Aard van de vordering en toepasselijke verjaring
Een vordering die ertoe strekt een EOT-akte niet-tegenwerpbaar te laten verklaren of deze als geveinsd te laten erkennen, wordt aangemerkt als een persoonlijke vordering waarop de gemeenrechtelijke verjaringstermijnen van toepassing zijn. Wanneer de vordering wordt opgevat als pauliaans, geldt de verjaringstermijn voor buitencontractuele aansprakelijkheid: vijf jaar vanaf de daadwerkelijke kennis van de schade en de identiteit van de aansprakelijke persoon, met een absolute termijn van twintig jaar vanaf het schadeverwekkend feit. Indien het gaat om een vordering tot geveinsdverklaring, geldt in beginsel een tienjarige verjaringstermijn voor persoonlijke rechtsvorderingen, waarbij in het licht van het leerstuk fraus omnia corrumpit ook een termijn van vijf jaar kan worden aanvaard. De verjaring vangt aan zodra de partij kennis had of redelijkerwijs kon hebben van de aangevochten akte. Wanneer erfgenamen geen duidelijkheid verschaffen over het moment van kennisname, kan de rechter uit dat stilzwijgen een feitelijk vermoeden afleiden dat die kennis reeds veel vroeger bestond.
Aantasting van een EOT-regeling: grenzen van de wilsautonomie
Een EOT-akte heeft een eigen juridisch karakter en kan niet worden gelijkgesteld met een loutere verdelingsakte. De wet verleent de echtgenoten ruime contractsvrijheid: zij hoeven geen mathematische gelijkheid te bereiken en kunnen bewust een sterk ongelijke regeling overeenkomen. De overeenkomst is een globale regeling waarin zowel vermogensrechtelijke als niet-vermogensrechtelijke elementen worden verrekend. Om die reden kunnen overdrachten in een EOT-context niet zonder meer worden beschouwd als giften. Het transactioneel karakter van de regeling staat een kwalificatie als schenking in de weg. Het feit dat een toekomstige nalatenschap wordt verminderd, vormt op zichzelf geen fout of bedrog ten aanzien van reservataire erfgenamen. Een beroep op pauliaans bedrog is evenmin mogelijk wanneer geen sprake is van schuldeisersbenadeling, aangezien kinderen op het moment van de echtscheiding nog geen schuldeisers zijn van de toekomstige nalatenschap.
Samenwonen na de echtscheiding
Het verder of opnieuw samenwonen van ex-echtgenoten na hun echtscheiding is geen aanwijzing dat de echtscheiding geveinsd was. Partijen behouden hun wilsautonomie en persoonlijke vrijheid om hun levensgemeenschap opnieuw vorm te geven, los van de ontbinding van de huwelijksband.
Erfrechtelijke gevolgen: inbreng en inkorting
Wanneer een vordering tot aantasting van de EOT-akte verjaard is, betekent dit niet dat reservataire erfgenamen geen andere middelen meer hebben. Zij beschikken over een eigen recht om giften die de reserve aantasten te laten inkorten. Zij zijn in die hoedanigheid niet gebonden door de kwalificaties die de erflater aan zijn rechtshandelingen gaf. Indien bepaalde rechtshandelingen in feite een vermomde schenking zouden uitmaken, kan dat onderwerp zijn van een inkortingsvordering. De beoordeling van zulke vragen gebeurt in eerste instantie door de notaris-vereffenaar in de gerechtelijke vereffening en verdeling, die de rekenboedel samenstelt en de aard van de overdrachten beoordeelt. Een langstlevende echtgenoot die geen erfgenaam meer is, is niet tot inbreng gehouden voor giften wanneer de nalatenschap is opengevallen onder het nieuwe erfrecht; een eventuele legatarishoedanigheid verandert dat niet.
Slotbeschouwing
Een vordering tot aantasting van een EOT-akte moet binnen de toepasselijke verjaringstermijnen worden ingesteld; zo niet blijft de regeling als zodanig onaangetast. Reservataire erfgenamen kunnen echter via het erfrecht nog steeds bescherming vinden door een vordering tot inkorting van giften, mits zij het bestaan en de omvang daarvan aantonen. De uiteindelijke beoordeling van eventuele schenkingen en de gevolgen voor de reserve vindt plaats binnen de gerechtelijke vereffening en verdeling onder leiding van de notaris-vereffenaar.
Share