Niet alle inkomsten uit onroerend goed worden effectief belast. De wet voorziet een aantal vrijstellingen die verband houden met het maatschappelijk nut of met de persoonlijke situatie van de eigenaar.
Een eerste belangrijke categorie betreft onroerende goederen die zonder winstoogmerk worden aangewend voor specifieke doeleinden. Voorbeelden zijn gebouwen bestemd voor de openbare eredienst, voor vrijzinnige morele dienstverlening of voor onderwijs. Ook hospitalen, klinieken, dispensaria, rusthuizen en soortgelijke weldadigheidsinstellingen genieten een vrijstelling. De afwezigheid van winstoogmerk wordt beoordeeld bij degene die het goed daadwerkelijk voor die doeleinden gebruikt. Het feit dat er inkomsten worden verkregen, sluit de vrijstelling niet uit zolang die opbrengsten worden aangewend voor het onderhouden of uitbreiden van de maatschappelijke activiteit.
Daarnaast zijn er vrijstellingen voor gronden die verhuurd worden onder de vorm van een loopbaanpacht of een vergelijkbare langdurige pachtovereenkomst binnen de Europese Economische Ruimte. Het doel hiervan is het stimuleren van duurzame landbouw en landgebruik.
Een van de meest gekende vrijstellingen is die voor de eigen woning. Het kadastraal inkomen van de woning die de belastingplichtige zelf betrekt, wordt vrijgesteld van belasting, met uitzondering van de onroerende voorheffing. Deze vrijstelling blijft gelden wanneer de woning tijdelijk niet kan worden betrokken om redenen van beroepsverplaatsing, sociale omstandigheden of lopende bouw- of verbouwingswerken. Ook wanneer gehuwden meerdere woningen bezitten, wordt de vrijstelling slechts voor één woning toegekend, met name de woning die zij samen betrekken. Het beroepsmatig gebruikte gedeelte van de woning blijft evenwel steeds belastbaar.
De notie “eigen woning” wordt strikt toegepast en beoordeeld per dag. Dit betekent dat wijzigingen in de gezinssituatie of beroepsomstandigheden onmiddellijk effect kunnen hebben op de fiscale behandeling.
De vrijstellingen tonen aan dat de vastgoedfiscaliteit niet enkel draait rond het heffen van belasting, maar ook instrumenteel wordt ingezet om bepaalde maatschappelijke keuzes te ondersteunen. Ze verlichten de fiscale druk in situaties waarin het onroerend goed een sociale, educatieve of persoonlijke rol vervult die verder gaat dan louter privébezit of commerciële exploitatie.