Diefstal bij nacht is een verzwarende omstandigheid van het misdrijf diefstal.
Uittreksel uit artikel 471 Strafwetboek 1867: In de gevallen van de artikelen 468, 469 en 470 Sw. 1867is de straf de opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar :
[...]
indien het misdrijf gepleegd wordt bij nacht;
De bepaling van het begrip nacht, opgenomen in Boek II, Titel IX, Hoofdstuk 1, Afdeling III Strafwetboek, heeft enkel betrekking op de diefstallen vermeld in hoofdstuk 1 van Titel IX van Boek II van het Strafwetboek. Het opschrift van titel IX van dit hoofdstuk, «Betekenis van sommige in dit wetboek voorkomende uitdrukkingen» doet hieraan geen afbreuk, daar art. 478 Sw. alleen een definitie geeft van het begrip «diefstal bij nacht».
Art. 478 Sw. 1867 geeft geen definitie van het begrip «nacht», maar wel van het begrip «diefstal bij nacht», namelijk een strafbaar feit dat naar zijn aard verschillend is van het verstoren van de nachtrust bedoeld in art. 561/1 Sw. 1867 Het begrip nacht zoals bepaald in art. 561/1 Strafwetboek 1867(verstoren nachtrust) gedefinieerd als de periode die valt binnen de periode van meer dan een uur voor zonsopgang en meer dan een uur na zonsondergang, heeft derhalve niets vandoen met de term "nacht" bij de verzwarende grond van diefstal.
Let wel Definitie nacht in het strafwetboek 2024 (van kracht 8 april 2026).
Zie ook de
bestraffing van het misdrijf Diefstal onder de gelding van het Sw. 2024
Art. 466 Sw. 2024 (Inwerkingtreding 8 april 2026) Verzwaarde diefstal zonder geweld of bedreiging stelt:
“Diefstal zonder geweld of bedreiging wordt bestraft met een straf van niveau 3 indien:
1° de dader een niet voor het publiek toegankelijke plaats is binnengedrongen om de diefstal te plegen, terwijl hij moest vermoeden dat zich daar een of meer personen bevonden;
2° de diefstal werd gepleegd ten nadele van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand;
3° de daders of een van hen een valse identiteit of hoedanigheid hebben aangenomen of een vals bevel van het openbaar gezag hebben ingeroepen;
4° het misdrijf werd gepleegd bij nacht.”
Commentaar:
Deze bepaling in het Sw. 2024 strekt ten eerste ertoe een nieuw verzwarend bestanddeel in te voeren dat erin bestaat dat de dader van de diefstal een niet voor het publiek toegankelijke plaats binnendringt, terwijl hij moest vermoeden dat zich aldaar een of meer personen bevonden.
Op vermetele wijze aarzelen dieven steeds minder vaak om binnen te dringen in een woning terwijl zij kunnen vermoeden dat de bewoners zich aldaar bevinden, waarbij zij bereid zijn om het risico te nemen dat zij een rechtstreekse confrontatie met hen aangaan die, in voorkomend geval, kan ontaarden in geweld of bedreiging of zelfs ernstigere feiten. Bovendien is het bijzonder traumatiserend voor de slachtoffers om te weten dat dieven zijn binnengedrongen in hun woning terwijl zij zich aldaar bevonden, of erger, om fysiek te worden geconfronteerd met dieven aan het werk in hun privéruimte. Daarom werd in het Sw. 2024 dat soort diefstal strenger bestraft zonder bovendien te vereisen dat effectief geweld of dreiging zou zijn gebruikt. Dat verzwarend bestanddeel vervangt de verzwarende omstandigheid van braak, inklimming of valse sleutels onder de gelding van het Sw. 1867.
De bepaling behoudt eveneens drie andere omstandigheden als verzwarende bestanddelen van de diefstal gepleegd zonder geweld of bedreiging, te weten wanneer de diefstal wordt gepleegd jegens een minderjarige persoon of een persoon in een kwetsbare toestand of indien de daders of een van hen een valse identiteit of valse hoedanigheid hebben aangenomen of wanneer zij een vals bevel van het openbaar gezag inroepen. De keuze werd gemaakt om zich niet te beperken tot de titel van openbaar ambtenaar, maar om enige (valse) hoedanigheid of identiteit te beogen die van die aard is dat het vertrouwen van het slachtoffer wordt misleid (bijvoorbeeld een persoon die zich uitgeeft voor een werknemer van de watermaatschappij). De valse hoedanigheid kan het gevolg zijn van het gebruik van uniformen of insignes die de dader van de feiten draagt.
Daarnaast wordt er in het Sw. 2024 ook voor gekozen om naar analogie met de brandstichting de omstandigheid dat de diefstal bij nacht werd gepleegd (zoals gedefinieerd in de voorafgaande titel) een verzwarend bestanddeel te laten uitmaken bij de diefstal zonder geweld of bedreiging.
De straf waarin is voorzien is een straf van niveau 3. Er moet worden opgemerkt dat in geval van herhaling of samenloop van verschillende diefstallen van dat soort een straf van niveau 4 kan worden uitgesproken.