De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. De toekenning ervan is evenwel niet automatisch verbonden aan het loutere feit dat meerdere partijen in een procedure betrokken zijn. Zij veronderstelt het bestaan van een procesverhouding tussen procespartijen.
Een procesverhouding ontstaat wanneer een partij ten aanzien van een andere partij een rechterlijke beslissing nastreeft die minstens declaratief of constitutief van aard is, of wanneer zij een veroordeling vordert. Het is dus niet voldoende dat partijen formeel in dezelfde procedure voorkomen; doorslaggevend is of er tussen hen een daadwerkelijk juridisch geschil aan de rechter wordt voorgelegd.
Wanneer dergelijke procesverhoudingen bestaan, rijst de vraag hoe de rechtsplegingsvergoeding moet worden toegekend, in het bijzonder wanneer meerdere partijen betrokken zijn en niet elke partij in dezelfde aanleg of in dezelfde hoedanigheid optreedt. Daarbij speelt de rol van de rechter een centrale rol.
Behoudens wanneer partijen een procedureakkoord hebben gesloten over de kostenregeling, rust op de rechter de verplichting om ambtshalve te bepalen welke procesverhoudingen aanleiding geven tot een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding. Die ambtshalve taak strekt zich niet alleen uit tot het bepalen van het toepasselijke basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding, maar ook tot het identificeren van de procesverhoudingen waarin een recht op een afzonderlijke vergoeding ontstaat.
Dat de rechter deze beoordeling ambtshalve moet maken, neemt niet weg dat op de procespartij die als in het gelijk gestelde partij aanspraak maakt op een rechtsplegingsvergoeding een minimale procesplicht rust. Wie de rechtsplegingsvergoeding wil doen vereffenen, moet deze kost opnemen in de kostenopgave. Het is daarbij niet vereist dat het concrete bedrag van de rechtsplegingsvergoeding wordt begroot. De loutere vermelding volstaat om de rechter in staat te stellen zijn ambtshalve taak uit te oefenen.
Deze principes zijn bijzonder relevant in situaties waarin een partij pas in hoger beroep als procespartij wordt betrokken, of waarin vorderingen expliciet ook tegen die partij worden ingesteld. In dat geval ontstaat, door het instellen van die vorderingen, een eigen procesverhouding tussen de betrokken partijen. Indien die partij in het gelijk wordt gesteld en zij in haar conclusies de rechtsplegingsvergoeding als gedingkost heeft opgegeven, moet de rechter onderzoeken of die procesverhouding recht geeft op een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding.
Een rechter die zich in zo’n geval beperkt tot één globale kostenveroordeling, zonder zich uit te spreken over de verschuldigdheid van een rechtsplegingsvergoeding in elke relevante procesverhouding, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. De beoordeling van de procesverhoudingen en de daaraan verbonden rechtsplegingsvergoedingen kan niet worden overgeslagen louter omdat partijen gezamenlijk één bedrag aan kosten hebben vermeld.
De kern ligt aldus in een dubbele benadering: enerzijds de verplichting voor de partij om haar aanspraak op de rechtsplegingsvergoeding kenbaar te maken als gedingkost, anderzijds de plicht van de rechter om, onafhankelijk van een concrete begroting, ambtshalve na te gaan welke procesverhoudingen bestaan en of zij aanleiding geven tot een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding. Dat evenwicht waarborgt zowel de voorspelbaarheid van de kostenregeling als de correcte toepassing van het systeem van de rechtsplegingsvergoeding.
FAQ – Rechtsplegingsvergoeding en procesverhouding
Wat is een rechtsplegingsvergoeding?
De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Zij maakt deel uit van de gedingkosten.
Is een rechtsplegingsvergoeding altijd verschuldigd wanneer een partij in het gelijk wordt gesteld?
Neen. De toekenning van een rechtsplegingsvergoeding veronderstelt het bestaan van een procesverhouding tussen procespartijen. Zonder procesverhouding kan geen rechtsplegingsvergoeding worden toegekend.
Wat wordt bedoeld met een procesverhouding?
Van een procesverhouding is sprake wanneer een partij ten aanzien van een andere partij een veroordeling nastreeft, of minstens een constitutieve of declaratieve rechterlijke uitspraak vraagt. Het louter samen optreden van partijen in een procedure volstaat niet.
Kan er meer dan één procesverhouding bestaan binnen éénzelfde procedure?
Ja. In procedures met meerdere partijen kunnen verschillende procesverhoudingen bestaan. Elke procesverhouding moet afzonderlijk worden beoordeeld om na te gaan of zij recht geeft op een eigen rechtsplegingsvergoeding.
Moet een partij expliciet een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding vorderen per procesverhouding?
Neen. Het volstaat dat de partij de rechtsplegingsvergoeding als gedingkost opneemt in haar conclusie. De rechter moet vervolgens ambtshalve nagaan welke procesverhoudingen bestaan en of zij aanleiding geven tot een afzonderlijke vergoeding.
Moet het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding worden begroot in de conclusie?
Neen. Een partij die aanspraak maakt op een rechtsplegingsvergoeding moet hiervan wel opgave doen als gedingkost, maar hoeft het bedrag niet te bepalen. Het is aan de rechter om het juiste bedrag vast te stellen.
Wat is de rol van de rechter bij de toekenning van de rechtsplegingsvergoeding?
Behoudens een procedureakkoord tussen partijen, moet de rechter ambtshalve:
-
• vaststellen welke procesverhoudingen bestaan;
-
• beoordelen welke procesverhoudingen recht geven op een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding;
-
• het correcte basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding bepalen.
Kan de rechter volstaan met één globale kostenveroordeling?
Niet wanneer er meerdere relevante procesverhoudingen bestaan. In dat geval moet de rechter zich uitspreken over de rechtsplegingsvergoeding per procesverhouding. Het nalaten daarvan leidt tot een gebrekkige motivering.
Wat als een partij pas in hoger beroep als procespartij wordt betrokken?
Wanneer in hoger beroep vorderingen tegen die partij worden ingesteld, ontstaat daardoor een procesverhouding. Wordt die partij in het gelijk gesteld en heeft zij de rechtsplegingsvergoeding als gedingkost opgegeven, dan moet de rechter beoordelen of zij recht heeft op een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding.
Heeft het feit dat partijen samen één bedrag aan kosten vermelden belang?
Neen. Het gezamenlijk vermelden of begroten van kosten sluit niet uit dat er meerdere procesverhoudingen bestaan. De rechter blijft verplicht om ambtshalve na te gaan of een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is.