Een nietigverklaring is een bijzondere vorm van rechtsherstel die erin bestaat de bestreden rechtshandeling retroactief uit het rechtsverkeer te doen verdwijnen, wat de overheid er in bepaalde gevallen toe moet, minstens kan, aanzetten om een nieuwe beslissing te nemen.
Gelet op artikel 19, eerste lid, van de Raad van State-wet, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht "door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang".
Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar beroep. De Raad van State dient er over te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast (GwH 30 september 2010, nr. 109/2010, B.4.3; EHRM 17 juli 2018, Vermeulen t. België,§§ 42 e.v.).
Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat.
Om als toereikend te worden beschouwd, moet het belang onder meer rechtstreeks zijn en de verzoekende partij een voordeel verschaffen dat voldoende direct verband houdt met de finaliteit van een nietigverklaring, namelijk het doen verdwijnen van de bestreden rechtshandeling uit de rechtsorde.
Onvoldoende om een nietigverklaring van de bestreden beslissing te kunnen verkrijgen, is dan ook het belang van een verzoekende partij dat in de loop van de annulatieprocedure is geëvolueerd naar nog uitsluitend een belang bij het onwettig horen verklaren van die beslissing om de toekenning van een schadevergoeding - door de rechtbanken van de rechterlijke orde, die daartoe zelf de eventuele fout van de overheid kunnen vaststellen - te faciliteren. Aldus heeft de Raad van State de Raad van State het nodige instrument om aan een verzoekende partij, wier belang in de annulatieprocedure buiten haar tekortkoming om evolueerde van een belang bij de nietigverklaring naar nog alleen een belang om de bestreden beslissing onwettig te horen verklaren met het oog op het verkrijgen van een schadevergoeding, om toch nog een beoordeling te verlenen over de middelen die een partij in het kader van haar annulatieberoep aanvoerde. (nieuwe artikel 1 lbis van de Raad van State- wet).
Heeft een verzoekende partij die niet meer van een belang bij de nietigverklaring doet blijken geen vordering tot toekenning van een schadevergoeding tot herstel ingesteld in de loop van de annulatieprocedure, dan zal zij van de Raad van State geen beoordeling van haar middelen mogen verwachten louter met het oog op het faciliteren van de eventuele toekenning van een schadevergoeding.
Opdat immers de Raad van State ertoe bevoegd zou zijn om in het kader van het annulatieberoep tegen een rechtshandeling louter de (on)wettigheid van die rechtshandeling na te gaan ten behoeve van de toewijzing van een schadevergoeding, moet hij ook effectief een vordering in die zin ter behandeling voorgelegd hebben gekregen. Zo niet, gaat de Raad van State zijn bevoegdheid en het voorwerp van de enige vordering die bij hem is ingesteld - een vordering tot nietigverklaring - te buiten.
De Raad van State-heeft sinds kort een schadevergoedingsbevoegdheid. Zij kan op verzoek van "[e]lke verzoekende of tussenkomende partij die de nietigverklaring van een akte, een reglement, of een stilzwijgend afwijzende beslissing vordert met toepassing van artikel 14, § 1 of § 3 [ van de Raad van State-wet]" en die een nadeel heeft geleden vanwege de onwettigheid van de akte, een schadevergoeding tot herstel toekennen ten laste van de steller van de handeling.
De vordering tot schadevergoeding tot herstel kan samen met, of hangende, het beroep tot nietigverklaring worden ingesteld, dan wel binnen zestig dagen na de kennisgeving van het arrest waarin de onwettigheid werd vastgesteld.
Het instellen van de vordering tot schadevergoeding tot herstel in de loop van de annulatieprocedure belet niet dat wanneer de verzoekende partij het belang bij de gevorderde nietigverklaring heeft verloren, deze nietigverklaring door de Raad van State wordt afgewezen. Maar het instellen van de vordering tot schadevergoeding tot herstel plaatst de Raad van State in voorkomend geval wel voor de verplichting om niettemin - voor zover het ingestelde annulatieberoep initieel ontvankelijk was en voor zover het verlies van het belang niet het gevolg is van een handeling die zij zelf heeft gesteld of heeft nagelaten te stellen en die haar persoonlijk verwijtbaar is - een onderzoek van de middelen te verrichten en de eventuele onwettigheid van de bestreden beslissing vast te stellen voor zover dat nodig is om over de ingediende vordering tot schadevergoeding tot herstel uitspraak te kunnen doen.
%MCEPASTEBIN%