Een termijn wordt gerekend vanaf de dag na die van de akte of van de gebeurtenis die hem doet ingaan.
De regels van dies a quo en dies ad quem in de termijnberekening naar Belgisch recht
De begrippen dies a quo en dies ad quem vormen de pijlers van de berekening van elke termijn in het Belgisch recht, zowel voor verjaringstermijnen als voor procedurele termijnen. Ze bepalen respectievelijk het begin- en het eindpunt van de termijn, en hun interpretatie is essentieel om de juiste duur en het exacte verstrijken van een termijn te bepalen.
1. De dies a quo – het begin van de termijn
De dies a quo is de dag waarop de termijn begint te lopen, maar die dag wordt in beginsel niet meegerekend in de termijn zelf. Dat uitgangspunt steunt op een klassiek rechtsbeginsel: men telt geen onvolledige dag mee in een termijn die in dagen is uitgedrukt. Dit geldt zowel voor burgerrechtelijke als voor gerechtelijke termijnen.
De termijn begint dus te lopen op de dag die volgt op het feit, de handeling of de gebeurtenis die haar doet aanvangen.
-
Als een partij bijvoorbeeld op 10 maart een aangetekende kennisgeving ontvangt, begint de termijn van vijftien dagen om te reageren te lopen op 11 maart.
-
De dag van ontvangst (10 maart) is de dies a quo en wordt niet meegerekend, omdat deze dag geen volledige tijdseenheid vormt.
Deze regel heeft een dubbel doel: ze vereenvoudigt de berekening en verzoent recht en feit. Door de eerste dag uit te sluiten, krijgt de betrokken partij steeds de volledige termijn ter beschikking.
In uitzonderlijke gevallen kan de wet zelf een afwijkende bepaling voorzien en uitdrukkelijk bepalen dat de termijn vanaf de dag van het feit begint te lopen, bijvoorbeeld “vanaf de dag van betekening” of “vanaf de kennisgeving”. Zulke bepalingen moeten strikt worden geïnterpreteerd, omdat ze afwijken van de algemene regel.
2. De dies ad quem – het einde van de termijn
De dies ad quem is de laatste dag van de termijn. In het Belgische recht geldt de algemene regel dat de termijn volledig moet zijn verstreken voordat men ze als verlopen beschouwt. De termijn eindigt dus op het einde van de laatste dag — doorgaans om middernacht.
De berekening gebeurt “van datum tot datum”: een termijn van één maand die begint te lopen op 11 maart, verstrijkt op 11 april om middernacht.
Een belangrijk verschil bestaat tussen materiële en procedurele termijnen:
-
Bij materiële termijnen, zoals verjaring, zijn weekends en feestdagen inbegrepen. Als de dies ad quem (laatste dag) op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag valt, vervalt de termijn toch op die dag. De verjaring is dus verworven ongeacht de aard van de dag.
-
Bij procedurele termijnen (zoals beroepstermijnen) bepaalt artikel 53 van het Gerechtelijk Wetboek dat wanneer de laatste dag op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag valt, de vervaldag wordt verschoven naar de eerstvolgende werkdag. Deze regel geldt om te voorkomen dat proceshandelingen onmogelijk zouden zijn wegens sluiting van rechtbanken of griffies.
De dies ad quem wordt dus steeds meegeteld, maar de uitoefening van het recht moet uiterlijk die dag gebeuren — tenzij de wet toelaat dat handelingen nog geldig worden gesteld op de eerstvolgende werkdag (zoals in procedureel recht).
3. Rekening houden met de aard van de termijn
Het Belgisch recht maakt onderscheid tussen:
-
Termijnen in dagen: de berekening begint de dag na het constitutieve feit (de dies a quo wordt niet meegerekend) en omvat de einddag (dies ad quem).
-
Termijnen in maanden of jaren: de termijn eindigt op de dag die hetzelfde cijfer draagt als de begindag, één of meerdere maanden of jaren later. Indien de eindmaand dit cijfer niet bevat (zoals 31 februari), eindigt de termijn op de laatste dag van die maand.
4. Het doel van deze regels
De regels over dies a quo en dies ad quem hebben als doel uniformiteit, rechtszekerheid en voorspelbaarheid te verzekeren.
-
Zij voorkomen dat de duur van een termijn afhangt van toevallige omstandigheden (zoals het uur van betekening).
-
Zij zorgen ervoor dat alle partijen weten tot wanneer zij geldig kunnen handelen.
-
Zij vermijden dat men door interpretatieverschillen onzekerheid creëert over het moment waarop rechten vervallen of verjaren.
5. Samenvatting
In het Belgisch recht:
-
De dies a quo wordt niet meegerekend, behalve wanneer de wet dit uitdrukkelijk bepaalt.
-
De dies ad quem wordt wel meegerekend: de termijn verstrijkt aan het einde van die dag.
-
Voor materiële termijnen (zoals verjaring) tellen weekends en feestdagen gewoon mee; voor procedurele termijnen worden zij geneutraliseerd door artikel 53 Ger.W.
-
De berekening gebeurt van datum tot datum, ongeacht de lengte van de maanden of het aantal dagen in een jaar.
De logica van deze regels is die van de volledige en zekere tijdsduur: elke partij beschikt over een volledig aantal dagen, maanden of jaren, en niemand kan door toevallige omstandigheden een voordeel of nadeel ondervinden bij het verstrijken van de termijn. Daarmee vormen dies a quo en dies ad quem het fundament van een consequent en voorspelbaar termijnenstelsel binnen het Belgische recht.