De grondslag van het recht op ereloon bevindt zich in een wederkerige overeenkomst tussen een advocaat en zijn cliënt, waarbij de cliënt een advocaat meestal raadpleegt om bepaalde problemen op te lossen, al dan niet mits een procedurele tussenkomst, en de cliënt daarom de advocaat vrij en bewust kiest voor de door hem verwachte kwaliteiten;
De overeenkomst die aldus tot stand komt strekt partijen tot wet conform art. 1134 BW, en ook loyaal dient te worden ten uitvoer gelegd;
Deze overeenkomst is onderworpen aan de wet betreffende de onrechtmatige bedingen van 02.08.2002, maar aan het principe van het recht op ereloon bij raadpleging van een cliënt kan nooit geen afbreuk worden gedaan. Dergelijke afbreuk kan ook niet gedaan worden zonder art. 1134 BW te negeren;
Een advocaat heeft een principieel recht op ereloon en dit recht is ook afdwingbaar.
Ter zake dient onderscheid gemaakt tussen het instrumentum en het negotium. Het negotium betreft de opdracht die door de cliënt is gegeven aan een advocaat. Het instrumentum staat daarvan los, omdat dit zowel mondeling kan nu art. XIV.18 par. 1 W.E.R. niet expliciet voorschrijft dat ter zake een geschrift wordt opgemaakt.
A contrario kan hieruit worden afgeleid dat er geen verplichting is om de precontractuele informatie schriftelijk mee te delen, laat staan dat er een verplichting zou zijn de overeenkomst op schrift te stellen;
Dat wel integendeel het net ter zake het beroep van advocaat essentieel is dat de mogelijkheid van een mondelinge opdracht openblijft, zo niet de essentiële rechten in een rechtstaat op verdediging in het gedrang komen, wanneer er op een bepaald ogenblik geen of onvoldoende middelen voorhanden zijn om een uitgebreide overeenkomst op papier te zetten;
Een aantal bepalingen uit de wetgeving op de onrechtmatige bedingen zijn weliswaar van dwingend recht zijn, maar men kan niet stellen dat art. 446ter Ger.W. niet van dwingend recht zou zijn, nu de rechtspraak ter zake gedingen van voor en na de wetswijziging van 21.06.2006 geoordeeld heeft dat de bepaling van dwingend recht is (Hof Antwerpen 12.02.2007, RW 2007-08, 1117; Hof Antwerpen 25.06.2012, geciteerd in F. MOEYKENS, Het Ereloon van de Advocaat, Story 2014, p. 11 en volgende);
Ter zake kan er mogelijk tegenspraak zijn tussen 2 bepalingen van dwingend recht, maar dan dient rekening te worden gehouden met de onderliggend beschermde belangen, en dan dient de rechtbank desbetreffend te oordelen dat het belang van de Staat en zijn burgers bij de handhaving van de rechten op verdediging zwaarder moet wegen dan het recht op volledige inlichtingen.
Aldus kan de rechter art. 446ter eerste lid Ger.W. zwaarder laten wegen, en ook de achterliggende argumentatie. Overigens aanvaardt de rechtspraak al langer dat de internationale openbare orde (zoals de Europese richtlijn) en de nationale openbare orde op gelijke voet dienen te worden behandeld door de rechter;
Het recht op ereloon dient te worden beoordeeld tegen de achtergrond van art. 446ter eerste lid Ger.W.
Dit betekent dan ook dat de rechter moet nagaan of het aangerekend ereloon kennelijk overdreven is.
In deze zaak oordeelde de rechter bij vonnis in 2018 dat een aangerekend ereloon van 125 euro per uur voor een advocaat met 20 jaar balie zeker niet overdreven is.
Het aanrekenen van kosten op procentuele basis valt onder de wettelijke vrijheid van art. 446ter Ger.W. van de advocaat die principieel vrijelijk het systeem kan kiezen volgens het welke hij zijn ereloon en kosten begroot.
Gelet op de toepassing van het W.E.R. en gelet op de loyauteitsverplichting is er een noodzakelijkerwijze voorafgaandelijke informatieplicht van een advocaat.
Aan deze verplichting is voldaan wanneer de hele ereloonstructuur beschikbaar is op de website van e advocaat en er aldus permanente informatie is.
Precontractuele informatie inzake ereloontarieven dient door een advocaat niet schriftelijk medegedeeld. De cliënt draagt de bewijslast dat deze verplichting niet nageleefd is.
Het ter beschikking stellen van de informatie op de website van de advocaat, volstaat in het raam van het WER.