In onze samenleving wordt steeds vaker gekeken naar wat mensen opbrengen, eerder dan naar wie ze zijn. Wat je waard bent, lijkt af te hangen van je diploma, je job, je zichtbaarheid op sociale media of je economische meerwaarde.
Maar die manier van kijken laat diepe sporen na, zeker voor wie buiten het keurslijf valt: langdurig zieken, ouderen, mensen zonder papieren of jongeren die hun weg nog zoeken.
Toch mag waardigheid niet de loutere resultante zijn van het nut. Zoals de filosoof Immanuel Kant het formuleerde: een mens mag nooit louter als middel worden gebruikt, maar moet altijd ook als doel op zich worden erkend. Waardigheid moet behouden blijven ook zonder kapitaalsopbrengst
De maatschappelijke participatie en economische bijdrage kan wel een manier zijn om waardigheid te beleven en te versterken, niet om ze te ondergraven. Werken, bijdragen, verantwoordelijkheid opnemen — dat zijn ook bronnen van eigenwaarde. Voor sommige mensen is het net ontmenselijkend als ze volledig buiten het economisch verkeer geplaatst worden.
In plaats van het nutdenken af te wijzen, kunnen we streven naar een bredere definitie van ‘nut’ waarin ook zorg, vrijwilligerswerk, ouderschap, en cultureel engagement meetellen.
Het is niet ofwel economisch nut ofwel morele waardigheid — in de praktijk bestaan er hybride modellen van erkenning, solidariteit en wederzijdse inzet.
In een schaarsteesamenleving moeten keuzes gemaakt worden over toewijzing van middelen (bv. zorg, huisvesting, onderwijs). Dat vereist oordelen en prioriteiten stellen.
In die context is het legitiem om bijvoorbeeld te kijken naar inspanning, verantwoordelijkheid of potentieel, zonder meteen de fundamentele waardigheid van mensen te ontkennen.
Woorden als “last”, “profiteur” of “doelgroep” kunnen een mens onzichtbaar maken, zij kunnen de waardigheid en het zelfbeeld van mensen aantasten.
Toch moet men voorzichtig zijn met taaltaboes. Beleidsmakers moeten categorieën kunnen benoemen (bv. “langdurig zieken”, “werkzoekenden”, “zonder papieren”) om beleid te kunnen voeren. Taal kan zowel stigmatiseren als zichtbaar maken. Het gevaar is dat morele verontwaardiging over taalgebruik leidt tot technisch en beleidsmatig onvermogen.
Waardigheid mag geen synoniem worden van economische waarde, prestige, sociale zichtbaarheid of bekendheid.
Maar de idee dat waardigheid losstaat van gedrag of keuzes, kan worden gecontesteerd. In de klassieke filosofie werd menselijke waardigheid ook verbonden met deugd en verantwoordelijkheid. De zorg voor het eigen leven en het opnemen van verantwoordelijkheid zijn dan juist manieren waarop iemand zijn waardigheid waarmaakt.
Waardigheid is niet alleen een recht, maar ook een opdracht. Wie structureel weigert verantwoordelijkheid op te nemen, kan zijn morele gezag ondermijnen zonder zijn mens-zijn te verliezen.
We beschikken als burger over ral van grondwettelijke rechten en zelfs het recht op menselijke waardigheid. Dit behelst niet dat deze rechten resoluut en absoluut onvoorwaardelijk zijn.
Een samenleving die te sterk focust op onvoorwaardelijkheid riskeert de erosie van wederkerigheid — een essentieel element van sociale cohesie. Burgers kunnen vervreemden van systemen waarvan ze het gevoel hebben dat ze alleen geven en niet ontvangen, zeker als anderen daar ogenschijnlijk niet aan bijdragen. Dit leidt tot morele spanningen in de sociale zekerheid en de publieke opinie.
Zonder minimale verwachtingen van inspanning en participatie, riskeert solidariteit te vervagen en komt ze zelfs in overlevingsgevaar.
In de Verenigde Staten heeft het nutdenken zich diep verankerd in de maatschappelijke cultuur. Economische waarde, productiviteit, succes en zichtbaarheid vormen de dominante maatstaven waarmee mensen worden beoordeeld.
Dat is geen toeval: het zit ingebakken in het narratief van de American Dream, dat belooft dat iedereen, mits voldoende inspanning, zijn of haar lot kan overstijgen. Wie faalt, heeft dat blijkbaar vooral aan zichzelf te danken.
Maar die meritocratische logica maskeert een structurele realiteit: niet iedereen start vanop dezelfde lijn. Wie ziek wordt, een mentale kwetsbaarheid kent, geboren wordt in armoede of in een gemarginaliseerde gemeenschap leeft, wordt vaak dubbel gestraft: eerst door de structurele uitsluiting, vervolgens door het morele oordeel dat hij of zij “niet genoeg gedaan heeft.”
De waardigheid van zulke mensen wordt herleid tot hun economische rendabiliteit — of het gebrek daaraan.
De opkomst van Donald Trump heeft dit probleem niet veroorzaakt, maar wel verscherpt en zichtbaar gemaakt. Zijn discours draaide op de monetarisering van waarde, het verdacht maken van zwakkeren (“losers”), het verheerlijken van succes (gemeten in geld, macht en zichtbaarheid), en het verdacht maken van universele mensenrechten als elitair of ideologisch.
Meer nog: de Vertrumping van de samenleving heeft geleid tot een verplatting van het publieke debat. Er is geen plaats meer voor nuance of de complexiteit van menselijke waardigheid. In plaats daarvan domineert een discours van wij-zij, vriend-vijand, renderend-niet-renderend. Mensen worden gereduceerd tot categorieën: “illegalen”, “moochers”, “thugs”, of “winners”. In die binariteit verdwijnt elke aandacht voor de mens als doel op zich.
De invloed van dit Amerikaanse denkkader reikt ver buiten de VS. De export van de American Dream als ideaalbeeld beïnvloedt ook Europese beleidsmodellen, inclusief het Belgische.
Er ontstaat een sluipende verschuiving waarbij sociale bescherming niet langer een basisrecht is, maar een tegenprestatie voor nuttigheid. In discours over “activeren”, “verantwoordelijkheid nemen” of “wie werkt, wordt beloond”, klinkt steeds vaker een echo van de Amerikaanse logica: waardigheid moet je verdienen.
Zonder waakzaamheid kan ook onze samenleving afglijden naar een reductie van mensen tot meetbare eenheden van economische inzetbaarheid. De verleiding om zwakte gelijk te stellen met mislukking, en waardigheid met verdienste, is reëel. De Amerikaanse ervaring toont hoe snel een samenleving haar moreel kompas kan verliezen wanneer economische bruikbaarheid het hoogste criterium wordt.