Meerdere keukenbouwers ontvangen consumenten in hun toonzaal waarbij ze een bestelbon laten ondertekenen waarin gestipuleerd wordt dat de consument gehouden is tot een vergoeding van 30 % indien hij alsnog zou afzien van de bestelbon.
Wanneer de consumenten zich bedenken worden ze geconfronteerd met de eis om deze sommen te betalen ten belope van 30 % van de prijs van de keuken, zonder over een keuken te beschikken .
De keukenbouwer die dergelijke eisen meent te kunnen stellen moet bewijzen dat zij de consument die haar showroom bezocht op het ogenblik van de contractsluiting te goeder trouw en behoorlijk heeft geïnformeerd over haar verkoopsvoorwaarden. De verplichting in hoofde van de keukenbouwer om de consument te informeren over haar verkoopsvoorwaarden, impliceert dat zij de consument moet voorlichten over zijn rechten en plichten zoals die voortvloeien uit het contract. Een loutere vermelding op de keerzijde van de bestelbon volstaat hier niet.
In de zaak die aan Het Hof van Beroep te Antwerpen werd voorgelegd kon de keukenleveranciers dit bewijs niet leveren.
Bovendien toonde de communicatie uitgaande van de keukenbouwer nadien eerder aan dat de consument niet terdege werd geïnformeerd.
Ook al zou de keukenbouwer haar consument afdoende hebben geïnformeerd over dit beding voordat de overeenkomst werd gesloten, dan nog zou het een onrechtmatig en nietig beding betreffen (art. I.8.22° WER).
Op het ogenblik van de contract sluiting kon immers niet voorzien worden dat bij een verbreking of opzegging van de overeenkomst door de ene of andere partij, de potentiële schade die appellante zou lijden 30% bedroeg.
Ten overvloede zou ook een beding met een ongelijke schadevergoeding nietig zijn waarbij de keukenbouwer in geval deze afziet van de overeenkomst een legere vergoeding verschuldigd zou zijn dan de consument.
Artikel VI.2 van het Wetboek Economisch Recht (hierna afgekort 'WER') bepaalt dat:
"Vooraleer een consument wordt gebonden door een andere overeenkomst dan een overeenkomst op afstand of een buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst, of door een overeenkomst bedoeld in artikel VI.66, verstrekt de onderneming de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze de volgende informatie, indien die informatie al niet duidelijk is uit de context: (...) 7° desgevallend, de verkoopsvoorwaarden, rekening houdend met de door de consument uitgedrukte behoefte aan informatie en met het door de consument meegedeelde of redelijkerwijze voorzienbare gebruik"
De nietigheid van een onrechtmatig beding impliceert dat het betrokken beding, dat door de rechter als onrechtmatig wordt bestempeld, niet gereduceerd kan worden tot hetgeen als toelaatbaar kan worden beschouwd.
Een schadevergoeding wegens contractuele wanprestatie van de consument kan ondergeschikt niet in concreto of ex aequo et bono worden toegekend na vastgestelde nietigheid van de vergoedingsclausule van 30%
Het afschrikkend effect van de nietigheidssanctie verbonden aan een verboden beding in een consumentenovereenkomst, heeft voor gevolg dat de keukenbouwer zich in de concrete omstandigheden van deze zaak niet mag beroepen op het gemeenrecht om een schadevergoeding te bekomen van de consument.
Ten slotte maakt de inbreuk op artikel VI.2 en VI.99 door de keukenbouwer in de concrete omstandigheden van deze zaak ook een inbreuk op artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek uit omdat elke andere, normaal zorgvuldige professionele verkoper in dezelfde omstandigheden geplaatst, de consument erop diende te wijzen dat zij in geval van verbreking of opzegging van de overeenkomst gehouden zou zijn tot betaling van een forfaitaire schadevergoeding gelijk aan 30% van de totaalprijs. Een herstel in natura veronderstelt in deze dat de consument tot betaling van geen enkele vergoeding ten aanzien van de keukenbouwer gehouden is.