Wanneer aandelen van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid worden verkocht, ligt de situatie fundamenteel anders dan bij de overdracht van een handelszaak. Het voorwerp van de verkoop is namelijk niet het patrimonium van de vennootschap, maar enkel de aandelen zelf. De koper wordt aandeelhouder, maar de vennootschap blijft een afzonderlijke rechtspersoon met een eigen vermogen.
De verkoper is in dit geval gehouden tot vrijwaring voor eigen daad, maar enkel in de mate dat hij het rustig genot van de aandelen zelf en de eraan verbonden rechten moet waarborgen. Dit omvat onder meer:
-
het stemrecht en vraagrecht op de algemene vergadering,
-
het recht op dividend,
-
het recht op een aandeel in het liquidatiesaldo bij ontbinding van de vennootschap.
De vrijwaring strekt zich daarentegen niet automatisch uit tot het patrimonium van de vennootschap. De koper kan dus geen aanspraak maken op bescherming tegen waardeverminderingen of risico’s die eigen zijn aan de vennootschap zelf, tenzij de verkoper zich daarvoor uitdrukkelijk contractueel verbindt.
Een belangrijk verschilpunt met de overdracht van een handelszaak is dat er geen impliciete niet-concurrentieverplichting bestaat bij de overdracht van aandelen. De overdrager kan dus in principe concurrerende activiteiten blijven ontplooien, tenzij een uitdrukkelijk niet-concurrentiebeding wordt opgenomen. Alleen wanneer het gedrag van de verkoper een buitencontractuele fout of een oneerlijke handelspraktijk vormt, kan de koper zich hiertegen verzetten.
FAQ
Wat moet de verkoper van aandelen precies waarborgen?
Dat de koper het ongestoord genot heeft van de aandelen zelf en van de eraan verbonden rechten, zoals stemrecht en dividendrecht.
Is de verkoper ook aansprakelijk voor problemen in het patrimonium van de vennootschap?
Neen, tenzij hij daarover uitdrukkelijk garanties geeft. Het patrimonium behoort toe aan de vennootschap, niet aan de verkoper.
Bestaat er een impliciet verbod om te concurreren na aandelenoverdracht?
Neen, dat geldt enkel bij overdracht van een handelszaak. Bij een aandelenverkoop moet een niet-concurrentieclausule uitdrukkelijk worden afgesproken.
Wat als de verkoper toch concurrerende activiteiten ontwikkelt zonder beding?
Dan is dit enkel onrechtmatig indien het een fout of oneerlijke handelspraktijk uitmaakt. In de meeste gevallen blijft concurrentie toegestaan.