De overzetting van een kluis op naam brengt niet mee dat de persoon die aldus het recht op toegang tot de kluis bekomt eigenaar wordt van de schuldvorderingen waarvan de bewijsstukken in de kluis zitten.
Zelfs daar waar goederen die zich in een kluis bevinden door middel van een handgift kunnen worden overgedragen zonder daadwerkelijke materiële overdracht van de geschonken goederen (de zogenaamde traditio longa manu) en het ‘overzetten’ van de kluis van moeder op naam van de drie kinderen in die optiek als een schenking en meer precies als een handgift zou kunnen worden gekwalificeerd, blijft het even- wel zo dat schuldvorderingen niet het voorwerp van een handgift kunnen uitmaken.
Onlichamelijke roerende goederen waarbij het recht niet in de titel is geïncorporeerd kunnen niet van hand tot hand worden overgedragen. Dit is onder meer het geval voor schuldvorderingen.
In zoverre leningsovereenkomsten zich in een kluis bevonden die op initiatief/voorstel van de huurder van de kluis op een derden (bvb. de kinderen) is ‘overgezet’, impliceert dit alleszins niet dat de schuldvorderingen die uit deze overeenkomsten blijken middels een handgift zou- den zijn overgedragen aan deze derden.
Evenmin kan zulks doorgaan als de bevestiging van een nietige handgift. Een verwijzing naar artikel 938 (oud) BW kan niet helpen. Weliswaar bepaalt deze wetsbepaling dat de behoorlijk aangenomen schenking is voltrokken door de enkele toestemming van de partijen en de eigendom van de geschonken goederen overgaat op de begiftigde zonder dat enige andere overgave is vereist. Die regel staat eraan evenwel niet in de weg dat aan de vormvereisten van de schenking moet zijn voldaan.
Deze regel brengt tot uiting dat de eigendomsoverdracht bij schenkingen losstaat van elke materiële daad (behalve bij handgift). De schenking van een schuldvordering is overigens ook slechts aan derden tegenstelbaar na vervulling van de formaliteiten van artikel 1690 (oud) BW.
Een overdracht/cessie van schuldvordering is in beginsel weliswaar een consensuele overeenkomst.
De loutere wilsovereenstemming tussen cedent en cessionaris volstaat voor de totstandkoming van de cessie.
Zelfs daar waar de cessie vormvrij kan gebeuren, zal met het oog op de bewijsvoering ervan in burgerlijke zaken (in de regel) een geschrift geboden zijn, bij gebreke hieraan is deze wilsovereenstemming niet bewezen.
Bovendien mag eraan niet voorbijgegaan dat op het beginsel dat de cessie van schuldvorderingen tot stand komt door de loutere wilsovereenstemming uitzonderingen bestaan. Zo komt de cessie niet solo consensu tot stand indien de cessie ontstaat uit de schenking van een schuldvordering. De schenking van een schuldvordering is immers een plechtig contract. Een handgift met betrekking tot deze rechten (schuldvordering) is immers uitgesloten.
Dat. het ‘overzetten’ van de kluis op naam van de kinderen de uitvoering zou vormen van een eerdere rechtshandeling en artikel 1689 (oud) BW bepaalt dat bij de overdracht van een schuldvordering de levering tussen de overdrager en overnemer door afgifte van de titel gebeurt, verandert hieraan niet.
Het gegeven dat in de aangifte van nalatenschap geen melding is gemaakt van de bedoelde kluis (en leningsovereenkomsten) volstaat niet tot bewijs van de bewering dat reeds tijdens het leven de overdracht van de schuldvorderingen zou hebben plaatsgevonden (bij wijze van (onrechtstreekse) schenking/ handgift).