De fout zit in de oproeping, niet in de strafvordering als geheel
Wanneer een inverdenkinggestelde op onregelmatige wijze wordt opgeroepen voor de raadkamer bij de regeling van de rechtspleging, is dat een ernstige procedurekwestie. Toch betekent dit niet dat daardoor de hele strafvordering automatisch onderuitgaat. De onregelmatigheid betreft in de eerste plaats de wijze waarop de betrokkene in het proces werd betrokken, en dus de vraag of hij zijn rechten op dat ogenblik effectief kon uitoefenen.
De sanctie is beperkt: geen niet-ontvankelijkheid van de strafvordering
De sanctie voor een onregelmatige oproeping bestaat niet in de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering. Met andere woorden: het openbaar ministerie verliest zijn vervolgingsrecht niet louter omdat de oproeping fout liep. De strafprocedure kan dus in beginsel verder, maar de rechter moet nagaan welke concrete gevolgen de onregelmatigheid heeft gehad.
Het echte knelpunt is de verwijzing naar de vonnisrechter
De rechterlijke reactie situeert zich op het niveau van de beslissing van de raadkamer om de zaak te verwijzen naar de vonnisrechter. Als de inverdenkinggestelde niet is verschenen en dit samenhangt met een onregelmatige oproeping, kan de verwijzing naar de vonnisrechter voor die betrokkene niet zomaar worden beschouwd als geldig en definitief.
De sanctie bestaat er dan in dat de verwijzing naar de vonnisrechter “onbestaande” wordt gehouden ten aanzien van de niet-verschenen inverdenkinggestelde. De procedure wordt dus niet volledig vernietigd, maar de verwijzingsbeslissing krijgt geen rechtsgevolg tegenover die persoon.
Voorwaarde: onherstelbare miskenning van het recht van verdediging
Die sanctie geldt bovendien niet automatisch. Ze speelt enkel in zoverre het recht van verdediging door de onregelmatige oproeping onherstelbaar zou zijn miskend. Dit is opnieuw de sleutel: het gaat niet om een puur formele fout, maar om de vraag of de fout de betrokkene werkelijk in een onomkeerbare verdedigingsachterstand heeft geplaatst.
Als het nadeel nog kan worden hersteld, of als kan blijken dat de verdediging uiteindelijk toch effectief is kunnen worden uitgeoefend, dan is de kans groot dat de rechter geen verregaande gevolgen verbindt aan de fout. Maar als de oproepingsfout ertoe heeft geleid dat de betrokkene niet aanwezig kon zijn bij een beslissend procesmoment en dat dit later niet meer kan worden rechtgezet, dan kan de verwijzing naar de vonnisrechter voor hem geen stand houden.
Praktische betekenis: het debat wordt verlegd naar het verdedigingsnadeel
Deze rechtspraak verplicht de verdediging om bij een onregelmatige oproeping niet enkel de fout aan te tonen, maar vooral het concrete gevolg ervan. Het zwaartepunt ligt bij het aantonen van onherstelbaarheid: welk verdedigingsrecht is verloren gegaan, waarom is dat verlies niet meer te herstellen, en waarom kan men niet volstaan met een latere regularisatie.