Wanneer geldtransfers worden voorgesteld als onderhoud of levensonderhoud, is de kernvraag vaak of de ontvanger werkelijk (relatief) behoeftig was. De onderhoudslogica veronderstelt dat de ontvanger niet in staat is de relevante referentiestandaard te bereiken met eigen middelen of mogelijkheden.
Elementen die tegen behoeftigheid kunnen pleiten zijn onder meer: het uitblijven van een vraag om onderhoud, het bestaan van eigen inkomsten of uitkeringen, het ontbreken van bijzondere lasten, het feitelijk kunnen sparen, beleggen of investeren, of het langdurig ontvangen van aanzienlijke sommen die een onderhoudsverklaring ongeloofwaardig maken.
Ook bankreferenties zoals “onderhoud” zijn niet per definitie beslissend. Zij kunnen indicatief zijn, maar zijn vaak onvoldoende om de juridische kwalificatie te dragen.
Share