De verkoper is gehouden om de koper te vrijwaren voor eigen daad. Dit betekent dat hij zich moet onthouden van elke handeling, feitelijk of juridisch, die het eigendomsrecht, de detentie of het rustig bezit van de koper zou kunnen aantasten. De verkoper mag dus niet de uitoefening van het recht belemmeren dat hij zelf heeft overgedragen. Dit principe wordt samengevat in het adagium donner et retenir ne vaut: wat men overdraagt, mag men niet behouden of terugnemen.
Deze verplichting is een voortzetting van de leveringsplicht. Zelfs indien contractueel een niet-vrijwaringsbeding wordt opgenomen, blijft de verkoper toch aansprakelijk voor stoornissen die hij zelf veroorzaakt.
Een bijzonder toepassingsgebied vormt de verkoop van een handelszaak. Omdat de kern van zo’n verkoop vaak het cliënteel is, vloeit daaruit een impliciete niet-concurrentieverplichting voort voor de verkoper. Deze beperking moet redelijk blijven en mag niet verder reiken dan nodig om de overnemer het genot van het cliënteel te waarborgen. Dat betekent dat het verbod geografisch, temporeel en qua activiteiten beperkt moet zijn. Het gaat niet om een algemeen verbod om nog beroepsmatig actief te zijn.
Bij de overdracht van aandelen ligt dit anders. De verkoper staat enkel in voor het ongestoord genot van de aandelen zelf en de daaraan verbonden rechten, zoals stemrecht en dividendrecht. De koper is niet automatisch beschermd tegen concurrentie door de overdrager, tenzij er een uitdrukkelijke niet-concurrentieclausule werd overeengekomen of het gedrag van de overdrager een fout oplevert.
FAQ
Wat houdt vrijwaring voor eigen daad precies in?
Dat de verkoper geen handelingen mag stellen die het recht van de koper aantasten, ook niet na de verkoop.
Kan een verkoper zich hiervan contractueel bevrijden?
Nee, de wet bepaalt dat zelfs wanneer men een niet-vrijwaringsbeding opneemt, de verkoper altijd gehouden blijft voor zijn eigen daad.
Waarom is dit relevant bij de verkoop van een handelszaak?
Omdat het cliënteel een essentieel onderdeel vormt. De verkoper mag dat cliënteel niet ondermijnen door onmiddellijk concurrerende activiteiten op te starten.
En bij de verkoop van aandelen?
Daar gaat het enkel om het rustig bezit van de aandelen zelf. Concurrentie door de verkoper is in principe toegelaten, tenzij uitdrukkelijk verboden of foutief.