Artikel 102, tweede lid, c) VWEU bepaalt:
"Onverenigbaar met de interne markt en verboden, voor zover de handel tussen lidstaten daardoor ongunstig kan worden beïnvloed, is het, dat een of meer ondernemingen misbruik maken van een machtspositie op de interne markt of op een wezenlijk deel daarvan.
Dit misbruik kan met name bestaan in:
( ... ) c) het toepassen ten opzichte van handelspartners van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hun daarmede nadeel berokkenend bij de mededinging;( ... )".
Voor de toepassing van artikel 102 VWEU moeten aldus één of meer ondernemingen beschikken over een machtspositie (i) op de interne markt of een wezenlijk deel ervan (ii) misbruik maken van die machtspositie (iii), in de mate dat de interstatelijke handel hierdoor ongunstig beïnvloed kan worden (iv). Overeenkomstig artikel 102, lid 2, c) VWEU bestaat het misbruik concreet uit het toepassen van ongelijke voorwaarden tegenover handelspartners bij gelijkwaardige prestaties, waarbij hen nadeel wordt berokkend (v).
Artikel IV.2, tweede lid, 3° WER is een spiegelbepaling van artikel 102 VWEU, met het verschil dat er sprake moet zijn van misbruik van machtspositie op het Belgisch grondgebied of een wezenlijk deel ervan:
"Het is verboden, zonder dat hiertoe een voorafgaande beslissing nodig is, dat één of meer ondernemingen misbruik maken van een machtspositie op de betrokken Belgische markt of op een wezenlijk deel daarvan.
Dit misbruik kan met name bestaan in:
( ... ) 3° het toepassen ten opzichte van handelspartners van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hun daarmede nadeel berokkenend bij de mededinging;( ... )."
Artikel 102 VWEU wordt simultaan toegepast wanneer dit misbruik tevens de handel tussen de lidstaten ongunstig kan beïnvloeden.
De inbreuk dient een merkbare invloed te hebben op de interstatelijk handel in de EU. Een geringe mogelijks zelfs vermeend omzetverlies duidt eerder op het tegendeel. .
Een eenvoudige verwijzing naar de afzetmarkt van de schadelijder volstaat niet als afbakening van de geografische markt. Dit vereist minstens de vaststelling van afwijkende concurrentievoorwaarden en een analyse van de activiteiten van zowel de aanbiedende als de concurrerende ondernemingen. Wat betreft de afbakening van de productmarkt volstaat het niet om eenvoudigweg het product te vermelden waarop de markt betrekking zou hebben. Een dergelijke afbakening vereist de onderlinge substitueerbaarheid van producten.
De beoordeling van een machtspositie vereist in principe een beoordeling van het marktaandeel van de onderzochte onderneming.
Ongeoorloofde prijsdifferentiatie vereist niet enkel het bewijs van een verschil in prijs, maar ook een effect op de mededinging tussen de afnemers of van de intentie om ongeoorloofd te differentiëren wat betreft de prijs.
Uit een eenvoudig verlies aan omzet kan geen schade worden afgeleid