Deze bijdrage bespreekt de spanning tussen voorlopige maatregelen in fiscale onderzoeken en de grenzen van de onderzoeksbevoegdheden van de administratie wanneer digitale informatie wordt geviseerd.
Centraal staat de vraag in welke mate een rechter, die uitspraak doet over een verzoek tot voorlopige maatregelen, zich moet beperken tot een beoordeling
prima facie, zonder daarbij vooruit te lopen op het geschil ten gronde.
Een beslissing van de rechter die de betwiste rechten van partijen definitief raakt, kan iet langer als een beslissing “alvorens recht te doen” worden beschouwd. In dat geval blijft hoger beroep onmiddellijk mogelijk. Wanneer de eerste rechter zich uitspreekt over thema’s als de wettigheid van kopiename, de kwalificatie als verboden ‘fishing expedition’ of de grenzen van de overdracht van digitale gegevens, treedt hij buiten het kader van voorlopige maatregelen en oordeelt hij in wezen reeds over de grond van de zaak.
Omdat de weigering van de voorlopige maatregelen de administratie verhinderde haar onderzoek voort te zetten zoals zij meent dat de wet haar toelaat, kreeg in het alhier besproken arrest dit oordeel een definitief karakter. Het hof van beroep besloot in deze casus dan ook dat het volledige geschil aanhangig werd bij het hof.
Voorlopige bewarende maatregelen en het vereiste belang
De administratie had verzocht om een bewarende maatregel waarbij alle digitale data op de ICT-infrastructuur van de belastingplichtigen zouden worden bevroren en gekopieerd, onder toezicht en met verzegeling, met als doel het risico op wijziging of vernietiging van gegevens uit te sluiten zolang het debat over de onderzoeksbevoegdheden niet was beslecht. Het hof aanvaardt dat er een actueel en juridisch beschermd belang bestaat. Tijdens eerdere visitaties was geen kopie genomen; de gegevens bevonden zich uitsluitend bij de belastingplichtigen; en omdat net in geschil is wie bepaalt welke data fiscaal relevant zijn, kan de administratie zich niet verlaten op de selectie die de belastingplichtigen reeds hebben gemaakt. Dat reeds bepaalde gegevens waren overgemaakt, doet geen afbreuk aan het belang, aangezien de kern van het geschil juist de omvang van de inzagebevoegdheid betreft.
De bevriezingsmaatregel impliceert geen toegang tot de gegevens en raakt dus niet aan privacy of andere grondrechten, zolang inzage pas mogelijk wordt na een uitspraak ten gronde. Daarom wordt de maatregel proportioneel geacht. Omdat onderzoeksbevoegdheden temporeel begrensd zijn, beperkt het hof de bevriezing tot gegevens vanaf 1 januari 2015 tot heden.
Onderzoeksbevoegdheid en medewerkingsplicht bij digitale data
Het hof bevestigt dat digitaal opgeslagen beroepsgegevens onder de fiscale onderzoeksbepalingen vallen. Ambtenaren mogen tijdens een visitatie nagaan welke bestanden aanwezig zijn en deze onderzoeken, voor zover het om beroepsmatig gebruikte systemen gaat. Een doeltreffende medewerkingsplicht houdt in dat de administratie niet afhankelijk mag zijn van de keuzes van de belastingplichtige bij de selectie van documenten die worden voorgelegd. De uiteindelijke afbakening van de onderzoeksbevoegdheid, de toepasselijke termijnen en de vraag in welke mate toestemming vereist is, behoren tot het debat ten gronde en spelen in deze fase geen rol, nu de bewarende maatregel geen toegang tot de gegevens verleent.
Rol van de sekwester
Om de neutraliteit van de bewaring te verzekeren, worden de gegevens gekopieerd door de belastingplichtigen zelf, onder toezicht van de administratie en in aanwezigheid van een gerechtelijk sekwester. Deze sekwester verzegelt en bewaart de gegevens tot de definitieve uitspraak. Bewaring op de griffie biedt volgens het hof onvoldoende garanties. Op deze manier wordt het evenwicht bewaard tussen het belang van de administratie bij het veiligstellen van haar onderzoeksbevoegdheden en het belang van de belastingplichtigen bij het vermijden van voortijdige inzage.
FAQ over voorlopige maatregelen, fiscale onderzoeksbevoegdheden en digitale gegevens
Wat is het onderscheid tussen een voorlopige maatregel en een beslissing over de grond van de zaak?
Een voorlopige maatregel regelt enkel tijdelijk de toestand van partijen en mag geen afbreuk doen aan hun definitieve rechten. Zodra een rechter, onder het mom van een voorlopige maatregel, uitspraken doet die de essentie van het geschil bepalen of bepaalde rechten definitief aantasten, oordeelt hij in werkelijkheid over de grond van de zaak. In dat geval gaat het niet langer om een beslissing “alvorens recht te doen”.
Wanneer staat hoger beroep open tegen een beslissing die als ‘voorlopig’ is aangeduid?
Indien de bestreden beslissing elementen bevat die in wezen de rechten van partijen definitief raken, blijft hoger beroep onmiddellijk mogelijk. Het etiket dat de eerste rechter aan zijn beslissing geeft is niet doorslaggevend; bepalend is of de beslissing een voorlopige regeling beoogt of reeds oordeelt over het geschil zelf.
Kan een voorlopige maatregel worden gevraagd om digitale gegevens te bewaren in afwachting van een uitspraak ten gronde?
Ja. Een partij kan vragen dat digitale gegevens worden bevroren of veiliggesteld om te vermijden dat ze verdwijnen of worden gewijzigd tijdens het verdere verloop van de procedure. Zo’n maatregel is mogelijk wanneer er een reëel risico bestaat dat de bewijspositie van een partij wordt aangetast door het tijdsverloop.
Is voor een voorlopige bewaringsmaatregel vereist dat de verzoekende partij toegang krijgt tot de gegevens?
Nee. Een bewarende maatregel kan bestaan uit het veiligstellen van gegevens zonder dat toegang of inzage wordt verleend. De maatregel mag enkel de bestaande toestand bewaren en mag niet vooruitlopen op de uiteindelijke beslissing over wie inzage krijgt en onder welke voorwaarden.
Waarom wordt bevriezing van alle data soms aanvaard, zelfs wanneer niet alle gegevens relevant lijken?
Omdat in een voorlopige fase nog niet vaststaat welke informatie relevant is en wie dat mag bepalen. Een volledige bevriezing kan noodzakelijk zijn om te voorkomen dat potentieel relevante gegevens verloren gaan. De maatregel tast de rechten van de betrokken partij niet aan zolang geen inzage wordt toegestaan.
Wie beslist welke digitale gegevens fiscaal relevant zijn?
In beginsel komt die beoordeling toe aan de administratie, binnen de wettelijke onderzoeksbevoegdheden. Een belastingplichtige kan dat niet eenzijdig bepalen. Indien daarover discussie bestaat, wordt dit uitgeklaard in de procedure ten gronde, niet in de voorlopige fase.
Waarom kan de administratie niet afhankelijk zijn van de selectie die de belastingplichtige zelf maakt?
Een effectieve medewerkingsplicht vereist dat de administratie de mogelijkheid heeft om zelf na te gaan welke gegevens relevant zijn. Indien de belastingplichtige vrij zou bepalen wat wordt voorgelegd, zou de controlefunctie van de administratie worden uitgehold.
Mag een rechter beperkingen opleggen aan de periode van gegevens die worden bewaard?
Ja. Omdat fiscale onderzoeksbevoegdheden aan wettelijke termijnen onderworpen zijn, kan in een voorlopige maatregel worden bepaald dat enkel data binnen een bepaalde periode worden bevroren. Dat voorkomt onnodige verzameling van irrelevante of te oude gegevens.
Waarom wordt soms een gerechtelijk sekwester aangesteld bij digitale gegevensbewaring?
Een sekwester waarborgt de neutraliteit en integriteit van de bewaring. Hij bewaart de verzegelde gegevens tot een definitieve beslissing is genomen en voorkomt dat een van de partijen toegang heeft of wijzigingen kan aanbrengen.
Schendt bevriezing van digitale gegevens zonder inzage de privacy of andere grondrechten?
Nee. Zolang de maatregel geen inzage of gebruik van de gegevens toelaat, wordt enkel de bestaande toestand bewaard. De privacy-impact volgt pas wanneer toegang wordt verleend, en daarover wordt pas beslist in de procedure ten gronde.