In gerechtelijke vereffening-verdeling rijzen geregeld vragen over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de aangestelde notaris-vereffenaar. De procedure tot vervanging van deze gerechtsmandataris vertoont een eigen dynamiek, in het bijzonder wanneer de zaak reeds in hoger beroep aanhangig is gemaakt. De hier besproken rechtspraak biedt een samenhangende toelichting over de rechtsmacht van de appelrechter, de draagwijdte van de devolutieve werking van het hoger beroep en de beoordelingscriteria inzake (schijn van) partijdigheid.
Bevoegdheid van de appelrechter en devolutieve werking
Wanneer tegen het aanwijzingsvonnis van de notaris-vereffenaar hoger beroep wordt ingesteld, wordt het geschil in zijn geheel aan de rechtsmacht van de appelrechter onttrokken. De devolutieve werking van het hoger beroep houdt in dat alle feitelijke en juridische vragen die met de aanstellingsbeslissing samenhangen, aan de appelrechter worden voorgelegd, ook indien zij niet expliciet als grief werden aangevoerd in eerste aanleg.
Eens het hoger beroep toelaatbaar is verklaard, verliest de eerste rechter zijn rechtsmacht om nog uitspraak te doen over kwesties die raken aan het mandaat van de notaris-vereffenaar. Dit geldt ook voor een verzoek tot vervanging. Een dergelijk verzoek moet dan rechtstreeks bij de appelrechter worden ingediend. Dat het verzoek niet uitdrukkelijk was vervat in het oorspronkelijke verzoekschrift hoger beroep, doet hieraan geen afbreuk: de vervanging van de notaris-vereffenaar kan het voorwerp uitmaken van een (navolgend) hoger beroep binnen dezelfde procedurele context.
Tijdigheid van het vervangingsverzoek
De wet voorziet dat na de opening van de werkzaamheden van de gerechtelijke vereffening-verdeling geen vervanging meer kan worden gevraagd, tenzij de partij die om vervanging verzoekt pas nadien kennis kreeg van de ingeroepen reden. Deze bepaling beoogt te verhinderen dat partijen stilzitten bij de opening van de werkzaamheden en pas later reeds gekende bezwaren aanwenden om de procedure te vertragen.
De opening van de werkzaamheden wordt formeel vastgesteld in een proces-verbaal. De ondertekening daarvan zonder voorbehoud kan, voor zover de vervangingsgronden toen reeds bekend waren, worden opgevat als een vorm van berusting. Dit impliceert echter geenszins dat een vervangingsverzoek altijd vóór de opening van de werkzaamheden moet worden ingesteld. Indien de betrokken partij pas ter gelegenheid van die opening kennis krijgt van mogelijke vervangingsgronden, blijft een verzoek nadien ontvankelijk.
Afstand van recht wordt in dit verband niet licht aangenomen. Zij kan niet worden vermoed en vereist duidelijke en ondubbelzinnige gedragingen. De loutere ondertekening van het proces-verbaal volstaat niet om daaruit een afstand van het recht op vervanging af te leiden, zeker niet wanneer de relevante feiten pas tijdens de verrichtingen aan het licht zijn gekomen.
Geen wraking, maar vervanging
Een notaris-vereffenaar kan niet worden gewraakt zoals een rechter. De regels inzake wraking zijn niet op hem van toepassing. De wet voorziet enkel in een mechanisme van vervanging wanneer er omstandigheden bestaan die gerechtvaardigde twijfel doen ontstaan over zijn onafhankelijkheid of onpartijdigheid.
De beoordelingsbevoegdheid van de rechter situeert zich bij de vraag of dergelijke gerechtvaardigde twijfel aanwezig is. Indien dit het geval is, volgt daaruit noodzakelijk de vervanging van de notaris-vereffenaar. De rechter beschikt op dat punt niet over een discretionaire keuzevrijheid: eenmaal de drempel van gerechtvaardigde twijfel is overschreden, is vervanging de enige mogelijke beslissing.
Gerechtvaardigde twijfel en schijn van partijdigheid
Niet elke subjectieve twijfel of ongerustheid volstaat. De twijfel moet objectief gerechtvaardigd zijn en steunen op concrete, verifieerbare elementen. De notaris-vereffenaar wordt in beginsel vermoed onpartijdig te zijn, gelet op zijn statuut van openbaar ambtenaar en de door hem afgelegde ambtseed.
Het enkele feit dat een notaris in het verleden beroepsmatig is opgetreden voor één van de deelgenoten volstaat op zichzelf niet om een schijn van partijdigheid aan te nemen. Dergelijke handelingen kaderen vaak in de normale uitoefening van het notarisambt en dateren veelal van vóór de aanvang van de gerechtelijke vereffening-verdeling. De wet voorziet geen algemene onverenigbaarheid tussen eerdere notariële tussenkomsten en het latere optreden als notaris-vereffenaar.
In beginsel zal de gerechtvaardigde twijfel moeten voortvloeien uit gedragingen, uitlatingen of handelingen van de notaris-vereffenaar tijdens de procedure zelf. Enkel wanneer deze objectief de indruk wekken dat hij zijn opdracht niet langer onafhankelijk of onpartijdig vervult, kan vervanging worden overwogen.
Deontologische en verdragsrechtelijke waarborgen
Naast de wettelijke regeling bieden ook de deontologische regels belangrijke waarborgen. Een notaris die met een gerechtelijke opdracht wordt belast, is niet alleen gehouden tot de algemene plicht van onpartijdigheid die eigen is aan het notarisambt, maar moet ook voldoen aan de vereiste van objectieve onpartijdigheid zoals die voortvloeit uit het recht op een eerlijk proces. Deze verplichting krijgt een bijzondere intensiteit zodra de notaris optreedt als gerechtsmandataris.
Gevolgen van een ongegrond vervangingsverzoek
De afwijzing van een verzoek tot vervanging impliceert niet dat de reeds gestelde handelingen van de notaris-vereffenaar nietig of zonder waarde zouden zijn. Er bestaat geen algemene verplichting voor de notaris-vereffenaar om zijn werkzaamheden op te schorten in afwachting van een beslissing over een vervangingsverzoek, aangezien zijn mandaat berust op een uitvoerbare rechterlijke beslissing.
Evenmin kan uit de ongegrondverklaring van een vervangingsverzoek automatisch worden afgeleid dat sprake is van procesmisbruik. Partijen mogen, zonder foutief of abusief te handelen, vragen voorleggen aan de rechter wanneer objectieve elementen bij hen twijfel doen rijzen over het behoud van het gerechtelijk mandaat.
Tot slot blijft gelden dat de afwijzing van een vervangingsverzoek geen afbreuk doet aan de blijvende verplichting van de notaris-vereffenaar om onafhankelijk en onpartijdig op te treden. Nieuwe of latere inbreuken op die plicht kunnen steeds aanleiding geven tot een nieuw vervangingsverzoek.
FAQ
Kan een notaris-vereffenaar worden gewraakt zoals een rechter?
Nee. De wrakingsregels zijn niet van toepassing. Enkel vervanging is mogelijk bij gerechtvaardigde twijfel over onafhankelijkheid of onpartijdigheid.
Wie is bevoegd om over een vervangingsverzoek te oordelen als er hoger beroep loopt?
De appelrechter. Door de devolutieve werking verliest de eerste rechter zijn rechtsmacht.
Is een vervangingsverzoek laattijdig na de opening van de werkzaamheden?
Niet noodzakelijk. Het is ontvankelijk wanneer de partij pas bij of na die opening kennis kreeg van de vervangingsgrond.
Volstaat een eerdere beroepsrelatie tussen notaris en partij om vervanging te rechtvaardigen?
Neen. Louter eerdere tussenkomsten volstaan niet; er moeten objectieve elementen zijn die een gerechtvaardigde twijfel doen ontstaan.
Moet de notaris-vereffenaar zijn werkzaamheden opschorten tijdens een vervangingsverzoek?
Neen. Zijn mandaat berust op een uitvoerbare rechterlijke beslissing en wordt niet automatisch geschorst.
Is een ongegrond vervangingsverzoek automatisch procesmisbruik?
Neen. Zolang het verzoek redelijkerwijs kan worden verantwoord, is er geen sprake van abusieve procesvoering.