In tegenstelling tot vervaltermijnen die gelden voor rechtsmiddelen, kunnen de termijnen om zwarigheden aan te tekenen tegen de staat van vereffening niet worden aangezien als termijnen van openbare orde. Bij het voorschrift van art. 1223, § 1 vierde lid Ger.W. is de absolute toepassing niet altijd onverkort en onverbiddelijk aan de orde. Enige redelijkheid is hierbij geboden. Partijen kunnen trouwens van deze termijn afwijken en dit akkoord is aan geen specifieke of bijzondere vorm- of andere vereisten onderworpen.
Een zwarigheid betreft een bezwaar (of vorm van tegenspraak) tegen het werk van de notaris terwijl een aanspraak een vordering is die gesteld wordt door een deelgenoot.
Bij procesrechtelijke vervaltermijnen (in de regel de termijnen voor het aanwenden van een rechtsmiddel) staat absolute rechtszekerheid centraal: partijen moeten weten wanneer een rechterlijke uitspraak onaantastbaar wordt, c.q. kracht van gewijsde verwerft.
Bij het voorschrift van artikel 1223, § 1, vierde lid Ger.W. – dat bepaalt dat partijen beschikken over een termijn van een maand vanaf de dagtekening van de aanmaning om de bezwaren tegen de staat van vereffening schriftelijk mede te delen – is deze absolute toepassing niet altijd onverkort en onverbiddelijk aan de orde, getuige trouwens het feit dat partijen van deze termijnen in onderling overleg kunnen afwijken, terwijl (ook buiten de strikte contouren van het overmachtsbegrip om) nieuwe stukken of feiten van overwegend belang nieuwe zwarigheden kunnen rechtvaardigen, ook buiten de termijn van 1 maand om.
- Zoals hiervoor vermeld laat de wet uitdrukkelijk de mogelijkheid open dat partijen afwijken van deze wettelijke termijnen.
Essentieel is dat de wet enkel melding maakt van het akkoord van partijen, maar dit akkoord aan geen specifieke of bijzondere vorm- of andere vereisten onderwerpt.
Een expliciet of formeel akkoord wordt door de betrokken regelgeving niet vooropgesteld.
Enige redelijkheid is hierbij geboden.
Er wordt in dat verband overigens ook verdedigd dat al te scherpe kalender en nodeloze onwrikbaarheid eerder contraproductief werkt, wat uiteindelijk ingaat tegen voormelde doelstellingen van de wet van 13 augustus 2011.
- Opvallend is o.a. dat artikel 1223, § 1 Ger.W., dat handelt over de termijn binnen welke partijen hun zwarigheden tegen de staat van vereffening kunnen laten gelden, niet op straffe van verval is voorgeschreven.
De bedoelde termijn geldt evenmin als een termijn om een rechtsmiddel aan te wenden, aangezien een staat van vereffening geen vonnis of arrest, c.q. geen rechtsprekende handeling is.
- Eveneens is het opvallend, bij de lectuur van de ter zake relevante bepalingen, dat enkel artikel 1220 Ger.W. uitdrukkelijk bepaalt dat de notaris-vereffenaar geen rekening houdt met aanspraken, opmerkingen en stukken die na het verstrijken van de met toepassing van artikel 1217 overeengekomen termijnen of de in artikel 1218, § 1 en § 2 bepaalde termijnen zijn aangebracht. Voormeld wetsartikel handelt evenwel niet over de zwarigheden tegen de staat van vereffening maar over de hieraan voorgaande fase van de rechtspleging, voordat de notaris-vereffenaar ertoe komt zijn staat van vereffening op te stellen, wanneer partijen hun vorderingen en aanspraken – gestaafd met stukken – aan de notaris-vereffenaar dienen over te maken.
De ratio legis dient van de termijnregeling bij de procedure van gerechtelijke vereffening en verdeling leert dat een procesvoorschrift geen zelfstandige waarde heeft en niet wordt gelegitimeerd door haar bestaan zelf.
Elk procedurevoorschrift moet dan ook in een ruimer kader worden geplaatst. Wanneer bepaalde voorschriften ogenschijnlijk een absolute gelding hebben dan is dit nooit omwille van de formaliteiten op zich, maar enkel omwille van de onderliggende fundamentele rechtsbeginselen die ze dienen. Dit verhoogt de legitimatie van het recht. Een dergelijke benadering van procesvoorschriften werkt niet systeemondermijnend, maar systeemondersteunend.
Hierdoor kan de aandacht van zowel de rechter als de procespartijen immers volledig toegespitst blijven op de beslechting van het conflict zelf.
Bedoeling van de termijnregeling is ervoor te zorgen dat de vereffening en verdeling binnen redelijke termijn kan verlopen en zo weinig mogelijk vertragingen oploopt. Dit is ook de mening van het Grondwettelijk Hof en bouwt voort op de principiële veroordeling van de Franse staat in het arrest-Siegel. De beoordeling van de redelijke termijn dient in concreto te gebeuren
De centrale doelstellingen van de wet van 13 augustus 2011 houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening en verdeling (zoals in werking getreden op 1 april 2012) strekt tot versnelling van het (voor de partijen beter (voorzienbare) verloop van een gerechtelijke vereffening- verdeling in de zin van de artikelen 1207 e.v. Ger.W.