Het stelsel van scheiding van goederen kent slechts twee vermogens:
• het vermogen van de ene huwelijkspartner
• het vermogen van de andere huwelijkspartnervrouw.
De goederen die beide echtgenoten samen hebben, zijn niet gemeenschappelijk, ze zijn wel onverdeeld.
In een stelsel van scheiding van goederen blijven de echtgenoten financieel volledig onafhankelijk van elkaar.
Het inkomen van de man blijft van de man, het inkomen van de vrouw blijft van de vrouw. De vermogens vermengen zich niet met elkaar, ze blijven gescheiden.
Maar dit neemt niet weg dat de echtelieden op grond van het primair huwelijksvermogensstelsel beiden dienen bij te dragen in de lasten van het huwelijk.
De echtgenoten kunnen in hun huwelijkscontract bedingen toevoegen met betrekking tot de bewijsvoering, tussen hen, van exclusief eigendomsrecht, met betrekking tot het bewijs van vorderingen die de ene tegen de andere kan inroepen, en bedingen ter nadere regeling van enige onverdeeldheid of doelvermogen die tussen hen zou bestaan.
Zij kunnen ook bedingen opnemen die ertoe strekken een verrekening tussen hun vermogens te verwezenlijken, met name door toevoeging van een beding van verrekening van aanwinsten.
In een stelsel van scheiding van goederen met verrekening van aanwinsten worden de aanwinsten gevormd door het verschil tussen het eindvermogen van een echtgenoot en zijn aanvangsvermogen.
Bij de ontbinding van het huwelijksstelsel blijkt de verrekenvordering uit de vergelijking tussen de aanwinsten van beide echtgenoten.
Het aanvangsvermogen is het vermogen van ieder van de echtgenoten op de datum waarop het huwelijksstelsel uitwerking krijgt. zie verder voor de samenstelling Art. 2.3.66. (nieuw) BW. Voor de waardering zie Art. 2.3.67. (nieuw) BW
Het eindvermogen is samengesteld uit de goederen die de echtgenoot op de datum van ontbinding van het stelsel toebehoren. zie verder voor de samenstelling Art. 2.3.68. (nieuw) BW. Voor de waardering zie Art. 2.3.69. (nieuw) BW
Indien bij ontbinding van het huwelijksstelsel de aanwinsten van een van de echtgenoten die van de andere overschrijden, dan kan deze laatste tegen zijn echtgenoot een verrekenvordering gelijk aan de helft van dat verschil doen gelden.
De verrekenvordering wordt in geld betaald. De rechtbank kan echter op verzoek van de ene of van de andere echtgenoot beslissen dat, met het oog op die betaling, goederen van de schuldenaar aan de schuldeiser worden overgedragen, indien dit met het billijkheidsbeginsel overeenstemt.
Na de ontbinding van het huwelijksstelsel is de verrekenvordering wegens overlijden vererfbaar en onder levenden overdraagbaar.
Indien het huwelijk door echtscheiding is ontbonden, of indien het huwelijksstelsel door een andere gerechtelijke beslissing is ontbonden, wordt de verrekenvordering bepaald volgens de samenstelling en de waarde van het vermogen van de echtgenoten op het tijdstip waarop de vordering in rechte is ingediend.