een uitzendkantoor kan worden beschouwd als een onderneming die zijn werkzaamheden normaal in de vestigingslidstaat verricht en daardoor gebruik kan maken van de detacheringsuitzondering indien het zijn uitzendkrachten in de vestigingsstaat in noemenswaardige of aanzienlijke mate ter beschikking stelt van inlenende ondernemingen die daar zijn gevestigd en daar hun activiteiten uitoefenen.