1. Fouten bij het deskundigenonderzoek: niet elke fout maakt het verslag waardeloos
In strafzaken komt het geregeld voor dat er bij een deskundigenonderzoek iets formeel misloopt. Bijvoorbeeld: een deskundige legt de eed niet correct af, of ondertekent het eindverslag niet (of niet op de juiste manier).
Dit arrest zegt duidelijk: zo’n fout betekent niet automatisch dat het deskundigenverslag uit het dossier moet verdwijnen. De rechter moet vooral kijken naar de vraag of de fout nog “open” is, of dat ze al te laat wordt ingeroepen.
2. Eed en handtekening horen juridisch bij elkaar
De wet koppelt in bepaalde situaties de eed en de handtekening van de deskundige aan elkaar. De handtekening is niet zomaar een formaliteit, maar hangt samen met de eed: door te ondertekenen bevestigt de deskundige als het ware dat hij zijn opdracht eerlijk en nauwgezet heeft uitgevoerd.
Daarom beslist het Hof dat regels die gaan over fouten rond de eed in strafzaken ook kunnen doorwerken naar fouten rond de handtekening, als beide wettelijk als één geheel worden behandeld.
3. Nietigheid kan “gedekt” worden als men te laat reageert
Een heel belangrijk principe in het strafproces is dit: sommige fouten verdwijnen als niemand er op tijd bezwaar tegen maakt.
Met andere woorden: als een partij (of de rechter) de fout niet tijdig opwerpt, en er ondertussen al een uitspraak op tegenspraak is geweest, dan kan die fout “gedekt” zijn. Dan is het te laat om daar later nog een vernietiging of bewijsuitsluiting op te steunen.
Dat geldt dus ook voor bepaalde fouten bij deskundigenverslagen.
4. Civiele regels voor expertise gelden niet vanzelf in strafzaken
Er bestaan uitgebreide regels in het Gerechtelijk Wetboek over deskundigenonderzoek in burgerlijke zaken. Denk aan strikte regels over tegenspraak, verslagen, overleg, kostenstaten, enzovoort.
Het Hof zegt: die regels zijn niet automatisch van toepassing op een deskundigenonderzoek dat in de strafprocedure bevolen wordt door een onderzoeksrechter.
Alleen als de onderzoeksrechter bepaalde civiele regels uitdrukkelijk toepasbaar verklaart (bijvoorbeeld door ernaar te verwijzen of ze in de opdracht op te nemen), kunnen ze een rol spelen. En zelfs dan leidt een schending alleen tot nietigheid als de wet dat echt zo voorziet.
5. College van deskundigen: samenwerken hoeft niet altijd “symmetrisch”
Als meerdere deskundigen als college worden aangesteld, verwacht men meestal dat zij samen tot een eindbesluit komen.
Maar het Hof maakt duidelijk dat dit in de praktijk best kan betekenen dat één deskundige een deelaspect onderzoekt (bijvoorbeeld medische beeldvorming) en dat de anderen dat verwerken in het geheel. Dat is niet automatisch fout.
De echte vraag voor de rechter is: is het eindresultaat betrouwbaar, en blijkt uit de stukken dat er voldoende samenhang en collegiale besluitvorming was?