Net zoals in de overeenkomsten tussen ondernemingen en consumenten zijn er expliciete onrechtmatige en verboden bedingen.
De contractvrijheid van ondernemingen wordt beperkt in die zin dat ook voor contracten tussen ondernemingen onderling (b2b) geldt dat een contractueel beding onrechtmatig en verboden is wanneer het, al dan niet in samenhang met andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen.
In de zogenaamde zwarte lijst zijn de bedingen opgenomen, die principieel zonder verdere beoordeling onrechtmatig en verboden zijn.
De bedingen die in die grijze lijst zijn opgenomen, worden vermoed onrechtmatig en verboden te zijn, maar het tegenbewijs kan worden geleverd.
Zwarte lijst van onrechtmatige bedingen
a) Onherroepelijke verbintenis versus verbintenis onder potestatieve voorwaardeArt. VI.91/4, 1o WER verbiedt bedingen die ertoe strekken te voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de ene onderneming, terwijl de uitvoering van de prestaties van de andere onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil.
b) Eenzijdige interpretatiebedingen (Art. VI.91/4, 2° WER)
c) Afstand van elk middel van verhaal (o.m. ontzeggen van toegang tot de rechter). (Art. VI.91/4, 2° WER)
d) Onweerlegbare kennisname- of aanvaardingsbedingen (art. VI.91/4, 4° WER)
Grijze lijst van onrechtmatige bedingen
a) Eenzijdige wijzigingsbedingen (art. VI.91/5, 1° WER)
b) Bedingen inzake de duur van een overeenkomst: stilzwijgende verlenging of vernieuwing en redelijke opzegtermijn
i. bedingen die ertoe strekken een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend te verlengen of te vernieuwen, zonder opgave van een redelijke opzegtermijn (art. VI.91/5, 2° WER).
ii. bedingen die ertoe strekken, onverminderd art. 1184 BW, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn (art. VI.91/5, 5° WER).[volgens de letter van de wet impliceert dit dat ook overeenkomsten van bepaalde duur mits een redelijke opzegtermijn moeten kunnen beëindigd]
c) Contractuele omkering van het economisch risico eonder tegenprestatie (art. VI.91/5, 3° WER).
d) Ongepaste contractuele beperking of uitsluiting van de wettelijke rechten in geval van wanprestatie(art. VI.91/5, 4° WER).
e) Bepaalde exoneratieclausules (art. VI.91/5, 6° WER).
f) Bedingen tot beperking van bewijsmiddelen (art. VI.91/5, 7° WER).
g) Excessieve schadebedingen (art. VI.91/5, 8° WER).
Uitsluiting kernbedingen
De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd
zie art. 16 houdende wijziging van het Wetboek van Economisch Recht met betrekking tot misbruiken van economische afhankelijkheid, onrechtmatige bedingen en oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen tot invoeging van art. VI.91/3 in het WER:
Art. 16. van de wet van 4 april 2019 In dezelfde titel 3/1, wordt een artikel VI.91/3 ingevoegd, luidende :
"Art. VI.91/3. § 1. Voor de toepassing van deze titel is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig.
§ 2. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft.
Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in artikel VI.91/2, eerste lid, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding.
De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten, voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd.".