Wanneer de fiscus foutieve gegevens vooraf invult in Tax-on-web en de belastingplichtige deze per vergissing bevestigt, wordt dit beschouwd als een materiële vergissing. De rechtbank oordeelt dat een belastingplichtige mag vertrouwen op vooraf ingevulde gegevens. In dat geval kan ambtshalve ontheffing worden verkregen, met herberekening van de aanslag, terugbetaling van te veel betaalde belasting en moratoriuminteresten.
De digitalisering van de fiscale aangifte heeft geleid tot systemen waarbij de administratie steeds meer gegevens vooraf invult. Hoewel dit de aangifteprocedure vereenvoudigt, ontstaat in de praktijk een spanningsveld wanneer vooraf ingevulde gegevens foutief blijken te zijn en de belastingplichtige deze zonder correctie bevestigt. Een recente beslissing van de rechtbank van eerste aanleg werpt een belangrijk licht op de vraag in welke mate een belastingplichtige kan worden gehouden aan dergelijke fouten.
1. Een fout in de vooraf ingevulde aangifte
In het onderzochte geval werd gedurende meerdere aanslagjaren een onroerend inkomen belast op basis van een oud, te hoog kadastraal inkomen, terwijl het betrokken onroerend goed reeds eerder was vervreemd. Het correcte, lagere kadastrale inkomen was bij de administratie bekend, maar de aangifte werd via Tax-on-web toch vooraf ingevuld met de foutieve codes. De belastingplichtige aanvaardde deze vooraf ingevulde aangifte, zonder de fout op te merken.
De administratie weigerde later een verzoek tot ambtshalve ontheffing en stelde dat het nalaten van correctie een bewuste keuze was. Volgens haar ging het niet om een materiële vergissing maar om een juridische beoordeling door de belastingplichtige.
2. Materiële vergissing versus juridische inschatting
De rechtbank maakt in haar motivering een duidelijk onderscheid tussen een juridische beoordeling en een feitelijke vergissing. Ambtshalve ontheffing is alleen mogelijk wanneer de fout een objectieve, materiële misser betreft en geen gevolg is van een bewuste keuze of een waarderingsdiscussie.
Wanneer een belastingplichtige echter vertrouwt op een vooraf ingevuld aangiftesysteem dat door de overheid zelf wordt aangestuurd, bevindt men zich in een heel andere context. De rechter benadrukt dat het onrealistisch is te veronderstellen dat iemand bewust belastingen zou willen betalen op een onroerend goed dat hij niet langer bezit. Het bevestigen van een foutieve, door de administratie ingevoerde code kan dan ook moeilijk worden bestempeld als een weloverwogen juridische beslissing.
De rechtbank kwalificeert dit als een materiële vergissing, die voortvloeit uit verstrooidheid of uit vertrouwen in de juistheid van de vooraf ingevulde gegevens.
3. De bewijslast en het vertrouwen in administratieve systemen
Een belangrijk element in de redenering van de rechtbank is de rol van het digitale aangifteplatform. De vooraf ingevulde aangifte moet de juistheid van de gegevens niet ondergraven maar net verhogen. Wanneer de administratie zelf foutieve informatie invoert, kan zij die fout niet nadien tegenwerpen aan de belastingplichtige, tenzij deze manifest onredelijk zou hebben gehandeld.
Het gebruik van voorgestelde aangiften impliceert dat de administratie zelf een verantwoordelijkheid draagt voor de juistheid van de gebruikte gegevens. De rechter past dit principe toe door te oordelen dat het bevestigen van