Escortediensten zelfs als deze ook seksuele prestaties inhouden en neerkomen op het zichzelf prostitueren, zijn op zich niet tegen de openbare orde en kunnen evenmin, gelet op de huidige maatschappelijke evolutie, als strijdig met de goede zeden beschouwd worden.
Een vordering gesteund op een afbetalingsovereenkomst die escortediensten tot voorwerp heeft is derhalve toelaatbaar.
Er is sprake van een regel van openbare orde, indien deze de essentiële belangen van de Staat of van de gemeenschap raakt, of indien zij de juridische grondslagen vestigt waarop de economische of de morele orde van de maatschappij rust.
Het begrip goede zeden kan omschreven worden als het geheel van ethische normen, ontstaan uit de gewoonte en de traditie, die op een bepaald ogenblik en in een bepaalde maatschappij gangbaar zijn en die door alle eerlijke en rechtschapen personen nageleefd worden, ongeacht hun ideologische of religieuze overtuiging.
Het gaat om de principes van loyaliteit, correctheid, onbaatzuchtigheid en menselijke waardigheid die men bij alle beschaafde volkeren terugvindt.
Een overeenkomst is derhalve slechts ongeoorloofd wegens strijdigheid met de openbare orde en de goede zeden, wanneer het voorwerp of de oorzaak van de verbintenissen die eruit voortvloeien, een rechtsregel van openbare orde of van goede zeden miskent.
Hierbij dient te worden begrepen onder het voorwerp van de verbintenis, de door de schuldenaar beloofde prestatie, die kan bestaan in iets te doen of iets te geven en onder de oorzaak van de verbintenis, de beweegredenen of de concrete motieven die de partij, of één der partijen, ertoe bewogen hebben om de betrokken rechtshandeling te stellen.
Er is sprake van ongeoorloofdheid van het voorwerp of van de oorzaak van de verbintenis indien de door de schuldenaar beloofde prestatie, of één van de determinerende beweegredenen van de partijen - op zichzelf beschouwd - strijdig is met de openbare orde of met de goede zeden (in art. 5.51 van het (nieuw) BW werd het begrip goede zeden niet hernomen, gezien dit begrip reeds besloten ligt in het begrip openbare orde), wat het geval is indien die prestatie een onwettige toestand mogelijk maakt of in stand houdt, of een dergelijke toestand door één van de partijen hoofdzakelijk wordt nagestreefd.
Bij ontkentenis van een handtekening verliest een onderhandse akte haar bewijswaarde. Wanneer de vordering tot schriftonderzoek wordt ingesteld dient gehandeld conform
art. 883 en volgende Gerechtelijk wetboek en beveelt de rechter de persoonlijke verschijning.