Zowel artikel 15 van het huurcontract als artikel 92, § 3, 1 ° van de Vlaamse Wooncode bepalen dat de huurder de sociale huurwoning effectief moet betrekken als zijn hoofdverblijfplaats en er gedomicilieerd moet zijn. Niet-bewoonde sociale huurwoningen zijn immers onaanvaardbaar, aangezien dat bijdraagt tot de verlenging van de wachtlijsten in de sociale huur voor de personen die écht woonbehoeftig zijn.
Niet-naleving van onder meer de effectieve bewoningsplicht wordt door artikel 98, § 3, eerste lid, 3° van de Vlaamse Wooncode gelijkgesteld met een ernstige tekortkoming die bijgevolg tot de beëindiging van de sociale huurovereenkomst kan leiden, hetzij door opzegging, hetzij door gerechtelijke ontbinding op grond van wanprestatie
Een sociale huurder die gedurende de helft van het jaar op een camping verblijft, waar zij vrijwilligerswerk zegt te doen voldoet niet aan haar bewoningsplicht.
Volgens artikel 2, eerste lid, 10° van de Vlaamse Wooncode is de hoofdverblijfplaats "de woning waar een gezin of een alleenstaande effectief en gewoonlijk verblijft". Geen enkele regel bepaalt echter een concreet minimaal bezettingscriterium om van een hoofdverblijfplaats te kunnen spreken.
Waar in het woninghuurrecht een hoofdverblijfplaats geen permanent verblijf in de huurwoning veronderstelt, moet de effectieve bewoningsverplichting in het sociaal huurrecht veel strenger beoordeeld worden omwille van de maatschappelijke doelstellingen van het sociaal huurstelsel, namelijk het aan een verminderd huurtarief verschaffen van onderdak in een kwaliteitsvolle woning aan zoveel mogelijk personen die niet zelf in hun huisvesting kunnen voorzien. De wetgever heeft de verplichting tot effectieve bewoning als hoofdverblijfplaats door de sociale huurder opgelegd om erop toe te zien dat de schaarse sociale huurwoningen optimaal gebruikt worden door de meest woonbehoeftigden.
Waar bijgevolg de opschorting van de bewoningsverplichting van een sociale huurwoning vanzelfsprekend aanvaard wordt bijvoorbeeld in vakantieperiodes, bij langdurige opname in een ziekenhuis, in geval van detentie, of eventueel zelfs voor specifieke beroepsdoeleinden, kan bezwaarlijk verantwoord worden dat een huurder zonder geldige reden zijn sociale huurwoning gedurende de helft van het jaar niet gebruikt, bij de vaststelling dat ondertussen talloze alleenstaanden en gezinnen die niet de middelen hebben om een kwaliteitsvolle woning op de private markt te huren en die dus hoogdringend nood hebben aan een sociale huurwoning, vaak jarenlang van elke hulp verstoken blijven door het nijpend tekort aan sociale huurwoningen.
Aangezien bewezen is dat zij gedurende minstens 6 maanden per jaar niet in de huurwoning verblijft en zij vrijwilligerswerk op een camping niet als geldige reden kan inroepen om haar sociale huurwoning gedurende de helft van het jaar te laten leegstaan, is bewezen dat de verwerende partij de sociale huurwoning niet effectief als haar hoofdverblijfplaats betrekt.
Dit is een ernstige tekortkoming aan haar verplichtingen die de onmiddellijke ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt. De vordering tot huurontbinding moet bijgevolg ingewilligd worden.
Aangezien sociale woningen evenwel schaars zijn en de wachtlijsten voor een sociale huurwoning lang, bestaat er geen twijfel over dat de eisende partij er veel sneller dan op 2 maanden in zal slagen de woning opnieuw te verhuren. De wederverhuringsvergoeding wordt daarom beperkt tot een bedrag gelijk aan één maand huurgeld.