Artikel 356, eerste lid, WIB92 bepaalt dat wanneer tegen een beslissing van de adviseur-generaal van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen of van de door hem gedelegeerde ambtenaar een vordering in rechte is ingesteld en de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig verklaart, om een andere reden dan verjaring, de zaak gedurende een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de rechterlijke beslissing op de rol ingeschreven blijft. Gedurende die termijn van zes maanden die de termijnen om verzet of hoger beroep aan te tekenen of om een voorziening in cassatie in te dienen schorst, kan de administratie een subsidiaire aanslag door middel van conclusies aan het oordeel van de rechter onderwerpen op naam van dezelfde belastingschuldige en op grond van alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de initiële aanslag.
Overeenkomstig artikel 357, 5°, WIB92 worden voor de toepassing van artikel 356 WIB92 de vereffenaar van de rechtspersoon waarvan de vereffening gesloten is, in die hoedanigheid, of, bij ontstentenis daarvan, de personen die beschouwd worden als vereffenaar krachtens deel 1, boek 2, titel 8 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, gedurende de periode voorzien in artikel 2:143, van hetzelfde Wetboek, met dezelfde belastingschuldige gelijkgesteld.
Krachtens artikel 2:143 Wetboek van vennootschappen en verenigingen, verjaren door verloop van vijf jaren alle rechtsvorderingen tegen de vereffenaars als zodanig, of bij ontstentenis van vereffenaars, tegen de personen die krachtens artikel 2:85 als vereffenaars worden beschouwd, te rekenen van de bekendmaking van de sluiting van de vereffening.
De doelstelling van het systeem van de subsidiaire aanslag bestaat erin om in gevallen waar de oorspronkelijke aanslag om een andere reden dan verjaring moet worden vernietigd, de administratie de mogelijkheid te geven om alsnog een correcte aanslag te vestigen, ook al zijn de aanslagtermijnen inmiddels verstreken, en aldus te bewerkstelligen dat de wettig verschuldigde belasting kan worden geïnd.
Hieruit volgt dat artikel 357, 5°, WIB92 en in het bijzonder de bewoordingen «gedurende de periode voorzien in artikel 2:143 van hetzelfde Wetboek» aldus dienen te worden geïnterpreteerd dat in geval van vernietiging van een aanvankelijke aanslag gevestigd op naam van een vennootschap waarvan de vereffening op dat ogenblik reeds was afgesloten, een subsidiaire aanslag tegen de vereffenaar qualitate qua mogelijk is op voorwaarde dat de aanvankelijke aanslag werd gevestigd binnen vijf jaar na de sluiting van de vereffening van de vennootschap.