De passage in een notariële basisakte van een appartementseigendom waarbij het verboden is (behoudens voor de bouwpromotoren/bouwheren die bij het verlijden van de basisakte zijn verschenen) de garages en/of de autostaanplaatsen (parkeerplaatsen) te verkopen aan andere personen dan de eigenaars van een woonentiteit (studio) of kantoorruimte kan door de rechter worden nietig verklaard.
Een dergelijke vordering behelst noch een geschil inzake gebruik, genot, onderhoud, behoud of beheer van het gemeenschappelijke goed in geval van mede-eigendom noch een vordering ingesteld op grond van de artikelen in het BW inzake mede-eigendom.
De vordering strekt niet tot vernietiging of wijziging van een onregelmatige, bedrieglijke of onrechtmatige beslissing van een algemene vergadering in de zin van artikel 577-9, § 2 BW. Een basisakte staat geenszins zonder meer gelijk met een beslissing van een algemene vergadering. De vordering strekt wel tot nietigverklaring van een passage in de notariële basisakte, en dit, zoals reeds aangegeven, omwille van pijnpunten die als dusdanig niet aan de hand van het (appartements)mede-eigendomsrecht op te lossen vallen.
De vordering valt dus niet binnen de bevoegdheid van de vrederechter maar van de rechtbank van eerste aanleg.
Ten overvloede zij aangestipt dat, in geval van twijfel, de rechtbank van eerste aanleg (als ‘gewoon rechtscollege’) sowieso de voorkeur verdient (art. 568, eerste lid Ger.W..
Een verbod de garages en/of de autostaanplaatsen (parkeerplaatsen) te verkopen aan andere personen dan de eigenaars van een studio of kantoorruimte van de appartementseigendom, vormt zonder meer een domper op het eigendomsrecht van de eigenaars van deze garages en autostaanplaatsen die zodoende niet vrij overdraagbaar zijn. Zij hebben als eigenaar niet alleen hoedanigheid maar ook afdoende actueel belang om deze domper in rechte te bestrijden. Het gaat daarbij niet om een zogeheten actio ad futurum. De passage verhindert hen in hun principieel vrije doen en laten als eigenaars van de bedoelde autostaanplaatsen.
Deze domper staat los van een concrete (rechts)handeling tot verkoop van de autostaanplaatsen. Het feit dat geen bewijs geleverd wordt van concrete vermogensschade, wanneer geen afdoende pogingen voorliggen tot verkoop van de autostaanplaatsen aan de eigenaars van een studio of kantoorruimte is hierbij niet van tel.
Het enkele gegeven dat de eigenaars van deze garages en autostaanplaatsen bij hun aankoop tevens de statuten van het appartementsgebouw (de basisakte en het reglement van mede-eigendom) hebben aangenomen, impliceert geen afstand van recht. Zij hebben zich niet voorgoed ‘geschikt’ naar de statuten, ook al hebben zij geen voorbehoud gemaakt
Elke eigenaar van een kavel kan ter zake zijn rechten individueel vrijwaren.
Het verbod tot vrije verkoop van de garages botst op niet-redelijk verantwoorde wijze met de principiële vrije overdraagbaarheid van goederen, die mede neerligt in de artikelen 537, eerste lid en 1598 oud BW.
De uitzondering brengt tot op heden mee dat er eigenaars zijn van een garage of autostaanplaats die geen eigenaar zijn van een studio of kantoorruimte (en natuurlijk ook omgekeerd).
In die omstandigheden komt de litigieuze uitzondering op de principiële vrije overdraagbaarheid van goederen onredelijk, ja zelfs illegitiem over
Een dergelijk verbod op de vrije overdraagbaarheid dient geen legitiem doel en maakt het voor de eigenaars van garages en autostaanplaatsen voorgoed onmogelijk om hun eigendom aan anderen dan eigenaars van een studio of kantoorruimte te verkopen/ vervreemden.
De principiële vrije overdraagbaarheid van goederen raakt overigens de openbare orde.