Rome I: hoe bepaal je welk recht geldt bij een internationaal contract?
Waarom dit belangrijk is
Bij een contract tussen mensen of bedrijven uit verschillende landen kan later een conflict ontstaan. Dan komt er een basisvraag: volgens welk land zijn wetten moet dat conflict opgelost worden? Belgische regels, Franse regels, Nederlandse regels… het maakt vaak een groot verschil, want elk land heeft eigen regels.
Wat is Rome I?
Rome I is een Europese regeling die uitlegt welk recht van toepassing is op internationale contracten. Ze geldt in alle EU-landen. Het doel is dat rechters in Europa dezelfde methode volgen om te bepalen welk recht moet worden toegepast.
Rome I lost het geschil zelf niet op. Rome I bepaalt alleen eerst welk recht geldt. Pas daarna kijkt men, met dat gekozen recht, wie gelijk heeft en welke gevolgen dat heeft.
De belangrijkste regel: partijen mogen zelf kiezen
De hoofdregel is eenvoudig: de partijen mogen zelf afspreken welk recht van toepassing is op hun contract. Als in het contract bijvoorbeeld staat “Op deze overeenkomst is Belgisch recht van toepassing”, dan is de discussie meestal klaar.
Wat als er geen keuze in het contract staat?
Als partijen geen rechtskeuze hebben opgenomen, dan geeft Rome I regels om toch één toepasselijk recht aan te duiden. Dat gebeurt op basis van de nauwe band tussen het contract en een bepaald land. Rome I zorgt er dus voor dat er altijd een oplossing is, ook als partijen zelf niets hebben vastgelegd.
Kan een rechtskeuze ook stilzwijgend gebeuren?
Ja. Een rechtskeuze hoeft niet altijd letterlijk in het contract te staan. Ze kan ook blijken uit omstandigheden die tonen dat partijen eigenlijk een bepaald recht wilden toepassen. Maar dat moet echt duidelijk en overtuigend zijn.
Belangrijke waarschuwing: procesgedrag is geen automatische rechtskeuze
Het Hof van Cassatie heeft benadrukt dat een rechter niet te snel mag besluiten dat partijen een rechtskeuze hebben gemaakt enkel omdat zij in hun processtukken naar Belgisch recht verwijzen.
Wie procedeert voor een Belgische rechter verwijst vaak vanzelf naar Belgische regels, uit gewoonte of om “voor alle zekerheid” te argumenteren. Dat betekent niet automatisch dat men echt bedoelde om het contract aan Belgisch recht te onderwerpen.
De rechter moet dus altijd nagaan of partijen dat werkelijk hebben gewild. Alleen dan kan men spreken van een stilzwijgende rechtskeuze.
De kernboodschap
Rome I is de Europese “wegwijzer” die bepaalt welk recht geldt bij internationale contracten. Partijen kunnen zelf kiezen, maar die keuze moet echt bedoeld zijn. Een simpele verwijzing naar Belgisch recht tijdens een procedure volstaat niet om te zeggen dat partijen dat recht ook gekozen hebben voor het contract.
Casus:
De rechter mag uitsluitend het bestaan van een stilzwijgende rechtskeuze aanvaarden indien partijen de werkelijke wil hebben gehad om hun overeenkomst aan een bepaald recht te onderwerpen; die daadwerkelijke rechtskeuze moet duidelijk en ondubbelzinnig blijken uit de bepalingen van de overeenkomst of de omstandigheden van het geval, waaronder het gedrag van partijen.
Een stilzwijgende rechtskeuze kan ook na het sluiten van de overeenkomst plaatsvinden, met name tijdens een over die overeenkomst aanhangig gemaakt geding.