Er bestaat geen wettelijk kader om in een vereffening-verdeling de rechter tussentijds te vatten met procedurele vragen, buiten het kader van de tussentijdse geschillen.
Artikel 1211 Ger.W., betreft enkel verzoeken tot vervanging van de notaris-vereffenaar.
Eens de notaris-vereffenaar zijn staat van vereffening heeft neergelegd (met proces-verbaal van bezwaren en advies) is zijn opdracht, minstens tijdelijk, beëindigd: enkel bij niet-homologatie van de staat van vereffening dient hij een aanvullende staat op te stellen, met aanpassing aan de richtlijnen van de vereffenings- en homologatierechter.
De algemene regel luidt dat een procedure van gerechtelijke vereffening en verdeling, die ten andere is onderworpen aan de redelijke termijnvereiste, een tijdsgebonden gebeuren is.
Deze redelijke termijnvereiste vertaalt zich o.a. ook in het feit dat deze procedure, eenmaal aanbeland in de notariële fase, niet kan worden onderbroken tenzij in een aantal specifieke gevallen, met name indien er tussentijdse geschillen rijzen of indien een vordering moet worden gesteld binnen een bepaalde verval- of verjaringstermijn, of voor een verzoek strekkende tot de vervanging van de notaris-vereffenaar.
Wanneer de staat van vereffening is opgesteld door de notaris-vereffenaar kunnen partijen zwarigheden aanvoeren, waarop de notaris-vereffenaar dan antwoordt in een advies, dat wordt neergelegd ter beslechting door de rechter
Er is geen rechtsgrond voorzien noch bestaat een wettelijk kader om procedurele geschillen over de vereffening-verdeling te laten beslechten door de rechter, buiten het stramien van de tussentijdse geschillen, zoals bedoeld in artikel 1216 Ger.W.
Nadat de staat van vereffening is opgesteld, kan van een tussentijds geschil s geen sprake meer zijn en is ook de redactie van een proces-verbaal van tussentijds geschil niet meer mogelijk.
Een en ander geldt des te meer aangezien een autonome rechtsingang door de partijen in de procedure van gerechtelijke vereffening en verdeling slechts mogelijk is in de gevallen bij wet bepaald (zoals o.a. bij verzoeken tot vervanging van de notaris: zie art. 1211 Ger.W.) of indien een vordering binnen bepaalde wettelijke verval- of verjaringstermijnen moeten worden ingesteld.
Het komt de rechter niet toe om advies te geven aan partijen om uit de procedure impasse te geraken: artikel 297 Ger.W. schrijft een verbod voor op “(juris)consulten” door de rechter.