In deze bijdrage bespreken we een arrest van het Hof van Cassatie waarin opnieuw wordt bevestigd dat de kwalificatie deelname aan het verkeer ruim wordt geïnterpreteerd binnen het kader van de BA-motorrijtuigenverzekering. Wanneer een voertuig wordt gestolen en nadien op de openbare weg wordt waargenomen vóór het in het water terechtkomt, blijft sprake van deelname aan het verkeer in de zin van artikel 2, § 1 WAM-wet. Daardoor wordt het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds gehouden tot vergoeding van de veroorzaakte schade.
1. Feiten en context
Een motorrijtuig werd gestolen en nadien door meerdere bewakingscamera’s geregistreerd terwijl het zich op de openbare weg verplaatste. Het voertuig belandde uiteindelijk in de Schelde, waar het door een binnenschip werd geraakt. De beheerder van de waterweg vergoedde de schade van de eigenaar van de peniche en vorderde vervolgens regres op het Gemeenschappelijk Waarborgfonds, omdat de BA-verzekering van het voertuig – op grond van een wettelijk toegelaten uitsluiting – geen dekking bood voor schade veroorzaakt tijdens of door het gebruik van dat voertuig door de dief.
2. Oordeel van het Hof van Cassatie
Het Hof vertrekt van vaststellingen van de appelrechter:
-
• het voertuig werd, na het vermoedelijke tijdstip van de diefstal, meermaals door camera’s op de openbare weg waargenomen;
-
• het werd vervolgens in de Schelde aangetroffen;
-
• op de oever waren duidelijke sporen aanwezig die wezen op het punt waar het voertuig in het water was geraakt;
-
• gelet op de afstand tussen de plaats van de diefstal en de vindplaats in de Schelde bestond er geen geloofwaardige alternatieve verklaring dan dat het voertuig voorafgaandelijk op een openbare weg werd gebruikt.
Op basis hiervan aanvaardt het Hof dat het voertuig, op het ogenblik dat het in het water belandde, nog steeds “in omloop” was op een van de plaatsen bedoeld in artikel 2, § 1 WAM-wet. Die wetsbepaling definieert de deelname aan het verkeer immers ruim: elk gebruik van een motorrijtuig op de openbare weg of op gelijkgestelde plaatsen volstaat.
3. Rechtsgevolgen voor het Waarborgfonds
Wanneer een voertuig deelneemt aan het verkeer zonder dat een geldige BA-verzekering dekking biedt, is het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds verplicht de schade van derden te vergoeden. Het Hof bevestigt dat deze verplichting ook geldt wanneer het schadeverwekkende voertuig gestolen is en door de dief in het verkeer werd gebracht. De vaststelling dat het voertuig reed op de openbare weg volstaat om deelname aan het verkeer aan te nemen, zelfs indien het voertuig zich op het eindpunt van die beweging in het water bevindt.
4. Betekenis van het arrest
Dit arrest bevestigt een consistente cassatierechtspraak waarin:
-
• de feitelijke beweging van het voertuig doorslaggevend is voor de kwalificatie als deelname aan het verkeer;
-
• de omstandigheid dat het voertuig gestolen is, geen invloed heeft op de toepasselijkheid van de WAM-wet ten aanzien van derdenslachtoffers;
-
• het Waarborgfonds gehouden is tussen te komen wanneer een niet-verzekerd of uitgesloten voertuig schade veroorzaakt tijdens een gebruik dat onder artikel 2, § 1 WAM-wet valt.
De ruime interpretatie van “deelname aan het verkeer” waarborgt een effectieve bescherming van slachtoffers van verkeersongevallen door te vermijden dat lacunes in de verzekeringsdekking of een onzekere toedracht aanleiding geven tot niet-vergoeding.
5. Slotbeschouwing
Het Hof van Cassatie bevestigt dat het gebruik van een gestolen voertuig – ook wanneer dit eindigt in een val in het water – deel uitmaakt van de verkeersdeelname in de zin van de WAM-wet. De combinatie van objectieve camera-waarnemingen, plaatselijke vaststellingen en het ontbreken van een geloofwaardige alternatieve hypothese volstond om aan te nemen dat het voertuig op de openbare weg werd bestuurd. Bijgevolg blijft het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds gehouden de aangerichte schade te vergoeden.
FAQ – Deelname aan het verkeer en tussenkomst van het Gemeenschappelijk Waarborgfonds
Share