Krachtens art. 782, eerste lid Ger.W. wordt het vonnis, vóór de uitspraak ervan, ondertekend door de rechters die het hebben gewezen en door de griffier.
Art. 785, eerste lid Ger.W. bepaalt dat, indien de voorzitter of een van de rechters in de onmogelijkheid verkeert om het vonnis te ondertekenen, de griffier daarvan melding maakt onderaan op de akte, en dat de beslissing geldig is met de handtekening van de overige rechters die ze hebben uitgesproken.
Krachtens art. 782bis, eerste lid Ger.W. wordt het vonnis uitgesproken door de voorzitter van de kamer die het heeft gewezen, zelfs in afwezigheid van de andere rechters.
Het tweede lid van dat artikel bepaalt evenwel dat, indien een kamervoorzitter wettig verhinderd is het vonnis uit te spreken, de voorzitter van het gerecht een andere rechter kan aanwijzen om hem op het ogenblik van de uitspraak te vervangen.
Het arrest, dat is gewezen door een collegiale kamer van het hof van beroep, is slechts ondertekend door twee van de rechters die het hebben gewezen en door de griffier, en is uitgesproken door één van die rechters. Wanneer het arrest vaststelt dat de kamervoorzitter, die wettig verhinderd was het uit te spreken, met het oog op de uitspraak vervangen is door de bijzitter krachtens een beschikking van de eerste voorzitter, waarvan het arrest melding maakt is de onmogelijkheid voor de kamervoorzitter om het arrest te ondertekenen, evenwel niet verantwoord overeenkomstig art. 785, eerste lid Ger.W.
Het ontbreken van de handtekening van die magistraat leidt, met toepassing van art. 779 Ger.W., tot de nietigheid van het arrest.
Zie ook Cassatie 28 mei 2021.