Reeds sinds de invoering van het Gerechtelijk Wetboek (en nog meer sinds de wet van 13 augustus 2011 'houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffeningverdeling' (BS 14 september 2011, in werking op 1 april 2012) (wetsvoorstel houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5 405/1, 3) krijgt de notaris-vereffenaar in de gerechtelijke vereffening-verdeling een cruciale rol toebedeeld. De rechtspraak en rechtsleer beamen deze centrale functie van de notaris-vereffenaar meer en meer volmondig. De door de rechtbank aangewezen notaris-vereffenaar leidt als gerechtelijke opdrachthouder de procedure van vereffening-verdeling. De notarisvereffenaar is de zogeheten 'eerste rechter' in de oplossing van de geschillen tussen de partijen.
De reden daarvoor is dat de notaris de specialist bij uitstek is van het familiale vermogensrecht. Hij heeft daarenboven een grondige kennis van de immobiliënmarkt. Hij geniet het vertrouwen van het publiek. Heel vaak is hij vertrouwd met de familiale achtergrond van de partijen bij de gerechtelijke verdeling, wat soms pleit voor de aanwijzing van de familienotaris tot notaris-vereffenaar. Tot slot worden in de beslotenheid van een notariskantoor heel vaak problemen opgelost die de partijen niet zo graag in de zittingszaal van de rechtbank zien terechtkomen.
De rechtspraak en rechtsleer leggen steeds meer nadruk op de actieve tussenkomst van de notaris-vereffenaar in de gerechtelijke verdeling en meer in het bijzonder op zijn bemiddelende en verzoenende rol.
In de beslotenheid van een notariskantoor komen onder leiding van een actieve, bemiddelende notaris-vereffenaar vaak akkoorden, minstens deelakkoorden tot stand. Ook de Wet van 13 augustus 2011 stelt het bevorderen van ( deel)akkoorden als een doel voorop (memorie van toelichting bij het wetsvoorstel, Parl.St. Senaat, 2010-11, 5/405-1, 2-3).
Deze doelstellingen en de bijzondere plaats van de notaris-vereffenaar in de gerechtelijke vereffening-verdeling brengen mee dat eens de notaris-vereffenaar is aangewezen, alle geschillen binnen de vereffening-verdeling eerst aan hem moeten worden voorgelegd. Het aanwijzingsvonnis is immers een eindvonnis: het contentieux van de verdeling is niet meer bij de rechtbank aanhangig, de zaak is aan de rechtbank onttrokken. De notaris-vereffenaar zal over alle punten die de partijen verdelen, zowel in feite als in rechte, standpunt dienen in te nemen.
Enkel in geval van blijvende betwisting geeft de notaris-vereffenaar het laatste woord aan de rechtbank (terug). Betwistingen tegen de staat van vereffeningverdeling worden door de notaris-vereffenaar met toepassing van het oude artikel 1219, § 2 Ger.W. (of thans het nieuwe art. 1223, § 3 Ger.W.) bij de rechter aanhangig gemaakt door neerlegging ter griffie van de benodigde notariële akten en in het bijzonder de betwiste vereffeningsstaat en het proces-verbaal van bezwaren met het notariële advies. Deze specifieke wijze van saisine van de rechtbank spoort met de geschetste unieke rol van de notaris-vereffenaar.
Evenwel kunnen tijdens de vereffening-verdeling reeds vrij snel bepaalde geschillen opduiken die het de notaris-vereffenaar onmogelijk maken op een zinnige wijze een staat van vereffening-verdeling op te stellen. Stelt hij toch een staat op, dan riskeert de notaris-vereffenaar, bij een andere beoordeling door de rechtbank op het einde van de rit, zijn hele vereffeningswerk te mogen overdoen.
Hier creëerde rechtspraak een elegante oplossing door de notaris-vereffenaar met analoge toepassing van het oude artikel 1219, § 2 Ger.W. toe te laten ook tussentijds essentiële geschillen op dezelfde wijze bij de rechtbank aanhangig te maken. Het cassatiearrest van 5 november 1993 ( en het nieuwe artikel 1216 Ger.W.) bevestigde(n) intussen deze praetoriaanse creatie (Cass. 5 november 1993, Arr Cass. 1993, 926; Antwerpen 31 mei 2006, TNot. 2007, 318; T. VAN SINAY, "Grasduinen in de nieuwe gerechtelijke verdeling - Commentaar bij de wet van 13 augustus 2011", TFam. 2012, 88-110).
Ook hier houden (wetgever,) rechtspraak en rechtsleer de leidinggevende rol van de notaris-vereffenaar en de controlerende rol van de rechtbank mooi in balans. Het inititatiefrecht tot het opstellen van dergelijk tussentijds proces-verbaal komt (eveneens) uitsluitend aan de notaris-vereffenaar toe, terwijl de rechtbank de opportuniteit en noodzaak van haar voortijdse tussenkomst en (gebeurlijk het tussengeschil) zal beoordelen.
In de lijn van dit evenwicht en teneinde vertragingsmaneuvers tegen te gaan, is het in de regel aan de partijen, zelfs in onderling akkoord, niet toegelaten zelf de rechtbank op een andere wijze te adiëren.
Andere wijzen van rechtsingang zoals bijvoorbeeld middels dagvaarding of conclusie kunnen niet en stuiten op een niet-ontvankelijkheid van de vordering.
De economie van de gerechtelijke vereffening-verdeling laat niet toe dat de rechtbank te pas en te onpas door (vertragingslustige) partijen wordt geadieerd.
Rijzen evenwel reeds van in het begin, bijvoorbeeld naar aanleiding van de aangifte van nalatenschap of tijdens de voorafgaande (mislukte) poging tot minnelijke vereffening-verdeling, welomlijnde twistvragen met een determinerende invloed op de vereffening-verdeling, dan kan het vanuit proceseconomisch oogpunt nuttig zijn dat de partijen deze geschillen reeds aan de rechtbank kunnen voorleggen nog voordat de notaris-vereffenaar aan het werk gaat.
Aldus kunnen de partijen bij de aanvang van de gerechtelijke vereffeningsprocedure hun geschilpunten reeds aan de (vereffenings)rechter voorleggen.
Ook hier blijft de leidinggevende rol van de notaris-vereffenaar en de controlerende rol van de rechtbank mooi in evenwicht, met oog voor het sui generis-karakter van de gerechtelijke vereffening-verdeling en de proceseconomie. De rechtbank kan de haar voorgelegde geschillen reeds beslechten. Zij kan de oplossing van een of meerdere van de haar voorgelegde geschillen evengoed uitstellen naar een verder stadium in de procedure van de gerechtelijke vereffening-verdeling en zo de geschetste centrale rol van de notaris-vereffenaar bij de gerechtelijke vereffeningverdeling ten volle laten spelen.
Dit is een discretionaire, soevereine bevoegdheid van de rechtbank. De keuze om het geschil al dan niet reeds (voorafgaand aan de notariële werkzaamheden en zonder het advies van de notaris-vereffenaar) te beslechten ligt uitsluitend bij de rechtbank, niet bij de partijen (
Enkel artikel 1209, eerste lid Gerechtelijk Wetboek biedt de partijen in de gerechtelijke vereffening-verdeling (in de regel) de enige mogelijkheid/het enige moment waarop zij dergelijke geschillen zelf aan de rechtbank kunnen voorleggen. Daarbij is het van primordiaal belang dat de beslechting van deze geschillen in de gedinginleidende dagvaarding wordt gevraagd. Jammer genoeg wordt van deze mogelijkheid in de praktijk onvoldoende gebruik gemaakt.
Worden in het raam van artikel 1209 eerste lid Ger. W. geen geschillen aan de rechtbank voorgelegd of stelt de rechtbank de behandeling ervan uit, dan is de zaak niet meer aanhangig bij de rechtbank.
( ... )