Overgangsrecht bij de hervorming van het huwelijksvermogensrecht: onmiddellijke toepassing en contractuele voorzichtigheid
De wet van 22 juli 2018 tot hervorming van het huwelijksvermogensrecht is in werking getreden op 1 september 2018. Zoals bij elke hervorming in het vermogensrecht rijst de vraag naar de toepassing in de tijd: geldt de nieuwe regeling voor alle huwelijken, ook die van vóór de inwerkingtreding? Hoe verhoudt de nieuwe wet zich tot bestaande huwelijkscontracten? En welke impact heeft dit op lopende vereffeningen?
De wetgever heeft gekozen voor een globale onmiddellijke toepassing, met enkele nuances ter bescherming van de gerechtvaardigde verwachtingen en verworven rechten van echtgenoten die onder de oude regeling zijn gehuwd.
1. Algemene regel: onmiddellijke toepassing op lopende huwelijken
De hervormingswet is in principe onmiddellijk van toepassing op alle huwelijken, ongeacht hun huwelijksdatum. Dit betekent dat echtgenoten die vóór 1 september 2018 zijn gehuwd, vanaf die datum onder het nieuwe recht vallen voor wat betreft:
-
de kwalificatie van goederen;
-
de vergoedingsrechten tussen vermogensmassa’s;
-
de regels over beheer en beschikking;
-
de billijkheidscorrectie;
-
de bescherming van cliënteel, beroepsgoederen, schadevergoedingen, levensverzekeringen, enz.
Deze onmiddellijke werking is in lijn met de praktijk van vroegere hervormingen in het huwelijksvermogensrecht (zoals in 1976 en 1981), waarbij de wetgever systematisch geopteerd heeft voor onmiddellijke toepassing, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald.
2. Geen terugwerkende kracht: bescherming van verworven rechten
Hoewel de nieuwe regels onmiddellijk van toepassing zijn, mogen zij geen afbreuk doen aan rechten die vóór 1 september 2018 definitief zijn ontstaan. Dat betekent concreet:
-
Goederen die vóór de inwerkingtreding onbetwistbaar als eigen of gemeenschappelijk zijn verworven, blijven die kwalificatie behouden.
-
Reeds uitgeoefende rechten op vergoeding of toewijzing blijven onder het oude recht vallen.
-
Lopende procedures of vereffeningen waarin bepaalde kwalificaties of vorderingen vaststonden vóór 1 september 2018, worden verder afgehandeld volgens het oude recht.
Met andere woorden: de hervorming geldt niet retroactief, maar wel prospectief en onmiddellijk. Alleen de toekomst wordt beheerst door het nieuwe recht, maar wel voor alle huwelijken die nog lopen.
3. Huwelijkscontracten: nood aan aanpassing of bevestiging
Echtgenoten die vóór 1 september 2018 een huwelijkscontract hebben gesloten, blijven daaraan gebonden, maar de nieuwe bepalingen kunnen conflicteren met oudere clausules. In dat geval stelt zich de vraag of de clausules nog geldig of uitvoerbaar zijn onder het nieuwe recht.
De wet voorziet dat contractuele bepalingen het nieuwe recht kunnen opzijzetten, zolang zij niet strijdig zijn met dwingende bepalingen of openbare orde. Echtgenoten kunnen dus:
-
hun bestaande contract bevestigen indien het coherent blijft met de nieuwe wet;
-
hun contract aanpassen via een wijzigingsakte (bijvoorbeeld om gebruik te maken van nieuwe vergoedingsregels of correcties);
-
een aanvullend beding opnemen om onzekerheden of stiltes op te vullen.
Voor de notariële praktijk betekent dit dat koppels actief geïnformeerd moeten worden over de impact van de nieuwe wet, en dat bestaande huwelijkscontracten zo nodig moeten worden geactualiseerd.
4. Lopende vereffeningen en verdelingen
Voor echtgenoten van wie het huwelijk reeds beëindigd is vóór 1 september 2018, blijft het oude recht van toepassing op de vereffening en verdeling. Indien het huwelijk nadien wordt beëindigd, gelden de nieuwe regels, zelfs als het huwelijk zelf lang voor de hervorming is gesloten. Dat is logisch, want de vereffening vindt plaats op basis van het recht zoals het geldt op het ogenblik van de ontbinding van het stelsel.
Voor situaties waarin de ontbinding plaatsvond rond de overgangsdatum, of waarin de feitelijke scheiding al lang tevoren bestond maar de echtscheiding pas nadien werd uitgesproken, kunnen overgangsproblemen ontstaan. In dergelijke gevallen is zorgvuldige dossiervorming en argumentatie essentieel.
Besluit
Het overgangsrecht bij de hervorming van het huwelijksvermogensrecht is in essentie eenvoudig: de nieuwe regels gelden onmiddellijk, zonder terugwerkende kracht. Wie op 1 september 2018 nog gehuwd was, valt vanaf dan onder de nieuwe regeling. Tegelijk moeten bestaande rechten en overeenkomsten met zorg worden geëerbiedigd. De praktijk vraagt dus waakzaamheid, vooral bij oude huwelijkscontracten en bij vereffeningen rond de overgangsdatum. De notaris en de familierechter krijgen hierbij een cruciale rol in de interpretatie en toepassing van deze overgangsregeling.