-
• Wanneer zijn Belgische rechters bevoegd?
Als goederen over zee naar of vanuit een Belgische haven worden vervoerd, mogen Belgische rechters over het geschil oordelen. Dat geldt ook als de betrokken bedrijven in het buitenland zitten.
-
• Gaat een buitenlands “forumbeding” (bv. “enkel rechtbank X in land Y is bevoegd”) voor?
Nee. Regels over zeevervoer naar/van België zijn van bijzonder dwingend recht. Je kan daar contractueel niet van afwijken. Een clausule die een buitenlandse rechter aanwijst, verliest dus haar werking tegenover die dwingende Belgische regels.
-
• Bindt de kleine lettertjes op de vrachtbrief de bestemmeling automatisch?
Nee. Wie enkel als bestemmeling op de vrachtbrief staat, wordt niet automatisch gebonden door rechtskeuze-, forum- of arbitrageclausules in de voorwaarden van de vervoerder. Het feit dat de bestemmeling het document aanvaardt of de goederen vraagt, is daarvoor niet genoeg.
-
• Aansprakelijkheid van de zeevervoerder
De zeevervoerder heeft in essentie een resultaatsverbintenis: hij moet de lading in goede staat en binnen een redelijke termijn afleveren.
– Zijn de goederen bij vertrek “in kennelijk goede staat”, dan is er een vermoeden dat schade nadien door het vervoer komt.
– De vervoerder moet aantonen dat de schade niet aan hem te wijten is.
– Exoneraties of aansprakelijkheidsbeperkingen die ingaan tegen dwingend recht (bv. “geen aansprakelijkheid voor vertraging”) zijn nietig.
-
• Vertraging en bederfelijke waar
Bij bederfelijke goederen is de vervoerduur cruciaal. Duurt het transport abnormaal lang, dan verhoogt dat het risico op kwaliteitsverlies. In zo’n geval ligt aansprakelijkheid al snel bij de vervoerder, zeker wanneer hij zich als specialist in koel- of verstransport voordoet.
-
• Protest en expertise
Schade moet tijdig worden gemeld. Tegensprekelijke vaststellingen (met beide partijen of hun experten aanwezig) zijn ideaal. Een degelijk expertiseverslag helpt om oorzaak en omvang van de schade te bewijzen.
-
• Schadeposten die kunnen worden vergoed
– Waardeverlies van de goederen (verschil tussen normale waarde en noodverkoopopbrengst)
– Redelijke bijkomende behandelings- of logistieke kosten
– Redelijke en nuttige expertisekosten
-
• Betekening in het buitenland en verjaring
Proceduredocumenten kunnen geldig per post naar het buitenland worden betekend wanneer dat wettelijk zo is voorzien. Een tijdige betekening stuit de verjaring. Wie zich beroept op ongeldige betekening, moet dat concreet aantonen.
Internationale rechtsmacht en aansprakelijkheid bij zeevervoer: bijzonder dwingend recht en resultaatsverbintenis van de vervoerder
Het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 24 april 2025 illustreert treffend de dwingende werking van het Belgisch Scheepvaartwetboek in internationale vervoersgeschillen, zelfs wanneer buitenlandse partijen en rechtskeuzebedingen in het spel zijn.
1. Internationale rechtsmacht en het bijzonder dwingend recht van het Scheepvaartwetboek
De kern van het geschil betrof de vraag of Belgische rechtbanken internationaal bevoegd waren om kennis te nemen van een vordering ingesteld door een Zwitserse bestemmeling tegen een in Singapore gevestigde zeevervoerder, met betrekking tot een verscheping van Mexicaanse avocado’s naar de Antwerpse haven. De vervoerder beriep zich op een forumbeding ten voordele van de rechtbanken te Singapore, vervat in haar algemene voorwaarden.
Het hof oordeelde echter dat artikel 2.6.2.12 van het Belgisch Scheepvaartwetboek, dat de Belgische rechter bevoegd verklaart voor vorderingen betreffende zeevervoer van of naar België, als bijzonder dwingend recht geldt. In de temporeel toepasselijke versie had deze bepaling een verplicht karakter waarvan niet kon worden afgeweken door een contractueel forum- of rechtskeuzebeding.
Zowel de Rome I- als de Rome II-Verordening bevestigen dat bepalingen van bijzonder dwingend recht van de rechter bij wie de zaak aanhangig is, voorrang hebben op het door de partijen gekozen recht. Deze universele werking impliceert dat artikel 2.6.2.12 BSW van toepassing blijft, zelfs wanneer de betrokken partijen buiten de Europese Unie gevestigd zijn. Het hof benadrukte dat dit geldt ongeacht of de vordering als contractueel dan wel als buitencontractueel wordt gekwalificeerd.
2. Ontegenwerpelijkheid van algemene voorwaarden en forumbedingen
Del Monte International, de Zwitserse bestemmeling, werd niet geacht partij te zijn bij de raamovereenkomst tussen de vervoerder en een andere vennootschap binnen de Del Monte-groep. Het hof wees erop dat de enkele vermelding van de bestemmeling op de zeevrachtbrief geen instemming impliceert met rechtsmacht-, rechtskeuze- of arbitragebedingen. Artikel 2.6.2.24 BSW bepaalt uitdrukkelijk dat dergelijke instemming niet bewezen kan worden door het louter aanvaarden van het vervoersdocument of door het vragen van de aflevering van de goederen.
De vervoerder kon aldus geen beroep doen op het in haar voorwaarden opgenomen forumbeding of op exoneratieclausules die haar aansprakelijkheid voor vertraging uitsloten. Zulke bedingen zijn krachtens artikel 2.6.2.17 en 2.6.2.25 BSW nietig, aangezien zij afwijken van bepalingen van bijzonder dwingend recht.
3. De aansprakelijkheid van de vervoerder en de resultaatsverbintenis
Het hof bevestigde dat de zeevervoerder gehouden is tot een resultaatsverbintenis: de goederen moeten in goede staat en binnen een redelijke termijn ter bestemming worden afgeleverd. De avocado’s waren bij vertrek in kennelijk goede staat, wat een vermoeden van aansprakelijkheid deed ontstaan.
De vervoerder had de goederen meer dan zes weken onder zijn hoede gehouden en de duur van de zeereis was uitzonderlijk lang — 42 dagen in plaats van de gebruikelijke 22. Volgens het deskundigenverslag had de verlengde transittijd de kwaliteit van de avocado’s ernstig aangetast. Het hof oordeelde dat de vervoerder, die zich bovendien als gespecialiseerd in het vervoer van verse producten presenteerde, onvoldoende zorg had besteed aan de behandeling van de lading.
De schade werd tegensprekelijk begroot op ruim 73.000 euro, inclusief expertisekosten en bijkomende behandelingskosten, die door het hof als noodzakelijk en vergoedbaar werden erkend.
4. Betekeningsperikelen en verjaring
De vervoerder had tevergeefs aangevoerd dat de dagvaarding niet rechtsgeldig betekend was in Singapore. Het hof bevestigde dat de betekening correct was uitgevoerd volgens artikel 40 Ger.W., dat een betekening per luchtpost met ontvangstbewijs toelaat voor landen die geen partij zijn bij het Haagse Betekeningsverdrag van 1965.
Aangezien de dagvaarding tijdig was betekend, werd de verjaring van de vordering geacht te zijn gestuit.
5. Besluit
Het hof beklemtoonde dat het Belgisch Scheepvaartwetboek, in zijn dwingende bepalingen inzake internationale rechtsmacht en aansprakelijkheid van de vervoerder, primeert op buitenlandse forumbedingen en rechtskeuzes. De zeevervoerder blijft gebonden aan zijn resultaatsverbintenis om de goederen in goede staat en binnen redelijke termijn af te leveren.
Deze uitspraak bevestigt dat België, als maritieme natie met een eigen Scheepvaartwetboek, zijn rechtsmacht en de bescherming van ladingbelanghebbenden krachtig handhaaft, ook tegenover internationale vervoerders die trachten te ontsnappen aan de toepassing van zijn dwingende regels.