Artikel 1209, §§ 1 tot 3 Ger.W. bepalen:
"§ 1. De rechtbank beslist over alle geschillen die bij haar aanhangig worden gemaakt, met dien verstande dat zij de oplossing kan uitstellen tot het vonnis van homologatie wordt gewezen, en verleent de partijen akte van hun eventuele akkoorden.
- 2. De door de rechtbank vastgestelde akkoorden gelden als vonnis bedoeld in artikel 1043.
- 3. Het vonnis waarin het akkoord van de partijen over de verkoop, openbaar of uit de hand, van alle of een deel van de goederen wordt vastgesteld, machtigt de notaris-vereffenaar ertoe over te gaan tot deze verkoop, indien hij daartoe door ten minste een partij wordt verzocht.
Dit vonnis verleent aan de notaris-vereffenaar de bevoegdheden bedoeld in artikel 1224, § 4, tweede, derde en vierde lid, waarvan het de tekst overneemt in het beschikkende gedeelte."
Artikel 1209 Ger.W. kent aan een vonnis dat slechts een deelakkoord (en geen allesomvattend akkoord) vaststelt de waarde toe van het akkoordvonnis van artikel 1043 Ger.W., dat wel de vereiste stelt dat het akkoord allesomvattend is en aan het geding een einde stelt.
Hieruit blijkt duidelijk dat de wetgever deelakkoorden heeft willen begunstigen in het kader van een procedure van gerechtelijke vereffening en verdeling.
Opdat de verkoop zou kunnen worden bevolen van activa uit de onverdeeldheid in het vonnis dat de gerechtelijke vereffening en verdeling beveelt, moet er sprake zijn van een deelakkoord tussen alle deelgenoten.
Dit akkoord kwalificeert als akkoordvonnis, indien de rechter dit akkoord vaststelt.
Ook mondelinge akkoorden ter zitting kunnen door de rechter worden vastgesteld.
Een akkoordvonnis is en blijft echter ook een vonnis. De kwalificatie als vonnis verklaart waarom een akkoordvonnis niet kan worden aangevochten door middel van een vordering tot nietigverklaring, zoals bij een overeenkomst die bij notariële akte is opgesteld. Het in artikel 20 Ger.W. wettelijk verankerd gesloten rechtsmiddelensysteem verzet zich daartegen. Indien de partijen de overeenkomst (negotium) wensen aan te vechten, dienen zij een rechtsmiddel aan te wenden tegen het vonnis (instrumentum).
Er is een rechtsmiddel mogelijk indien het "akkoordvonnis" geen getrouwe weergave is van het tussen partijen gesloten akkoord. Dat geen vernietiging van de overeenkomst werd ingeroepen is niet dienend. De niet wettelijk tot stand gekomen overeenkomst waarnaar artikel 1043 Ger.W. verwijst, betreft slechts het akkoord van partijen maar niet de libel lering van dit akkoord door de rechter.
Er is immers slechts sprake van een akkoordvonnis wanneer het vonnis de tussen partijen gemaakte overeenkomst getrouw weergeeft. Het vonnis waarbij de tussen partijen gesloten overeenkomst door de rechter wordt gewijzigd, is geen akkoordvonnis en is voor voorziening vatbaar.
De hypothese waarin de rechter de overeenkomst niet correct verwoordt, is derhalve geen kritiek op de overeenkomst maar op het vonnis. Het jurisdictioneel instrumentum congrueert dan niet met het contractueel negotium. Dit gegeven is niet toerekenbaar aan de procespartijen maar aan de rechter.
zie ook: www.elfri.be - Rechtspraak - Hoger beroep tegen akkoordvonnis dat niet geldig/wettig is tot stand gekomen of strijdig is met de openbare orde