Uittreksel uit het WER
Art. I.9.[1 Voor de toepassing van boek VII gelden de volgende definities :
1° betalingsdienst : elke dienst, te koop aangeboden in het raam van een bedrijfsactiviteit, als hierna vermeld :
a) diensten waarbij de mogelijkheid wordt geboden contanten op een betaalrekening te plaatsen alsook alle verrichtingen die voor het beheren van een betaalrekening vereist zijn;
b) diensten waarbij de mogelijkheid wordt geboden contanten van een betaalrekening op te nemen alsook alle verrichtingen die voor het beheren van een betaalrekening vereist zijn;
c) uitvoering van betalingstransacties, met inbegrip van de overmaking van geldmiddelen op een betaalrekening bij de betalingsdienstaanbieder van de gebruiker of bij een andere betalingsdienstaanbieder :
- uitvoering van domiciliëringen;
- uitvoering van betalingstransacties via een betaalinstrument;
- uitvoering van overschrijvingen, met inbegrip van doorlopende betalingsopdrachten;
d) uitvoering van betalingstransacties waarbij de geldmiddelen zijn gedekt door een krediet die aan de betalingsdienstgebruiker wordt verstrekt :
- uitvoering van domiciliëringen;
- uitvoering van betalingstransacties via een betaalinstrument;
- uitvoering van overschrijvingen, met inbegrip van doorlopende betalingsopdrachten;
e) uitgifte van en/of aanvaarding van betaalinstrumenten;
f) geldtransfers;
g) [10 betalingsinitiatiediensten;]10
[10 h) rekeninginformatiediensten;]10
2° betalingsdienstaanbieder : iedere rechtspersoon die betalingsdiensten verstrekt aan een betalingsdienstgebruiker en beantwoordt aan de kenmerken van een van de hierna opgesomde instellingen :
a) de kredietinstellingen bedoeld in [8 artikel 1, § 3, eerste lid van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoots-chappen]8;
b) de instellingen voor elektronisch geld bedoeld [10 in artikel 2, 73°, van de wet van 11 maart 2018]10;
c) de naamloze vennootschap van publiek recht bpost;
d) betalingsinstellingen : de rechtspersonen die gemachtigd zijn betalingsdiensten aan te bieden en uit te voeren overeenkomstig [10 de wet van 11 maart 2018]10;
e) de Nationale Bank van België en de Europese Centrale Bank, wanneer zij niet handelen in hun hoedanigheid van monetaire- of andere publieke autoriteit;
f) de Belgische federale, regionale en lokale overheden voor zover zij krachtens de wetgeving die hun opdrachten regelt en/of hun statuten hiertoe gemachtigd zijn en zij niet handelen in hun hoedanigheid van publieke autoriteit.
De persoon die als gewoon beroep of bedrijf betalingsdiensten verstrekt aan betalingsdienstgebruikers of elektronisch geld levert aan een houder van elektronisch geld zonder hiertoe over de nodige vergunning of toelating te beschikken blijft niettemin onderworpen aan de dwingende bepalingen van deze wet;
3° betalingsdienstgebruiker : de natuurlijke of rechtspersoon die in de hoedanigheid van betaler, begunstigde of beide van een betalingsdienst gebruikmaakt;
4° betaler : de natuurlijke of rechtspersoon die houder is van een betaalrekening en een betalingstransactie vanaf die betaalrekening toestaat, of de natuurlijke of rechtspersoon die bij het ontbreken van een betaalrekening, een betalingsopdracht geeft;
5° [18 begunstigde: de natuurlijke of rechtspersoon die de beoogde uiteindelijke ontvanger is van de geldmiddelen waarop een betalingstransactie betrekking heeft;]18
6° betalingstransactie : [10 een door of voor rekening van de betaler of door de begunstigde geïnitieerde handeling]10 waarbij geldmiddelen worden gedeponeerd, overgemaakt of opgenomen, ongeacht of er onderliggende verplichtingen tussen de betaler en de begunstigde zijn;
7° betalingsopdracht : door een betaler of begunstigde aan zijn betalingsdienstaanbieder gegeven instructie om een betalingstransactie uit te voeren;
8° betaalrekening : een op naam van een of meer betalingsdienstgebruikers aangehouden rekening die voor de uitvoering van betalingstransacties wordt gebruikt;
9° geldmiddelen : bankbiljetten en muntstukken, giraal geld en elektronisch geld zoals bedoeld [10 in artikel 2, 25°, van de de wet van 11 maart 2018]10;
10° betaalinstrument : elk gepersonaliseerd instrument en/of geheel van procedures, overeengekomen tussen de betalingsdienstgebruiker en de betalingsdienstaanbieder, waarvan de betalingsdienstgebruiker gebruikmaakt om een betalingsopdracht te initiëren;
11° [10 authenticatie: een procedure waarmee een betalingsdienstaanbieder de identiteit van een betalingsdienstgebruiker dan wel de validiteit van het gebruik van een specifiek betaalinstrument kan verifiëren, het gebruik van de persoonlijke beveiligingsgegevens van de betalingsdienstgebruiker inbegrepen;]10
12° unieke identificator : de door de betalingsdienstaanbieder aan de betalingsdienstgebruiker opgegeven combinatie van letters, nummers of symbolen, door laatstgenoemde te verstrekken om voor een betalingstransactie de andere betrokken betalingsdienstgebruiker en/of zijn betaalrekening ondubbelzinnig te identificeren;
13° domiciliëring : een betalingsdienst voor het debiteren van de betaalrekening van een betaler, waarbij een betalingstransactie wordt geïnitieerd door de begunstigde op basis van een door de betaler aan de begunstigde, aan de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde of aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler verstrekte instemming;
14° geldtransfer : een betalingsdienst waarbij, zonder opening van betaalrekeningen op naam van de betaler of de begunstigde, van een betaler geldmiddelen worden ontvangen met als enig doel het daarmee overeenstemmende bedrag over te maken aan een begunstigde of aan een andere, voor rekening van de begunstigde handelende betalingsdienstaanbieder, en/of waarbij dergelijke geldmiddelen voor rekening van de begunstigde worden ontvangen en aan de begunstigde beschikbaar worden gesteld;
15° betalingssysteem : een systeem met formele en gestandaardiseerde procedures en gemeenschappelijke regels voor de verwerking, verrekening en/of afwikkeling van betalingstransacties dat toelaat geldmiddelen over te maken;
16° raamcontract : een betalingsdienstencontract dat de toekomstige uitvoering regelt van afzonderlijke en opeenvolgende betalingstransacties en dat de verplichtingen en voorwaarden voor de opening van een betaalrekening kan omvatten;
17° werkdag [13 in de titels 1 tot 6]13 : een dag waarop de relevante betalingsdienstaanbieder van de betaler of de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde die betrokken is bij de uitvoering van een betalingstransactie toegankelijk is voor de bij de uitvoering van een betalingstransactie vereiste werkzaamheden;
18° valutadatum : het referentietijdstip dat door een betalingsdienstaanbieder wordt gebruikt voor de berekening van de interesten op de geldmiddelen waarmee een betaalrekening wordt gedebiteerd of gecrediteerd;
19° referentiewisselkoers : de wisselkoers die als berekeningsgrondslag wordt gehanteerd bij een valutawissel en die door de betalingsdienstaanbieder beschikbaar wordt gesteld of afkomstig is van een bron die voor het publiek toegankelijk is;
20° referentierentevoet : de rentevoet die als berekeningsgrondslag wordt gehanteerd voor het aanrekenen van interesten en die afkomstig is van een voor het publiek toegankelijke bron en door beide partijen bij een betalingsdienstencontract kan worden nagegaan;
21° techniek voor communicatie op afstand : ieder middel dat, zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de betalingsdienstaanbieder en de betalingsdienstgebruiker, kan worden gebruikt voor het sluiten van een betalingsdienstencontract;
22° [12 ...]12
23° gepersonaliseerde veiligheidskenmerken : elk technisch middel toegewezen door een betalingsdienstaanbieder aan een bepaalde betalingsdienstgebruiker voor het gebruik van een betaalinstrument. Deze kenmerken, eigen aan de betalingsdienstgebruiker en onder zijn toezicht, laat toe om het gebruik van een welbepaald betaalinstrument na te gaan en beoogt de gebruiker te authentiseren;
24° agent : een natuurlijke of rechtspersoon die bij de uitvoering van betalingsdiensten voor rekening van een betalingsdienstaanbieder optreedt;
25° bijkantoor : een bedrijfszetel die niet het hoofdkantoor is en die een onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid vormt van een betalingsdienstaanbieder, van een kredietgever of van een kredietbemiddelaar en rechtstreeks, geheel of gedeeltelijk, de handelingen verricht die eigen zijn aan de werkzaamheden van een betalingsdienstaanbieder een kredietgever of een kredietbemiddelaar; verscheidene bedrijfszetels in eenzelfde lidstaat van een betalingsdienstaanbieder een kredietgever of een kredietbemiddelaar met hoofdkantoor in een andere lidstaat worden als één bijkantoor beschouwd;
26° elektronisch geld : elektronisch, met inbegrip van magnetisch, opgeslagen monetaire waarde vertegenwoordigd door een vordering op de uitgever, die is uitgegeven in ruil voor ontvangen geld om betalingstransacties te verrichten en die wordt aanvaard door een andere natuurlijke of rechtspersoon dan de uitgever van elektronisch geld;
27° uitgever van elektronisch geld : een uitgever van elektronisch geld als bedoeld [10 in artikel 2, 76°, van de wet van 11 maart 2018]10;
28° instelling voor elektronisch geld : een instelling voor elektronisch geld als bedoeld in artikel 4, 31°, van de wet van 21 december 2009;
29° houder van elektronisch geld : een natuurlijke of rechtspersoon die geld overhandigt aan een uitgever van elektronisch geld in ruil voor de uitgifte van elektronisch geld door die uitgever;
30° [10 wet van 11 maart 2018 : wet van 11 maart 2018 betreffende het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen;]10
31° overschrijving : een betalingsdienst voor het crediteren van de betaalrekening van een begunstigde met een betalingstransactie of een reeks betalingstransacties van een betaalrekening van een betaler door de betalingsdienstaanbieder die de betaalrekening van de betaler beheert, op basis van een door de betaler gegeven instructie;
32° [18 Verordening (EU) 2021/1230: Verordening (EU) 2021/1230 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juli 2021 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Unie;]18
33° Verordening (EU) nr. 260/2012 : Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009;
[9 33/1° aan de betaalrekening verbonden diensten: alle diensten die verband houden met het openen, gebruiken en opheffen van een betaalrekening, met inbegrip van betalingsdiensten en betalingstransacties bedoeld in artikel VII.3. § 1, 7°, evenals de geoorloofde debetstand en de overschrijding;
33/2° overdragende betalingsdienstaanbieder: de betalingsdienstaanbieder van waaruit de voor het uitvoeren van de overstap vereiste informatie wordt overgedragen;
33/3° ontvangende betalingsdienstaanbieder: de betalingsdienstaanbieder waarnaar de voor het uitvoeren van de overstap vereiste informatie wordt overgedragen;
33/4° creditrentevoet: elke rentevoet die aan de consument wordt betaald voor het aanhouden van geldmiddelen op een betaalrekening;
33/5° overstapdienst: het op verzoek van een consument overdragen van de ene betalingsdienstaanbieder naar de andere betalingsdienstaanbieder van hetzij de informatie over alle of sommige doorlopende betalingsopdrachten en overschrijvingen met memodatum, terugkerende domiciliëringen en terugkerende inkomende overschrijvingen die op een betaalrekening worden uitgevoerd, hetzij van een positief betaalrekeningsaldo van de ene betaalrekening naar de andere, hetzij beide, met of zonder beëindiging van de eerstbedoelde betaalrekening, met inbegrip van de daaraan gekoppelde betaalinstrumenten;
33/6° doorlopende betalingsopdracht: een instructie die de betaler geeft aan de rekeninghoudende betalingsdienstaanbieder, om met regelmatige tussenpozen of op vooraf vastgelegde data overschrijvingen uit te voeren;
33/7° overschrijving met memodatum: een overschrijving waarbij de betaler een toekomstige uitvoeringsdatum heeft aangeduid;
33/8° vooraf betaalde kaart: een categorie van betaalinstrumenten waarop elektronisch geld kan worden opgeslagen;
33/9° consument die legaal in een lidstaat verblijft: iedere natuurlijke persoon die op grond van Europese of nationale wetgeving het recht heeft in een lidstaat te verblijven, met inbegrip van consumenten zonder vast adres, consumenten die geen verblijfsvergunning hebben maar die om wettelijke of feitelijke redenen niet kunnen worden uitgewezen en personen die asiel zoeken uit hoofde van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, het protocol daarbij van 31 januari 1967 en andere internationale verdragen ter zake.]9
[10 33/10° betalingstransactie op afstand: een betalingstransactie die via internet of met een voor communicatie op afstand bruikbaar apparaat wordt geïnitieerd;
33/11° betalingsinitiatiedienst: een dienst voor het initiëren van een betalingsopdracht, op verzoek van de betalingsdienstgebruiker, met betrekking tot een betaalrekening die bij een andere betalingsdienstaanbieder wordt aangehouden;
33/12° rekeninginformatiedienst: een onlinedienst voor het verstrekken van geconsolideerde informatie over een of meer betaalrekeningen die de betalingsdienstgebruiker bij een andere betalingsdienstaanbieder of bij meer dan één betalingsdienstaanbieder aanhoudt;
33/13° rekeninghoudende betalingsdienst-aanbieder: een betalingsdienstaanbieder die ten behoeve van een betaler een betaalrekening aanbiedt en beheert;
33/14° betalingsinitiatiedienstaanbieder: een betalingsdienstaanbieder die de activiteit van betalingsinitiatiediensten uitoefent;
33/15° rekeninginformatiedienstaanbieder: een betalingsdienstaanbieder die dienstverlenende activiteiten op het gebied van rekeninginformatie uitoefent;
33/16° sterke cliëntauthenticatie: authenticatie met gebruikmaking van twee of meer factoren die worden aangemerkt als "kennis" (iets wat alleen de gebruiker weet), "bezit" (iets wat alleen de gebruiker heeft) en "inherente eigenschap" (iets wat de gebruiker is) en die onderling onafhankelijk zijn, in die zin dat compromittering van één ervan geen afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van de andere en die zodanig is opgezet dat de vertrouwelijkheid van de authenticatiegegevens wordt beschermd;
33/17° persoonlijke beveiligingsgegevens: voor doeleinden van authenticatie door de betalingsdienstaanbieder aan een betalingsdienstgebruiker verstrekte gepersonaliseerde kenmerken;
33/18° gevoelige betalingsgegevens: gegevens waaronder persoonlijke beveiligingsgegevens, waarmee fraude kan worden gepleegd. Voor de activiteiten van betalingsinitiatiedienstaanbieders en rekeninginformatiedienstaanbieders vormen de naam van de rekeninghouder en het rekeningnummer geen gevoelige betalingsgegevens;
33/19° elektronische communicatienetwerk: een netwerk als gedefinieerd in artikel 2, 3°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
33/20° elektronische communicatiedienst: een dienst als gedefinieerd in artikel 2, 5°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
33/21° digitale inhoud: in digitale vorm geproduceerde en geleverde goederen of diensten die uitsluitend binnen een technisch apparaat kunnen worden gebruikt of verbruikt, en waarbij op geen enkele wijze fysieke goederen en diensten worden gebruikt of verbruikt;
33/22° acceptatie van betalingstransacties: een door een betalingsdienstaanbieder aangeboden betalingsdienst waarbij met een begunstigde een overeenkomst wordt gesloten voor de acceptatie en de verwerking van betalingstransacties, waardoor een geldovermaking naar de begunstigde ontstaat;
33/23° uitgifte van betaalinstrumenten: een door een betalingsdienstaanbieder aangeboden betalingsdienst waarbij een overeenkomst wordt gesloten om aan een betaler een betaalinstrument voor het initiëren en het verwerken van de betalingstransacties van de betaler te verstrekken;
33/24° betalingsmerk: elk(e) materie(ë)l(e) of digita(a)l(e) naam, term, teken, symbool of de combinatie daarvan, waaruit blijkt via welk betaalkaartschema op kaarten gebaseerde betalingstransacties worden verricht;
33/25° co-badging: het incorporeren van twee of meer betalingsmerken of betalingsapplicaties van hetzelfde betalingsmerk op hetzelfde betaalinstrument;]10
34° kredietgever : elke natuurlijke persoon of elke rechtspersoon die, in het raam van zijn handels- of beroepsactiviteiten, een krediet toestaat, met uitzondering van de persoon die een kredietovereenkomst aanbiedt of sluit wanneer deze overeenkomst het voorwerp uitmaakt van een onmiddellijke overdracht of indeplaatsstelling ten gunste van een vergunninghoudende of geregistreerde kredietgever aangewezen in de overeenkomst;
35° [11 kredietbemiddelaar: een rechtspersoon of een natuurlijke persoon die werkzaam is als zelfstandige in de zin van de sociale wetgeving, die niet optreedt als kredietgever en die kredietbemiddelingsactiviteiten uitoefent in het kader van zijn handels- of beroepsactiviteiten, tegen een vergoeding in de vorm van geld of enig ander overeengekomen economisch voordeel.
Wordt hiermee gelijkgesteld de persoon die kredietovereenkomsten aanbiedt of toestaat wanneer deze overeenkomsten het voorwerp uitmaken van een onmiddellijke overdracht of indeplaatsstelling ten gunste van een andere vergunninghoudende of geregistreerde kredietgever aangewezen in de overeenkomst;]11
36° [3 verbonden agent: een kredietbemiddelaar die handelt voor rekening van en onder de volle en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van:
a) slechts één kredietgever, of
b) meerdere kredietgevers die behoren tot eenzelfde groep;]3
37° [2 kredietmakelaar : een kredietbemiddelaar, met uitsluiting van een verbonden agent, een subagent of een agent in een nevenfunctie, die zijn bemiddelingsactiviteiten uitoefent buiten elke exclusieve agentuurovereenkomst of elke andere juridische verbintenis die hem verplicht zijn hele productie of een bepaald deel ervan te plaatsen bij een of meerdere kredietgevers;]2
38° groep : groep kredietgevers die geconsolideerd moeten worden voor de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening als omschreven in Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen;
39° kredietovereenkomst : elke overeenkomst waarbij een kredietgever een krediet verleent of toezegt aan een consument, in de vorm van uitstel van betaling, van een lening, of van elke andere gelijkaardige betalingsregeling;
[6 De overeenkomst waarbij een hypotheek wordt verleend tot zekerheid van een geopend krediet zoals bedoeld in artikel 80, derde lid, van de hypotheekwet van 16 december 1851, wordt niet beschouwd als een kredietovereenkomst in de zin van dit boek voor zover deze overeenkomst geen met dit boek tegenstrijdige bepalingen bevat;]6
40° kredietaanbod : de definitieve uitdrukking van de wil van de kredietgever die door de consument enkel nog moet worden aanvaard opdat de overeenkomst zou zijn gesloten;
41° totale kosten van het krediet voor de consument : alle kosten die de consument moet betalen in verband met de kredietovereenkomst en die de kredietgever bekend zijn, met uitzondering van de notariskosten. Zijn hierin onder meer begrepen :
a) de debetrente;
b) commissielonen en/of vergoedingen die de kredietbemiddelaar ontvangt voor zijn bemiddeling;
c) belastingen;
d) vergoedingen van welke aard ook, onder meer, onderzoekskosten, kosten voor het samenstellen van het dossier en het raadplegen van de bestanden, kosten van beheer, administratie en inning, alle kaartkosten behoudens hetgeen onder f) wordt bedoeld;
e) de kosten betreffende nevendiensten die verbonden zijn aan de kredietovereenkomst, onder meer verzekeringspremies, indien het sluiten van deze dienstenovereenkomst verplicht is om het krediet zelf te verkrijgen of tegen de commerciële bedingen en voorwaarden waaronder het verhandeld wordt;
f) [6 de kosten voor het openen en aanhouden van een specifieke rekening, voor het gebruik van een betaalmiddel voor zowel transacties als kredietopnemingen op die rekening en andere, met betalingstransacties verband houdende kosten, wanneer er een rekening moet worden geopend of aangehouden ter verkrijging van het krediet of ter verkrijging van het krediet onder de geadverteerde voorwaarden. Wanneer de opening van de rekening facultatief zou zijn dan nog moeten bij een consumentenkrediet de kosten voor deze rekening duidelijk en afzonderlijk in de kredietovereenkomst of een andere met de consument gesloten overeenkomst zijn vastgesteld;]6
[6 g) de schattingskosten van het onroerend goed wanneer dergelijke schatting verplicht is om het gevraagde krediet te verkrijgen;]6
[6 h) de zekerheidskosten.]6
De totale kosten van het krediet voor de consument omvatten niet :
a) kosten en vergoedingen die de consument moet betalen wegens niet naleving van een in de kredietovereenkomst opgenomen verbintenis;
b) de andere kosten dan de aankoopprijs die de consument bij het verwerven van goederen of diensten in elk geval moet betalen, ook indien contant wordt betaald;
[6 c) de kosten voor registratie en overschrijving van de overdracht van een onroerend goed;]6
42° jaarlijkse kostenpercentage : het percentage dat de gelijkheid uitdrukt op jaarbasis, van de geactualiseerde waarden van het geheel van de verbintenissen van de kredietgever (kredietopnemingen) en de consument (aflossingen en totale kosten van het krediet voor de consument), bestaand of toekomstig, en die berekend wordt aan de hand van de elementen die de Koning aanduidt en op de wijze die Hij bepaalt;
43° reclame : iedere mededeling als bedoeld in artikel I. 8, 13° ;
44° debetrentevoet : de rentevoet, uitgedrukt op jaarbasis en toegepast in een vast of veranderlijk percentage op het gedeelte van het kapitaal dat is opgenomen en berekend aan de hand van de elementen die de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, aanduidt en op de wijze die Hij bepaalt, desgevallend met inbegrip van de berekeningsmethode van de hieraan verbonden nalatigheidsinteresten;
[6 "Bij de hypothecaire kredieten met een onroerende bestemming is de debetrentevoet op jaarbasis I het resultaat van de vergelijking :
(1 + i)n = (1 + I),
waarbij i de periodieke rentevoet is en n het aantal periodes begrepen in het jaar;]6
[6 44/1° periodieke rentevoet : de voet, uitgedrukt in percent per periode waartegen de intresten voor dezelfde periode berekend worden;]6
45° vaste debetrentevoet : de debetrentevoet voorzien door een bepaling in de kredietovereenkomst waarbij de kredietgever en de consument voor de volledige duur van de kredietovereenkomst een enkele debetrentevoet of voor deeltermijnen verschillende debetrentevoeten overeenkomen waarvoor uitsluitend een vast specifiek percentage wordt gebruikt;
46° verkoop op afbetaling : elke kredietovereenkomst, ongeacht de benaming of de vorm, welke normaal leidt tot de verkrijging van goederen of levering van diensten, verkocht door de kredietgever of de kredietbemiddelaar bedoeld in [19 35°, tweede lid]19, en waarvan de prijs betaald wordt door middel van periodieke stortingen;
47° financieringshuur : elke kredietovereenkomst, ongeacht de benaming of de vorm, waarbij de ene partij zich ertoe verbindt de andere het genot van een lichamelijk roerend goed te verschaffen tegen een bepaalde prijs, die de laatstgenoemde zich verbindt periodiek te betalen en waarin, eveneens expliciet of stilzwijgend, een koopaanbod is vervat. Voor de toepassing van deze wet wordt de verhuurder beschouwd als kredietgever, of de kredietbemiddelaar bedoeld in 35°, c), laatste zin;
48° lening op afbetaling : elke kredietovereenkomst, ongeacht de benaming of de vorm, waarbij geld of een ander betaalmiddel ter beschikking wordt gesteld van een consument, die zich ertoe verbindt de lening terug te betalen door periodieke stortingen;
49° kredietopening : elke kredietovereenkomst, ongeacht de benaming of de vorm, waarbij koopkracht, geld of gelijk welk ander betaalmiddel ter beschikking wordt gesteld van de consument, die ervan gebruik kan maken door een of meerdere kredietopnemingen te verrichten onder meer met behulp van een betaalinstrument of op een andere wijze, en die zich ertoe verbindt terug te betalen volgens de overeengekomen voorwaarden.
Als het niet mogelijk is om een wederopneming te doen tenzij mits een voorafgaand akkoord met de kredietgever of mits de naleving van andere voorwaarden dan degene die initieel waren overeengekomen, dan wordt deze wederopneming beschouwd als een nieuwe kredietovereenkomst;
50° kredietovereenkomst op afstand : elke kredietovereenkomst gesloten overeenkomstig artikel I.8, 15° van dit Wetboek;
51° geoorloofde debetstand op een rekening : een uitdrukkelijke kredietopening waarbij een kredietgever een consument de mogelijkheid biedt bedragen op te nemen die het beschikbare tegoed op de hiermee verbonden betaalrekening te boven gaan;
52° overschrijding : een stilzwijgend aanvaarde debetstand waarbij een kredietgever een consument de mogelijkheid biedt bedragen op te nemen die het beschikbare tegoed op zijn betaalrekening of de overeengekomen geoorloofde debetstand op een rekening van de consument te boven gaan;
53° [6 hypothecaire zekerheid : een zekerheid die de volgende vormen kan aannemen :
a) een hypotheek of een voorrecht op onroerend goed of de inpandgeving van een op dezelfde wijze gewaarborgde schuldvordering, of
b) de indeplaatsstelling van één of meer derde personen in de rechten van een schuldeiser die bevoorrecht is op een onroerend goed, of
c) het krediet bedongen met het recht een hypothecaire waarborg te eisen, zelfs indien dit recht in een afzonderlijke akte bedongen is, of
d) het garantiekrediet waarbij aan de borg of garant een hypothecaire waarborg wordt toegekend;]6
[6 53/1° hypothecair krediet met een onroerende bestemming : de kredietovereenkomst gewaarborgd door een recht op voor bewoning bestemde onroerende goederen of een hypothecaire zekerheid die bestemd is voor de financiering van het verwerven of behouden van onroerende zakelijke rechten en de ermee verband houdende kosten en belastingen, of de herfinanciering van een dergelijke kredietovereenkomst.
Wordt eveneens beschouwd als een hypothecair krediet met een onroerende bestemming :
a) de kredietovereenkomst niet gewaarborgd door een hypothecaire zekerheid bestemd voor de financiering van het verwerven of behouden van onroerende zakelijke rechten, met uitzondering van de renovatie van een onroerend goed;
b) de kredietovereenkomst bestemd voor het verwerven of behouden van een [17 schip dat als woonboot is ingericht of zal worden ingericht. Een woonboot is een schip of een drijvend vast tuig dat voor bewoning is ingericht en dat permanent is aangemeerd met een vergunning of concessie voor het gebruik van een aanmeerplaats]17;]6
[6 53/2° hypothecair krediet met een roerende bestemming : de kredietovereenkomst gewaarborgd door een recht op voor bewoning bestemde onroerende goederen of een hypothecaire zekerheid die niet bestemd is voor de financiering van het verwerven of behouden van onroerende zakelijke rechten en de ermee verband houdende kosten en belastingen, of de herfinanciering van een dergelijke kredietovereenkomst;]6
[6 53/3° hypothecair krediet : krediet dat zowel een hypothecair krediet met een roerende als een onroerende bestemming kan uitmaken;]6
54° consumentenkrediet : het krediet dat, ongeacht de benaming of de vorm, wordt verstrekt aan een consument en dat geen hypothecair krediet uitmaakt;
55° schuldbemiddeling : de dienstverlening, met uitsluiting van het sluiten van een kredietovereenkomst, met het oog op het totstandbrengen van een regeling omtrent de wijze van betaling van de schuldenlast die geheel of ten dele uit een of meer kredietovereenkomsten voortvloeit;
56° verwerking van gegevens : de verwerking van persoonsgegevens omschreven in artikel 1, § 2, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
57° bestand : het bestand, omschreven in artikel 1, § 3, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
58° verantwoordelijke voor de verwerking : de verantwoordelijke voor de verwerking omschreven in artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
59° vestiging van de kredietgever of van de kredietbemiddelaar : de plaatsen waar hij gewoonlijk zijn bedrijf uitoefent of de vestiging van een andere kredietgever of kredietbemiddelaar;
60° kapitaal : de schuld in hoofdsom die het voorwerp uitmaakt van de kredietovereenkomst.
Voor de geoorloofde debetstanden op een rekening en de overschrijdingen zonder regeling voor gespreide terugbetaling van de hoofdsom : het door de consument opgenomen bedrag, vermeerderd met de vervallen debetintresten en, in het geval van eenvoudige betalingsachterstand zoals bedoeld in artikel VII.106, § 2, vervallen nalatigheidsinteresten op het bedrag van de overschrijding;
61° aflossing van het kapitaal : de wijze van terugbetaling van het kapitaal waarbij de consument zich verbindt tijdens de looptijd van het krediet stortingen te doen die het kapitaal onmiddellijk met de overeenkomstige som verminderen;
62° wedersamenstelling van kapitaal : de wijze van terugbetaling van het kapitaal waarbij de consument de verbintenis aangaat om, tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst, stortingen te doen die, alhoewel contractueel aangewend voor de terugbetaling van het kapitaal, niet onmiddellijk een overeenkomstige bevrijding tegenover de kredietgever meebrengen. Zij komen slechts in mindering van het kapitaal op de tijdstippen en volgens de voorwaarden die in de overeenkomst of door dit boek bepaald worden;
63° verschuldigd blijvende saldo : het bedrag dat moet gestort worden om het opgenomen kapitaal af te lossen, weder samen te stellen of terug te betalen;
64° gelieerde kredietovereenkomst : een kredietovereenkomst waarbij geldt dat :
a) het betreffende krediet uitsluitend dient ter financiering van een overeenkomst voor het verwerven van een bepaald goed of de verrichting van een bepaalde dienst, en
b) die twee overeenkomsten objectief gezien een commerciële eenheid vormen. Een commerciële eenheid wordt geacht te bestaan indien de leverancier of de dienstenaanbieder zelf het krediet van de consument financiert of, in het geval van financiering door een derde, indien de kredietgever bij het voorbereiden of sluiten van de kredietovereenkomst gebruik maakt van de diensten van de leverancier of dienstenaanbieder, dan wel indien bepaalde goederen of de levering van een bepaalde dienst uitdrukkelijk worden vermeld in de kredietovereenkomst;
65° kredietbedrag : het plafond of de som van alle bedragen die op grond van een kredietovereenkomst beschikbaar worden gesteld;
66° totale door de consument te betalen bedrag : de som van het kredietbedrag en de totale kosten van het krediet voor de consument, met inbegrip van de te betalen residuele waarde van het goed bij het lichten van de koopoptie in geval van financieringshuur;
67° FSMA : de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten zoals bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002;
68° Bank : de Nationale Bank van België;
69° Centrale : de Centrale voor Kredieten aan Particulieren belast met de opdrachten als bedoeld in [2 artikel VII.148]2;
70° nevendienst : een dienst aangeboden aan de consument in samenhang met de kredietovereenkomst of de betalingsdienst;
71° kredietinstelling : de kredietinstelling als bedoeld in [2 artikel 1, § 3, van de [7 wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot-schappen]7]2;
72° verzekeringsonderneming : de onderneming [4 bedoeld in artikel 5, eerste lid, 1°, van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;]4;
73° gereglementeerde onderneming : een onderneming zoals bedoeld in artikel 1, 7°, van het koninklijk besluit van 21 november 2005 over het aanvullend groepstoezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, herverzekerings-ondernemingen, beleggingsondernemingen en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in een financiële dienstengroep, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen;
74° subagent : de natuurlijke of rechtspersoon die als kredietbemiddelaar handelt voor rekening van en onder de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van slechts één kredietbemiddelaar [2 die geen subagent is]2;
75° [6 ...]6;
76° lidstaat van herkomst :
a) indien de kredietgever of kredietbemiddelaar een natuurlijk persoon is, de lidstaat waar hij zijn hoofdkantoor heeft;
b) indien de kredietgever of kredietbemiddelaar een rechtspersoon is, de lidstaat waar zijn statutaire zetel is gevestigd of, indien deze rechtspersoon volgens zijn nationale recht geen statutaire zetel heeft, de lidstaat waar zijn hoofdkantoor is gevestigd.;
77° lidstaat van ontvangst : de lidstaat, die niet de lidstaat van herkomst is, waar de kredietgever of kredietbemiddelaar een bijkantoor heeft of diensten verricht;
78° [19 verantwoordelijke voor de distributie:
a) elke natuurlijke persoon behorend tot de leiding van een kredietbemiddelaar of elke werknemer in dienst van een dergelijke tussenpersoon, die de facto de verantwoordelijkheid draagt voor de personen die rechtstreeks deelnemen aan de kredietbemiddelingswerkzaamheden van deze tussenpersoon en toezicht uitoefent op die personen;
b) elke natuurlijke persoon die, bij een kredietgever de facto de verantwoordelijkheid draagt voor de personen die belast zijn met kredietbemiddelingswerkzaamheden of toezicht uitoefent op dergelijke personen;]19
79° [16 persoon die in contact staat met het publiek: elke natuurlijke persoon, andere dan de verantwoordelijke voor de distributie, die, bij een kredietgever of een kredietbemiddelaar, op welke wijze dan ook, in contact staat met het publiek met het oog op het voorstellen van kredietovereenkomsten of hierover informatie verstrekt; Iedere persoon die rechtstreeks bij de bemiddelingswerkzaamheden betrokken is, zelfs zonder in contact te staan met het publiek, wordt gelijkgesteld met een persoon die in contact staat met het publiek;]16
80° wet van 2 augustus 2002 : wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
81° agenten in een nevenfunctie : de verkopers van goederen en diensten van niet-financiële aard die, bij wijze van nevenactiviteit en voor rekening van een of meer kredietgevers, als bemiddelaar inzake consumentenkrediet optreden;]1
[2 82° wet van 25 april 2014 : [7 wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot-schappen]7;
83° [8 wet van 25 oktober 2016 : wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;]8]2
[6 84° kredietwaardigheidsbeoordeling : de evaluatie van de vooruitzichten dat de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen tot schuldaflossing worden nagekomen;
85° adviesdiensten : het geven van persoonlijke aanbevelingen aan een consument met betrekking tot een of meer transacties in samenhang met kredietovereenkomsten;
86° voorwaardelijke verplichting of garantie : een kredietovereenkomst die als garantie voor een andere afzonderlijke maar aanvullende transactie fungeert en uit hoofde waarvan het door een onroerend goed gewaarborgde kapitaal slechts wordt opgenomen wanneer zich een of meer in de overeenkomst vermelde gebeurtenissen voordoen;
87° gedeelde vermogenskredietovereen-komst : een kredietovereenkomst waarbij het af te lossen kapitaal is gebaseerd op een contractueel vastgesteld percentage van de waarde van het onroerend goed op het tijdstip van de kapitaalaflossing of -aflossingen;
88° koppelverkoop : het aanbieden of verkopen van een kredietovereenkomst als onderdeel van een pakket met andere onderscheiden financiële producten of diensten waarbij de kredietovereenkomst niet afzonderlijk wordt aangeboden aan de consument;
89° gebundelde verkoop : het aanbieden of verkopen van een kredietovereenkomst als onderdeel van een pakket met andere onderscheiden financiële producten of diensten waarbij de kredietovereenkomst ook afzonderlijk aan de consument beschikbaar wordt gesteld, maar waarbij niet noodzakelijkerwijs dezelfde voorwaarden gelden als wanneer deze in combinatie met de nevendiensten wordt aangeboden;
90° kredietovereenkomst in vreemde valuta : een kredietovereenkomst waarbij het krediet :
a) uitgedrukt wordt in een andere valuta dan die waarin de consument het inkomen ontvangt of de activa aanhoudt waaruit het krediet moet worden terugbetaald; of
b) uitgedrukt wordt in een andere valuta dan die van de lidstaat waar de consument verblijft;
91° betalingstermijn : de termijn die besloten ligt tussen :
a) het tijdstip waarop de kredietgever aan de consument ofwel een geldsom of koopkracht ter beschikking stelt, ofwel met het verschaffen van het genot of het leveren van een goed of het verlenen van een dienst een aanvang maakt, en het tijdstip waarop de consument de eerste betaling moet hebben gedaan;
b) twee opeenvolgende tijdstippen waarop de consument een betaling moet hebben gedaan;
92° termijnbedrag : het bedrag van een betaling die de consument aan het einde van iedere betalingstermijn moet hebben gedaan.]6
[5 93° Verordening (EU) nr. 2015/751 : Verordening (EU) 2015/751 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties;]5
[11 94° kredietbemiddeling: de activiteit die bestaat uit de volgende werkzaamheden:
a) kredietovereenkomsten voorstellen of aanbieden aan consumenten;
b) consumenten bijstaan, anders dan bedoeld in a), om het afsluiten van een kredietovereenkomst voor te bereiden; of
c) kredietovereenkomsten afsluiten met consumenten, hetzij voor rekening van een kredietgever, hetzij voor eigen rekening als deze activiteit wordt uitgeoefend door een kredietgever die geen beroep doet op een kredietbemiddelaar.]11
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 2, 021; Inwerkingtreding : 29-05-2014 (zie KB 2014-04-19/40, art. 1)>
(2)<W 2015-10-26/06, art. 2, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>
(3)<W 2015-12-18/31, art. 37, 030; Inwerkingtreding : 09-01-2016>
(4)<W 2016-03-13/07, art. 749, 033; Inwerkingtreding : 23-03-2016; zie ook art. 756>
(5)<W 2016-06-29/01, art. 4, 036; Inwerkingtreding : 16-07-2016>
(6)<W 2016-04-22/01, art. 2, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>
(7)<W 2016-10-25/04, art. 168, 039; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
(8)<W 2016-10-25/04, art. 169, 039; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
(9)<W 2017-12-22/14, art. 2, 057; Inwerkingtreding : 01-02-2018>
(10)<W 2018-07-19/09, art. 2, 063; Inwerkingtreding : 09-08-2018>
(11)<W 2018-07-30/47, art. 2, 065; Inwerkingtreding : 15-09-2018>
(12)<W 2018-09-20/14, art. 4, 067; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
(13)<W 2018-04-15/14, art. 44, 059; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
(14)<W 2019-05-02/28, art. 2,b-2,c, 077; Inwerkingtreding : 01-06-2019>
(15)<W 2019-05-08/14, art. 98, 089; Inwerkingtreding : 01-09-2020>
(16)<W 2021-06-27/09, art. 367, 099; Inwerkingtreding : 01-08-2022>
(17)<W 2022-09-25/14, art. 2, 120; Inwerkingtreding : 26-01-2023>
(18)<W 2023-11-05/07, art. 2, 123; Inwerkingtreding : 21-12-2023>
(19)<W 2024
Meer info met uitvoeringsbesluiten en links zie de meer uitgebreide pagina op deze site over deze wet via deze link www.elfri.be/node/5249
zie ook Betalingsdiensten | FOD Economie