De rechtsplegingsvergoeding is geregeld in artikel 1022 Ger.W. en vormt een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Ze wordt toegekend volgens specifieke voorwaarden die verband houden met de rol van advocatenbijstand, de procesverhouding en de uitkomst van het geding.
1. Advocatenbijstand
De toekenning van een rechtsplegingsvergoeding veronderstelt in principe dat de partij door een advocaat werd bijgestaan of vertegenwoordigd in rechte. De regeling is dus gestoeld op de idee dat het werk van de advocaat, dat door de tegenpartij onrechtstreeks aanleiding gaf tot proceskosten, moet worden vergoed. Wanneer een partij zichzelf verdedigt zonder advocaat (pro se), wordt in de regel geen rechtsplegingsvergoeding toegekend.
2. Procesverhouding en in het gelijk gestelde partij
Artikel 1022 Ger.W. koppelt het recht op rechtsplegingsvergoeding aan het in het gelijk gesteld zijn in het geschil. In beginsel heeft enkel de volledig in het gelijk gestelde partij er recht op. Bij gedeeltelijk gelijk krijgen partijen vaak elk een proportionele vergoeding of wordt de vergoeding gecompenseerd. Het is aan de rechter om, op basis van de concrete procesverhouding en het procesverloop, te oordelen wie "in het gelijk gesteld" werd in de zin van artikel 1022 Ger.W.
3. Uitzonderingen
Er zijn bepaalde situaties waarin, ondanks advocatenbijstand en een gunstige procesuitkomst, geen rechtsplegingsvergoeding wordt toegekend:
-
Curator: Een curator in faillissement die een procedure voert, treedt op in het kader van zijn wettelijke opdracht en niet louter als vertegenwoordiger van de boedel. Daarom wordt doorgaans geen rechtsplegingsvergoeding toegekend voor de curator zelf.
-
Rechtsbijstandsverzekering: Indien de kosten van de rechtsbijstand volledig door een rechtsbijstandsverzekeraar worden gedragen, kan dat in sommige gevallen een invloed hebben op de toekenning of de hoogte van de rechtsplegingsvergoeding. De vergoeding wordt evenwel in principe toegekend ongeacht de tussenkomst van een verzekeraar.
-
Tweedelijnsbijstand: Wanneer een partij wordt bijgestaan door een pro-Deoadvocaat in het kader van de tweedelijnsbijstand, wordt de rechtsplegingsvergoeding normaal gezien gewoon toegekend aan de bijgestane partij. De vergoeding kan eventueel aan de Staat toekomen bij specifieke wettelijke regelingen, maar verandert niets aan de procesverhouding.
De rechtsplegingsvergoeding blijft een essentieel mechanisme om toegang tot de rechter haalbaar te maken, door de financiële gevolgen van een proces (gedeeltelijk) te neutraliseren voor de in het gelijk gestelde partij.
Voor een diepgaandere bespreking van deze problematiek, zie: Stefaan Voet en Charlotte Teeuwens, “Gedingkosten in burgerlijke zaken en de rechtsplegingsvergoeding in het bijzonder: een stand van zaken”, Rechtskundig Weekblad, 2024-2025, afl. 20, p. 1414.