Soms verandert de overheid de bestemming van grond of gebouwen (bijvoorbeeld van bouwgrond naar natuurgebied). Daardoor kan een eigendom veel minder waard worden.
In Vlaanderen bestaat er een regel waarbij je in sommige gevallen kan eisen dat de overheid je eigendom moet aankopen als een nieuwe bestemming zorgt voor een heel zware waardevermindering.
Maar die regel bestaat nog niet zo lang.
Het belangrijkste is dit: die aankoopplicht geldt alleen voor schade die is ontstaan nadat die regel bestond.
Dus als je eigendom al minder waard werd door een oude bestemmingswijziging (van vóór de nieuwe regel), dan kan je niet achteraf zeggen: “Maar die waardevermindering voel ik vandaag nog altijd, dus nu moet de overheid het kopen.”
De rechter zegt dan: het is oude schade. Het feit dat die schade vandaag nog voortduurt, maakt ze niet nieuw.
Een eenvoudig voorbeeld maakt dat duidelijk. Stel dat in 2010 wordt beslist dat jouw bouwgrond voortaan natuurgebied is. Je grond wordt daardoor bijna waardeloos. In 2020 komt er een nieuwe wet die zegt dat je in geval van zware waardevermindering de overheid kan verplichten om te kopen. Dan kan je in 2021 niet zeggen dat de overheid je grond nu moet kopen omdat die nog altijd minder waard is. De oorzaak ligt immers in de beslissing van 2010, toen die wet nog niet bestond.
Dat komt doordat wetten normaal gezien niet terugwerken in de tijd. Een nieuwe wet is bedoeld voor nieuwe situaties, niet om oude problemen achteraf te herstellen.
Casus
Het feit dat de ernstige waardevermindering voortduurt onder de gelding van de nieuwe wet heeft niet tot gevolg dat de eigenaar wiens onroerend goed vóór de inwerkingtreding van artikel 2.4.10, § 1, VCRO een ernstige waardevermindering heeft ondergaan door de vaststelling van een ruimtelijk uitvoeringsplan, vanaf de inwerkingtreding van artikel 2.4.10, § 1, VCRO de verwerving daarvan kan eisen van het Vlaamse Gewest.