Het nieuw Burgerlijk Wetboek heeft het vroegere artikel 801 oud BW vervangen door artikel 4.51. De inhoudelijke kern bleef behouden: het voorrecht van boedelbeschrijving vervalt voor de erfgenaam die zich schuldig maakt aan heling, of die, wetens en willens en te kwader trouw, nalaat goederen van de nalatenschap in de boedelbeschrijving te doen opnemen.
Ratio legis
De aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving strekt ertoe de erfgenaam te beschermen tegen schulden van de nalatenschap en tegelijk de schuldeisers te waarborgen dat zij betaald worden uit het vermogen van de nalatenschap. Wanneer de erfgenaam goederen opzettelijk verbergt of weglaat, misbruikt hij dit beschermingsmechanisme. Het verval van het voorrecht vormt dan de logische sanctie: de erfgenaam wordt geacht zuiver te hebben aanvaard en verliest de scheiding tussen eigen vermogen en nalatenschap.
Vereiste van kwade trouw
Niet elke vergetelheid leidt tot verval. Enkel indien wordt aangetoond dat de erfgenaam bewust en te kwader trouw goederen verborgen heeft gehouden of niet heeft doen opnemen, treedt de sanctie in werking. Onwetendheid of onopzettelijke fouten vallen hierbuiten. Zodra de erfgenaam kennis krijgt van verzwegen goederen, moet hij die spontaan en zonder dralen in een aanvullende inventaris laten opnemen.
Reikwijdte van de heling
De heling moet betrekking hebben op goederen die daadwerkelijk tot de nalatenschap behoren. Indien het gaat om goederen waarvan later blijkt dat ze tot het eigen vermogen van de erfgenaam behoren, is het verval niet aan de orde.
Uitzonderingen
De erfgenaam kan de sanctie vermijden indien hij vóór de eedaflegging van de boedelbeschrijving spontaan het verzwegen goed alsnog opgeeft. Ook wanneer alle mede-erfgenamen en de schuldeisers volledig op de hoogte zijn en uitdrukkelijk afzien van de toepassing van de sanctie, blijft het voorrecht behouden.
Gevolgen van het verval
Een vervallen erfgenaam wordt geacht de nalatenschap zuiver te hebben aanvaard. Hij is dus onbeperkt gehouden voor de schulden van de nalatenschap en kan zich niet langer beroepen op de scheiding van vermogens. Voor de schuldeisers betekent dit dat zij zich rechtstreeks kunnen verhalen op het persoonlijke vermogen van de erfgenaam.
Beperkte toepassingssfeer
Artikel 4.51 BW moet strikt worden toegepast. Enkel de in de wet uitdrukkelijk voorziene gevallen – heling of bewust en te kwader trouw verzwijgen – leiden tot het verval van het voorrecht. Andere tekortkomingen van de erfgenaam, zoals slecht beheer of het buiten de procedure betalen van schulden, kunnen aanleiding geven tot schadevergoeding maar niet tot verval van het voorrecht.