Krachtens artikel 31 Gerechtelijk Wetboek is het geschil onsplitsbaar in de zin van onder meer artikel 1053 van hetzelfde wetboek wanneer de gezamenlijke tenuitvoerlegging van de onderscheiden beslissingen waartoe het aanleiding geeft, materieel onmogelijk zou zijn.
Krachtens artikel 1053, eerste en derde lid, Gerechtelijk Wetboek moet, wanneer het geschil onsplitsbaar is, het hoger beroep, op straffe van niet-ontvankelijkheid, worden gericht tegen alle partijen wier belang in strijd is met dat van de appellant.
Krachtens artikel 1057, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek, moet de appellant, met uitzondering van het geval waarin het hoger beroep bij conclusie wordt ingesteld, in zijn akte tot hoger beroep, op straffe van nietigheid, opgave doen van de naam, de voornaam en de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats van de gedaagde in hoger beroep.
Aangezien de ontvankelijkheid van het hoger beroep de openbare orde raakt, dient de appelrechter ambtshalve toepassing te maken van voormelde wetsbepalingen en na te gaan of het hoger beroep, gelet op het voorwerp ervan, is gericht tegen alle partijen wier belang in strijd is met dat van de appellant, ongeacht de kwalificatie van die partijen door de appellant in zijn akte tot hoger beroep.