Wat betekent een fictieve weigering in dit soort situaties?
Een fictieve weigering kan alleen ontstaan wanneer een bestuur verplicht is om een nieuwe beslissing te nemen over een bepaald verzoek. In deze context gaat het om de vraag of een universiteit verplicht was om een oude beslissing over een niet-benoeming opnieuw te bekijken. Alleen als die verplichting bestond, kon stilzitten na een aanmaning worden gelijkgesteld met een weigering waartegen beroep mogelijk is. Bestond die verplichting niet, dan is er geen fictieve weigering.
Wanneer mag de Raad van State ingrijpen?
De Raad van State is bevoegd wanneer iemand de weigering betwist om een administratieve beslissing te nemen die een nieuwe rechtspositie zou scheppen, zoals een benoeming. Een benoeming ontstaat namelijk alleen door een formele beslissing van het bestuur. Wie vindt dat een bestuur onterecht weigert te beslissen, kan die weigering aanvechten. Maar dat betekent niet dat men via dit beroep een recht op benoeming kan afdwingen.
Waarom ontstaat een benoeming niet vanzelf?
Zelfs wanneer iemand meent dat het Unierecht hem een recht op vaste benoeming geeft, verandert dat niets aan het feit dat er altijd een formele beslissing nodig is. Zonder die beslissing bestaat er geen benoeming. Het beroep bij de Raad van State gaat dus enkel over de vraag of het bestuur wettig heeft geweigerd om een nieuwe beslissing te nemen, niet over het recht op benoeming zelf.
Wanneer moet een bestuur een oude benoemingsbeslissing herbekijken?
Het Unierecht verplicht een bestuur slechts in uitzonderlijke omstandigheden om terug te komen op oude en definitieve beslissingen. Zulke uitzonderingen gelden alleen wanneer:
– de oude beslissing door een hoogste rechter is bevestigd,
– die rechter zich later foutief blijkt te hebben gebaseerd op het Unierecht,
– en de betrokkene destijds alle nationale beroepsmogelijkheden heeft gebruikt.
Voorbeeld: als iemand tot het hoogste rechtscollege is gegaan tegen een weigering om hem te benoemen en dat college heeft beslist op basis van een verkeerde EU-uitleg, dán kan hij, wanneer het Europese Hof de juiste uitleg geeft, vragen om herziening.
Maar wanneer iemand de oorspronkelijke weigering nooit heeft aangevochten, bestaat die verplichting niet.
Waarom was er in dit geval geen verplichting om te beslissen?
De oorspronkelijke tijdelijke aanstellingen en de impliciete weigering tot benoeming waren vroeger nooit aangevochten. Er bestaat ook geen uitspraak van een hoogste rechter die op een verkeerde EU-interpretatie berust. Daarom verplicht het Unierecht het bestuur niet om de oude beslissingen opnieuw te bekijken. Zonder zo’n verplichting kan een aanmaning geen fictieve weigering doen ontstaan.
Voorbeeld: wie zijn eerdere tijdelijke aanstellingen nooit heeft aangevochten, kan jaren later niet via een aanmaning afdwingen dat het bestuur verplicht is hem nu wél te benoemen. Het stilzitten van het bestuur wordt dan niet omgezet in een fictieve weigering.
Kernboodschap
Een fictieve weigering veronderstelt dat het bestuur móét beslissen. Bij verzoeken om oude benoemingsbeslissingen te herzien bestaat die beslissingsplicht slechts in zeldzame EU-uitzonderingen. Zonder die verplichting leidt stilzitten niet tot een fictieve weigering, en blijft de oude beslissing definitief.