Het misdrijf aanranding van de eerbaarheid vereist een aanranding onder dwang van de seksuele integriteit van het slachtoffer zoals die door het collectief bewustzijn op het tijdstip van de feiten wordt ervaren; de feitenrechter kan vaststellen dat handelingen zoals knipogen, zijn tong uitsteken, het strelen van haren, nek of armen enz., die door degenen die deze handelingen hebben ondergaan als dubbelzinnig werden geïnterpreteerd, dienen beschouwd te worden als misplaatst, dubbelzinnig, uitdagend en zelfs grof zonder dat dit daarom objectief handelingen zijn die de eerbaarheid krenken en die immoreel dan wel obsceen zijn; uit de aldus vastgestelde feiten kan hij bijgevolg naar recht afleiden dat die handelingen het misdrijf aanranding van de eerbaarheid niet opleveren.
Let wel in het nieuwe seksueel strafrecht spreken we niet meer over aanranding van de eerbaarheid maar over de aantasting van de seksuele integriteit . Zie artikel Art. 417/7. Strafwetboek.
Let wel in het Strafwetboek 2024 (in werking 8 april 2026) stelt art. 134:
Art. 134. Aantasting van de seksuele integriteit:
“Aantasting van de seksuele integriteit is het opzettelijk stellen van een seksuele handeling op een persoon die daar niet in toestemt, al dan niet met behulp van een derde persoon die daar niet in toestemt, dan wel het laten stellen van een seksuele handeling door een persoon die daar niet in toestemt. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.
Wordt met aantasting van de seksuele integriteit gelijkgesteld het opzettelijk bewerkstelligen dat een persoon die daarmee niet instemt, getuige is van seksuele handelingen, of van seksueel misbruik, ook zonder dat deze daaraan hoeft deel te nemen.
Aantasting bestaat zodra er een begin van uitvoering is.”
Commentaar
De delictsomschrijving van aantasting van de seksuele integriteit moet als een overkoepelende restcategorie worden beschouwd. Alle bepalingen in deze afdeling van viseren niet-consensuele seksuele handelingen. Ofwel betreft het handelingen die vanwege hun aard seksueel zijn, zoals de niet-consensuele seksuele penetratie (cf. verkrachting) of elke andere niet-consensuele aanraking/ interactie die noodzakelijk verband houdt met de seksuele integriteit van een persoon. Dit laatste ressorteert dan onder kwalificatie van aantasting van de seksuele integriteit.
Veelal betreft het gedragingen die gericht zijn op het aanraken of het (doen) ontbloten van de vrouwelijke of mannelijke genitaliën of van de borsten van een vrouw, maar ook andere hypothesen kunnen worden geviseerd.
Herkwalificatie van verkrachting naar aantasting van de seksuele integriteit blijft steeds mogelijk gelet op het feit dat het onderscheidend criterium het bestanddeel van niet-consensuele seksuele penetratie betreft.
Is er geen interactie tussen dader en slachtoffer komt men mogelijks op het terrein van voyeurisme.
In het "nieuwe" seksueel strafrecht voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Sw. 2024 (8 april 2026) spreken we niet meer over aanranding van de eerbaarheid maar over de aantasting van de seksuele integriteit Zie artikel Art. 417/7. Strafwetboek 1867.
Art. 417/7. [1 Aantasting van de seksuele integriteit
Aantasting van de seksuele integriteit is het stellen van een seksuele handeling op een persoon die daar niet in toestemt, al dan niet met behulp van een derde persoon die daar niet in toestemt, dan wel het laten stellen van een seksuele handeling door een persoon die daar niet in toestemt. Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar.
Wordt met aantasting van de seksuele integriteit gelijkgesteld het bewerkstelligen dat een persoon die daarmee niet instemt, getuige is van seksuele handelingen, of van seksueel misbruik, ook zonder dat deze daaraan hoeft deel te nemen.
Aantasting bestaat zodra er een begin van uitvoering is.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2022-03-21/01, art. 8, 148; Inwerkingtreding : 01-06-2022>