De rechtsplegingsvergoeding vormt een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. In hoger beroep rijst vaak de vraag welk bedrag moet worden toegepast en in welke mate de rechter daarbij een beoordelingsmarge heeft. De geldende uitgangspunten zijn helder en laten weinig ruimte voor afwijking.
Wanneer het geschil in hoger beroep een geldelijk waardeerbare vordering betreft, wordt de rechtsplegingsvergoeding bepaald op basis van de waarde of de geldelijke inzet van het hoger beroep zelf. Niet de waarde van de oorspronkelijke vordering in eerste aanleg, maar wel de inzet die blijkt uit de beroepsakte of de laatste appelconclusie, is richtinggevend. Dit vermijdt dat de kostenregeling zou worden gebaseerd op een geschilpunt dat in hoger beroep niet langer aan de orde is of dat in omvang werd gewijzigd.
De bedragen van de rechtsplegingsvergoeding worden niet vrij begroot door de rechter. Ze zijn vastgesteld in het Tarief Rechtsplegingsvergoeding en bestaan telkens uit een basis-, minimum- en maximumbedrag. De rechter moet ambtshalve het correcte basisbedrag toepassen wanneer geen procedureakkoord tussen partijen bestaat en wanneer geen grond of verzoek tot afwijking van dat basisbedrag is aangevoerd. De toepassing van het basisbedrag is dus de regel; afwijking vormt de uitzondering en moet uitdrukkelijk worden verantwoord.
De plicht van de rechter om het juiste tarief toe te passen betekent niet dat de partij die een rechtsplegingsvergoeding vraagt het bedrag zelf moet berekenen. Wel moet zij duidelijk aangeven dat zij aanspraak maakt op de vergoeding, aangezien het om een gedingkost gaat die moet worden opgevraagd om te worden vereffend. De rechter kan vervolgens ambtshalve het juiste bedrag bepalen.
Indien de rechter een bedrag toekent dat niet overeenstemt met het toepasselijke tarief, bijvoorbeeld door een aanzienlijk hogere vergoeding toe te kennen bij een zeer beperkte inzet van het hoger beroep en zonder afwijkingsgrond, dan is dat strijdig met de wettelijke regeling. De rechtsplegingsvergoeding mag niet worden gebruikt als sanctie of als instrument om procespartijen te ontmoedigen; zij moet strikt worden toegepast volgens de vastgestelde categorieën en geïndexeerde bedragen.
Deze aanpak waarborgt uniformiteit, voorspelbaarheid en rechtszekerheid in de kostenregeling van het hoger beroep. Het biedt partijen een duidelijke leidraad en verhindert willekeur bij de begroting van de vergoeding die toekomt aan de in het gelijk gestelde partij.