Partijen nemen vaak een uitdrukkelijk niet-concurrentiebeding op bij de overdracht van een handelszaak of aandelen. Zo wordt vermeden dat de verkoper onmiddellijk activiteiten zou ontwikkelen die de waarde van de overdracht ondermijnen.
Een dergelijk beding is echter slechts geldig wanneer het beantwoordt aan strikte voorwaarden. Het moet in overeenstemming zijn met de vrijheid van handel en nijverheid, en mag niet leiden tot een buitensporige beperking van het recht van de verkoper om in zijn levensonderhoud te voorzien.
De rechtspraak en rechtsleer hebben drie criteria ontwikkeld om de geldigheid te beoordelen:
-
Beperking naar activiteit: het beding mag enkel betrekking hebben op activiteiten die rechtstreeks verband houden met de overgedragen handelszaak of de vennootschap.
-
Beperking in tijd: de duur moet redelijk zijn. Wat toelaatbaar is, hangt af van de aard van de activiteit, de betrokken markt en de concrete omstandigheden.
-
Beperking in ruimte: het verbod mag zich niet uitstrekken tot een ruimer gebied dan noodzakelijk is om de koper te beschermen tegen reële concurrentie.
Wanneer het niet-concurrentiebeding verder gaat dan deze grenzen, kan het door de rechter ongeldig worden verklaard. De rechter kan het beding niet matigen of gedeeltelijk geldig verklaren: een te verregaand beding valt in zijn geheel weg.
Het doel van de clausule moet steeds zijn om de koper een redelijke kans te geven om het cliënteel of de onderneming te behouden en verder te ontwikkelen.
FAQ
Wanneer is een niet-concurrentiebeding geldig?
Wanneer het beperkt is tot de relevante activiteiten, redelijk is in tijdsduur en geografisch niet verder gaat dan nodig om de koper te beschermen.
Kan de rechter een te ruim beding verkorten of aanpassen?
Neen. Indien de clausule ongeldig is, kan de rechter ze niet gedeeltelijk aanpassen, maar moet hij ze volledig buiten toepassing laten.
Geldt dit zowel bij handelszaak als bij aandelenoverdracht?
Ja, al is er bij een aandelenoverdracht zonder beding geen impliciet verbod op concurrentie. Het beding moet dus uitdrukkelijk worden opgenomen.
Wat is de achterliggende gedachte?
Een evenwicht tussen de bescherming van de koper tegen concurrentie en het recht van de verkoper om een beroep uit te oefenen en in zijn levensonderhoud te voorzien.